Een katholiek is aan het peinzen


Als ik sommige reclames moet geloven kan ik afslanken met een bijzonder middel, en zonder minder te eten. Want die ene pil, of dat ene drankje breekt… en dan volgt een ingewikkeld verhaal hoe bepaalde stoffen in het lichaam afgebroken worden en je voor de zomer weer een presenteerbaar lijf kunt hebben ‘on the beach’. Maar is dat vasten? Is dit wellicht een uitvloeisel van onze wellness-cultuur? Draait dit niet veeleer om het eigen ‘ik’?

Wanneer ik de Schriften (de Bijbel) opensla, de joodse en christelijke traditie, dan kom ik op veel plaatsen de praktijk van het vasten tegen. Maar… ik kom ook de constante discussies tegen waar het gaat over wat nu wel het ‘goede’ vasten is. Soms zijn er heel duidelijke voorschriften en als ze er zijn dan worden ze op een andere plaats alweer onder kritiek gesteld. Dat is lastig voor ons. Want wij willen zo graag een helder voorschrift zodat we dit wel op niet kunnen opvolgen. Meestal niet, of toch wel een beetje, of… Er zijn mensen die jaloers zijn op de islam die een duidelijke periode heeft waaraan velen zich houden, de Ramadan. Je hebt dan de steun van anderen, van een gemeenschap. Bij ons christenen is het altijd zoeken naar het juiste evenwicht. En we worden niet echt geholpen in onze zucht naar duidelijkheid door onze Bijbel, want ook daar is er – van het begin tot het einde – de discussie over het ‘ware’ vasten. Gaat het om het strenge ontzeggen van spijs en drank? Gaat het om toch iets anders?

Aswoensdag

Eén periode binnen het christendom moet toch duidelijkheid verschaffen: de Vasten, vanaf Aswoensdag tot Pasen. Maar ook hier spreekt men tegenwoordig van ‘Veertigdagentijd’ en wordt de aandacht verplaatst van het vasten naar het samen optrekken naar Pasen, veertig dagen lang zoals het volk der Hebreeën veertig jaar getrokken is door de woestijn, bevrijd van het slavenhuis in Egypte en op weg naar het Beloofde Land Israël.

Laten we toch maar eens bij de Aswoensdag – het begin van de Vasten – beginnen. Ik sla het lezingenboek open en lees voor Aswoensdag twee teksten over het vasten:

Zo spreekt God de Heer:

‘Keert tot Mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil.’ Wie weet, keert Hij terug en krijgt spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer uw God! Joël 2,12-18

en in het evangelie:

Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden!’ Matteüs 6,18

Je vast dus voor een ander, om terug te keren. Je kunt ook vertalen om je toe te keren, want het Hebreeuwse werkwoord ‘sjoef’ kent vele betekenissen, waaronder ook ‘antwoorden’. Toekeren naar, antwoorden op God de Heer, die ons als eerste aanspreekt. Laten we nooit vergeten dat het eerste woord dat God – in de Bijbel – tot de mens spreekt is: ‘Adam-mens waar ben je?’ Genesis 3,8 En waar is Adam op dat moment: in het struikgewas. Hij schaamt zich. Hij is een door God gestelde grens overgegaan en beseft dat zijn relatie met God verstoord is. Wil je een verstoorde relatie weer repareren dan ga je een proces van boeten en verzoenen in. Prachtig woord trouwens ‘boeten’. Doet me denken aan mijn jeugdjaren in Rijswijk en wij als kinderen zagen hoe in duinpannen te Scheveningen de vissersvrouwen de netten aan het ‘boeten’ waren: het herstellen van het kapotgegane net door de verbindingen weer aan elkaar te maken. Het is duidelijk: ‘boeten’ is het herstellen van relaties. Daarvoor houd je je in, daarvoor vast je. Vasten is dus steeds ‘met het oog op’… Vasten is geen doel op zich.

Oefenen

In de genen van het christendom zit dat je alles wat er in de bijbel staat moet interpreteren naar de dag van vandaag toe. Het christendom is hierin schatplichtig aan het jodendom. Het gaat altijd om interpretatie van de Wet van God, de Tora, en het hele stelsel van wetten en voorschriften dat daaruit voortvloeit. Het Woord van God is altijd ook woord van mensen, en vóór mensen. Het Woord van God past zich aan aan tijd en omstandigheden. Wanneer een woord, een voorschrift uit de Schriften niet meer toepasbaar blijkt, dan moeten we net zolang interpreteren totdat hedendaagse realiteit en Woord van God op één lijn zitten. Maar het Woord van God blijft ons hierin altijd uitdagen, we kunnen dat Woord van God niet laten ‘buikspreken’, d.w.z. dat we onze eigen verlangens en behoeften tot leidraad laten zijn.

Het is duidelijk: vasten is een oefening in ascese van de gelovige mens ‘met het oog op’. Het gaat altijd om ontmoeting met God, om door het vrijmaken van je hart je beter voor te bereiden op die ontmoeting. Het gaat dus nooit – in gelovig perspectief – om een afslankoefening binnen de wellness-cultuur. Het eigen ‘ik’ staat niet centraal, maar ‘de ander’. En die ander is vaak ook de groep mensen die het veel minder hebben dan wij en die – door onze eigen behoeften wat in te snoeren – geholpen kunnen worden met een gave, een aalmoes.

Discussie

De discussie rond het vasten is inherent aan het christendom. Tijdens het leven van Jezus was die discussie er al met de Farizeeën, een groepering binnen het jodendom dat serieus werk maakte van zijn geloof. Hun vraag: Waarom vasten die leerlingen van Jezus niet? Het antwoord van Jezus: ‘Kunnen de vrienden van de bruidegom vasten zolang de bruidegom bij hen is? De dag zal komen dat de bruidegom hun ontnomen wordt, op die dag zullen ze vasten (Marcus 2,19 e.v.).

Twee opmerkingen hierover: er is steeds een terugkeer naar de Schriften. Dat is vandaag niet meer vanzelfsprekend. Wij leven in een vergeetcultuur. Ervaringen van vroeger worden minder gedeeld en dat maakt de mens er niet gelukkiger op omdat je dan gehandicapt raakt om met het tekort, het fundamentele menselijke tekort, op te gaan.

En de tweede opmerking: vasten staat in de context van ontmoeten, het ontmoeten van de bruidegom. Dat is een klimaat van ontmoeten in liefde. Jezus heeft het over de bruidegom die komt en waarvan je de komst voorbereid door te vasten.

Voor wie is die bruidegom? Voor mij, voor ons?


Over Joost Jansen

Joost Jansen is norbertijn van de Abdij van Berne – Heeswijk. Hij is pastoor van de parochies rond de abdij. Verbonden aan en woonachtig in de Abdij van Berne, is Jansen pastoor van de parochies te Dinther, Heeswijk en Loosbroek. Daarnaast is hij directeur van Berne Media. Een uitgeverij en boekhandel ten dienste van het uitdragen van de Goede Boodschap: liturgische uitgaven en bezinning. Jansen is actief betrokken bij de Stichting Leerhuis Limburg (locatie: Synagoge Meerssen) en verzorg in de Abdij van Berne leerhuizen. Zijn specialismen zijn Liturgie en joodse filosofie.

Reageer

avatar
wpDiscuz