Een gedicht uit Duitsland


Deze overweging schrijf ik in het Gästehaus van de universiteit Hamburg. Tot begin juli woon ik hier. Ik heb een gasthoogleraarschap aan de Akademie der Weltreligionen. Mijn werkkamer daar deel ik met twee collega’s: Halima Krausen en Ephraim Meir. Tot welke wereldreligies ze behoren is niet moeilijk te raden. In zekere zin maken de Ramadan en de sjabbat op dit moment ook deel uit van mijn leven.

Al wordt mij sinds het begin van de Ramadan elke dag opnieuw verzekerd dat ik me niet bezwaard hoef te voelen om rond het middaguur mijn boterham te eten, toch voelt dat ongemakkelijk in het bijzijn van de vastende Halima. Haar dagelijkse nabijheid maakt dat de islamitische vastenmaand voor mij een persoonlijk gezicht heeft gekregen. “Zie je wel, het gelaat van de ander dat een appel op je doet”, hoor ik Ephraim zeggen. Hij is hoogleraar op de Emmanuel Levinas leerstoel aan de academie.

“Zie je wel, het gelaat van de ander dat een appel op je doet”, hoor ik Ephraim zeggen.

Samen met Ephraim geef ik een college over ‘een theologie van het goede leven voor allen vanuit transreligieus perspectief’. 23 studenten nemen eraan deel. Ze zijn nog jong, begin twintig, afkomstig uit verschillende vakgebieden en driekwart van hen is vrouw. Sommigen zijn gelovig, vooral christenen en moslims, anderen noemen zich humanist en een iemand geeft zich als boeddhiste te kennen. Een aantal studenten laat na een college over ‘multireligieuzen’ in Nederland weten, dat zij ook elementen uit verschillende religies met elkaar combineren. In ieder geval moet ik in het college uitkijken te veel christelijk-theologisch vakjargon te gebruiken, want het is duidelijk: ook aan Hamburg is de secularisatie niet voorbij gegaan. Ook al lopen de kerken in Duitsland minder hard leeg dan in Nederland, ook hier verlaten mensen het religieuze instituut en gaan op zoek naar alternatieve vormgeving van hun spirituele leven. Zo ook veel van de studenten.

Toen ik het verzoek om deze overweging te schrijven aan de studenten voorlegde en vroeg wie een goede suggestie voor een bijdrage over vasten wist, meldde een van de islamitische studenten zich met het aanbod een gedicht over vasten te schrijven. Ik vroeg verrast: “Schrijft u dan gedichten?” (In Duitsland worden docenten én studenten met u aangesproken) “Ja,” zei hij. “Ik leg het thema voor aan mijn Facebook-vrienden, zij geven mij vervolgens trefwoorden, waarmee ik dan mijn gedicht maak.” Hier is het resultaat.

Ein Wort – Ein Gedicht
(door: Samir Schabel)

Bevor das erste Sonnenlicht den Horizont erreicht,
und der Fastende sich zum Gebet aufstellt,
sich Gottes vergegenwärtigt und sein Herz erweicht,
hofft er, dass sein Gebet sich erfüllt.

Den Tag verbringt er Gott zu gedenken,
liest im Buche Gottes um frohe Botschaft zu erkennen,
dem Nachbarn und Mitmenschen soll er Güte schenken,
und sich in Geduld üben, um Frömmigkeit in sich zu entdecken.

Stärkung des Charakters zum Schutz gegen die Triebseele,
dass dem Fastenden nichts Böses widerfahre,
denn stark muss sein der Wille,
auf dass den Fastenden der Hunger und der Durst nicht quäle.

Abends die Sonne ist untergegangen,
der Fastende vor Freude ausbricht,
mit Freude lässt Gott seine guten Gaben empfangen,
und der Fastende aus Dankbarkeit sein Fasten bricht.

Ik wens iedereen die vast veel spirituele verdieping toe en, nadat de zon is ondergegaan, een dankbaar vasten breken met veel water en dadels.

Groeten uit een snikheet Hamburg.


Over Manuela Kalsky

Manuela Kalsky (Salzgitter-Bad, 1961) is een Duitse theologe. Ze is directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS) en project W!J. Sinds 1 januari 2012 bekleedt ze de Edward Schillebeeckx leerstoel voor Theologie en Samenleving aan de Vrije Universiteit. Manuela Kalsky was hoofdredacteur van de succesvolle interreligieuze website Reliflex.nl ter bevordering van religieuze flexibiliteit. In 2008 zette zij samen met Bureau Intermonde en het ministerie van VROM de multimediale website Nieuwwij.nl op. In haar werk staat het overbruggen van wij/zij tegenstellingen in de samenleving centraal. Kalsky geeft leiding aan het interdisciplinaire DSTS-onderzoeksprogramma ‘Op zoek naar een nieuw wij in Nederland’, waaraan onderzoekers van verschillende universiteiten meewerken.

Manuela Kalsky studeerde theologie in Marburg (Duitsland) en Amsterdam. In 2000 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar de christologie vanuit feministisch-oecumenisch perspectief. Ze vervulde verschillende gastdocentschappen aan universiteiten in Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland. Zij redigeerde een aantal bundels die uit het DSTS-onderzoek zijn voortgekomen en heeft een groot aantal publicaties in boeken en tijdschriften op haar naam staan. Via het ‘theologisch elftal’ van dagblad Trouw mengt zij zich regelmatig in het maatschappelijk debat over religie, identiteit en interculturele vraagstukken. Zij is een veelgevraagd spreker in binnen- en buitenland.

Reageer

avatar
Sorteer op:   nieuwste | oudste | meest gestemde
Herman van Bemmel
Gast
Herman van Bemmel

Een groot deel van mijn leven heb ik ‘gevast’, althans in de rooms-katholieke betekenis van het woord. Dat is een veel mildere vorm van vasten dat het islamitische vasten. Vooral als de dagen lang zijn en de temperatuur hoog. En dan te weten dat Mohammed heel veel heeft ontleend aan de christelijke, in het bijzonder monastieke tradities die hij op handelsreizen door het Heilig Land zag.

wpDiscuz