Culinair vasten


Het is het culinaire hoogseizoen, zonder enige twijfel. De maand waarin je je overdag moet onthouden van al wat genot geeft, verandert iedere avond in een bacchanaal. Tenminste, voor wie het geluk heeft omringd te zijn door keukenprinsen en -prinsessen die de dagen doorbrengen in de keuken om de geheelonthouding overdag te compenseren met zoete, hartige en verleidelijke lekkernijen om de nacht mee in te gaan en de volgende dag met genoeg energie door te komen.

En dan moet je het ’s avonds natuurlijk ook nog op kunnen, al dat lekkers, want de maag went aan de leegte en moet rustig, zachtjes en liefdevol weer gevoed worden zodat-ie op zijn gemak de overgang van niets naar alles aankan.

Daar dient zich dan ook meteen het verschil aan tussen mensen die eten om te leven en zij die leven om te eten. De eerste groep stopt onwillekeurig alles in de mond, kauwt erop en gaat weer verder. Zo werkte ik jaren geleden met een aantal collega’s die het idee hadden opgevat om tijdens de avonddienst samen het vasten te verbreken en allemaal wat mee te nemen.

Ik stapte er naïef in: nam moeders harira mee en haar rijk gevulde broodjes, en merkte tot mijn grote afschuw dat de collega’s ondefinieerbaar vloeibaar spul hadden meegenomen dat doorging voor harira en nog meer onsmakelijks dat ik inmiddels heb verdrongen. Er werd niet geproefd, smaken en structuren werden niet opgemerkt, nee, het werd gewoon in de mond gedouwd, gekauwd, doorgeslikt en weer door naar de volgende hap of slok.

Ik ga niet een dag lang vasten, om vervolgens iets voorgeschoteld te krijgen dat ik alleen zou overwegen te eten na zes maanden totale uithongering.

Dat was eens en nooit meer. Ik ga niet een dag lang vasten, om vervolgens iets voorgeschoteld te krijgen dat ik alleen zou overwegen te eten na zes maanden totale uithongering. Om die reden mijd ik iftars. Niet iedereen kan koken, maar helaas zijn het wel vaak de minst getalenteerde koks die zich opwerpen – en ik wil nu eenmaal niet het risico lopen op een slechte maaltijd. Daar is eten me te dierbaar voor.

Het kan ook anders: de Ramadan dagen in Qatar, jaren geleden, waren fantastisch. Met de lokale bevolking braken we iedere avond het vasten in een ander restaurant. Terwijl de Qatari’s om ons heen snel aten en opeens weer weg waren, kletsten we aan een tafel vol verse sapjes en fijne gerechten de avond vol.

De laatste jaren kook ik veel zelf tijdens de Ramadan. Eerst omdat mijn moeder in de zomer in Marokko was, dit jaar omdat ze er niet meer is. Ik was inmiddels gewend alleen te eten, tot ik de afgelopen twee jaar een deel van de Ramadan weer met mijn moeder mocht meemaken, net zoals vroeger. ’s Avonds laat aanschuiven, de geuren uit de warme keuken opsnuiven, samen eten, de dag doornemen en de onvervangbare moederliefde.

Fijn eten, dierbaar gezelschap. Dat maakt de Ramadan. En dat maakt ook het leven.


Over Hassnae Bouazza

Hassnae (geboren 1973 in Oujda, Marokko) is journalist, columnist, vertaler en programmamaker. Ze studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht en, na haar afstuderen, een jaar Franse literatuur aan diezelfde Universiteit. Hassnae heeft een duidelijke eigen mening en verkondigt deze in verschillende media: zo schrijft ze stukken over de Arabische wereld voor Vrij Nederland en opiniestukken in de NRC, Volkskrant, de website Frontaal Naakt en de Arabischtalige site van de Wereldomroep.

Daarnaast schrijft ze voor de Elle, beoordeelt ze boeken voor het Fonds van de Letteren en is ze programmamaker bij het Writers Unlimited Winternachten festival. Regelmatig verschijnt ze in de media om commentaar te leveren op de actualiteit en zaken te duiden. Zo is ze te horen bij BNR Radio en VPRO’s Bureau Buitenland op Radio 1. Hassnae was regisseur en eindredacteur van de veelbesproken zesdelige documentaireserie Seks en de Zonde. Ze heeft haar eigen online glossy Aicha Qandisha en in 2015 ontving ze in Beiroet de Arouwad Award voor haar werk over de Arabische wereld.

Reageer

avatar
wpDiscuz