Laatst was ik te gast bij een statige herenclub ergens in het oosten van het land. Ik mocht er iets vertellen over de islam. Dat is natuurlijk geen probleem, doe ik graag. Voorafgaand aan deze bijeenkomst met gepensioneerde mannen had ik een voorgesprek met de voorzitter. Want de man wilde weten wat voor islamitisch vlees hij in de kuip had. Ik krijg regelmatig mensen over de vloer die eerst willen weten of ik wel pas bij hun club, niet zo vreemd natuurlijk, gezien de wilde verhalen die de ronde doen.

Door: Enis Odaci

De ene keer zijn mijn gasten mannen, de andere keer zijn het vrouwen en weer een andere keer is het een oecumenisch koppel, dialoogprofessionals, die vooral een garantie willen dat er geen ruzie uitbreekt tijdens of na een lezing. Ik houd me dan altijd in, want wat is een dialoog waard zonder schurende gesprekken? Ach, iedereen is van harte welkom, bij mij hangt het touwtje standaard uit de brievenbus. Maar na al die voorgesprekken thuis kan ik inmiddels een patroon herkennen. Het is als een eeuwenoud ritueel.

Ik zit achter mijn laptop te werken aan een volgende column, lezing of artikel. De bel gaat. Standaard zoeft mijn jongste kleuter naar de voordeur en smijt de deur open om vervolgens weer heel hard naar binnen te rennen. Alle zorgvuldig opgebouwde warmte in de woonkamer is door de openstaande deuren op slag verdwenen. Van een afstand zie ik dat de gast zich even geen raad weet. Moet hij nog een keer aanbellen? Moet hij wat in de lege gang roepen? Hij is radeloos. Dan komt mijn vrouw in beeld. De man lacht ongemakkelijk en weet niet of hij zijn hand moet uitsteken.

Want hij heeft tijdens zijn voorstudie onderweg naar mijn huis op Google gelezen dat hij op moet passen om zomaar zijn hand uit te steken. Moslimvrouwen zouden dat weleens niet prettig kunnen vinden. Balancerend tussen respect en ongemak blijft de hand van de man ergens in het midden zweven, alsof hij naar de buik van mijn vrouw wijst. Mijn vrouw draagt geen hoofddoek. Ze heeft schitterend zwart haar, sierlijk welvend over haar schouders. Ze heeft een jong uiterlijk en dat leidt tot het volgende standaard misverstand.

De arme gast schaamt zich de oogbollen uit zijn hoofd en loopt met een geknakte ziel voor de allereerste keer het huis van een moslim binnen.

Hij zegt: “Mag ik jouw vader spreken?” De vrouw des huizes heeft stalen zenuwen en is de beleefdheid zelve, want dit gebeurt niet voor de eerste keer. Ze zegt dat ik haar echtgenoot ben en ik glimlach van een afstand. De arme gast schaamt zich de oogbollen uit zijn hoofd en loopt met een geknakte ziel voor de allereerste keer het huis van een moslim binnen. Vanachter de bank sprint mijn jongste kleuter opnieuw naar hem toe en roept vrolijk dat hij straks naar school gaat! Voor de eerste keer kijken we elkaar in de ogen. Wie ijs wil breken moet kinderen inhuren.

“Hij zit op een katholieke school,” vertel ik de onzekere man. Ik houd er wel van om extra verwarring in het hoofd van mijn gast te stichten. “Komt u zitten, hier aan de eettafel.” Op tafel ligt een zwarte bijbel, de statige Statenvertaling. De hersenen kraken, zie ik. Katholieke school – bijbel op tafel – geen hoofddoek – goede beheersing van de Nederlandsche Taal. Het enige wat ontbreekt is een kruisbeeld aan de muur. De man installeert zich en probeert de zorgvuldig voorbereide vragen in chronologische volgorde te stellen. Hij pakt er een schrijfblok bij.

Ik zeg: “Eerst wil ik weten wie u bent. U heeft al kennisgemaakt met mijn zoon en mijn geliefde, we moeten wel gelijk oversteken natuurlijk!” De man beseft dat hij veel te zakelijk is en vertelt met enige schroom over zijn gezin. “Hoe bent u uw vrouw tegengekomen? Ook via uithuwelijking?” De man schrikt zich een hoedje en lacht daarna heerlijk hard.

We spreken over de jaren zestig en zeventig. Over het Nederland van toen. Nostalgische verhalen. We spreken over zijn reizen door Noord- en Zuid-Amerika. Pas een uur later komen we toe aan zijn vragenlijstje, maar hij bergt zijn schrijfblok op en zegt dat het wel goed zit. Ik mag zelf mijn thema’s uitkiezen. Hij zegt: “U zou best mijn vriend wel kunnen zijn.” Ja, denk ik dan, waarom niet?

Meer info?

  • Deze column is gepubliceerd in Volzin.

Reageer

avatar
Sorteer op:   nieuwste | oudste | meest gestemde
Louise
Gast

Enis, je bent leuk!
Ik vind het zo heerlijk als mensen kunnen relativeren en een ruim gevoel voor humor hebben.
Geloof is “een dingetje”, maar als je daar op een relaxte manier mee omgaat, hoeft dat echt geen barrière te zijn tussen mensen. Er zijn zoveel menselijke dingen die we gewoon allemaal delen.

wpDiscuz