Gevonden worden


‘Ramadan is ook een maand om een beetje tot jezelf te komen.’ Zo lees ik in een tekst waarin een jonge moslima aan niet-islamitische vrienden probeert uit te leggen waarom zij de ramadan onderhoudt. Ramadan is op zoek gaan naar jezelf. En dat is hip.

Bij het horen van die woorden – op zoek gaan naar jezelf -, moet ik altijd denken aan een lied van het immer vermakelijke duo Kees van Kooten en Wim de Bie. In 1975, toen ze samen het Simplisties Verbond vormden, bezongen ze de koorts van het zoeken naar jezelf, een koorts die nog steeds niet over is en misschien wel nooit overgaat, omdat hij beantwoordt aan een diepe menselijke behoefte: ‘Zoek jezelf broeders, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf’, zo zongen ze. ‘Weet je nog wanneer dat was, toen je nog geen ander was, niet in harnas achter glas, maar je eigenlijke zelf’.

Ons eigenlijke zelf: wie of wat is dat? We zijn er koortsachtig naar op zoek, naar het zelf. Onderzoekers van nieuwe vormen van religiositeit en spiritualiteit spreken over de sacralisering van het zelf. Het zelf is heilig verklaard, wordt aanbeden en vereerd. Je kunt cursussen volgen, soms van drie dagen, soms van drie weken, soms van een half jaar, die je beloven dat je aan het slot ‘je eigenlijke zelf’ zult vinden, of ‘je echte zelf’, of ‘je werkelijke zelf’ of ‘je diepste zelf’. De superlatieven stapelen zich op, op de markt van het zelfzoeken.

Misschien hoeven wij niet koortsachtig op zoek te gaan, of hoeven wij niet steeds dieper te graven, omdat wij er gewoon mogen zijn, zo zoals we zijn.

Misschien is Ramadan ook een tijd om de blikrichting te veranderen: niet jezelf zoeken, maar jezelf laten vinden. In het besef dat er Iemand is die ons al lang gevonden heeft. Dat betekent dat wij niet koortsachtig op zoek hoeven te gaan, dat wij niet steeds dieper moeten graven, maar dat wij er gewoon mogen zijn, zo zoals we zijn. En dat we zo gevonden mogen worden. Of nog beter: al lang gevonden zijn.

Door de Levende: iets of iemand die met ons begaan is omdat zijn bestaan met het onze vervlochten is, vanaf de moederschoot. Hij is niet een Big Brother, die ons in de gaten houdt. Hij is eerder een Zij: een baarmoeder die ons omgeeft en koestert, die ons warmte en geborgenheid geeft. Een onontkoombare nabijheid, die ons niet oordeelt en veroordeelt, maar ons wel doorgrondt en peilt, die weet wat in ons gaande is, beter dan wij het zelf weten. Wij hoeven niet koortsachtig op zoek naar ons diepste zelf. Het is al gevonden en het is geborgen. Het is in vertrouwde handen, die ons niet laten vallen. Het is goed.


Over Peter Nissen

Peter Nissen is hoogleraar Spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en daarnaast voor anderhalve dag per week predikant in een vrijzinnige christelijke geloofsgemeenschap, die van de remonstranten, in Oosterbeek. Hij was na zijn middelbare schooltijd korte tijd monnik in een benedictijnenklooster, studeerde daarna theologie in Nijmegen en werkte als docent en hoogleraar kerkgeschiedenis en cultuurgeschiedenis aan verschillende universiteiten.

Hij is betrokken bij de oecumenische en interreligieuze dialoog, onder meer als lid van de Raad van Kerken in Nederland. Hij maakt deel uit van het theologisch elftal van dagblad Trouw. Peter is getrouwd en vader van drie volwassen dochters.

Reageer

avatar
wpDiscuz