Geweld en vrede


Het is deze dagen precies 20 jaar geleden dat de monniken van Thibirine in Algerije werden vermoord. Het was de basis voor de film Des hommes et des dieux (2010). Het zogenaamde “testament” van de prior (baas) van de kloostergemeenschap aldaar vind ik een hele sterke spirituele en interreligieuze tekst, waar we tijdens de maand van vrede bij stil kunnen staan. Terrorisme kent vele gezichten, vele godsdiensten en vele vaders. Laat ons daarom geïnspireerd zijn door de barmhartigheid van slachtoffers van geweld.

Als een terrorist mij vandaag vermoordt

“Als ik ooit – en dat kan vandaag al zijn – het slachtoffer word van het terrorisme, dat nu blijkbaar alle vreemdelingen wil treffen die in Algerije wonen, dan zou ik graag hebben dat mijn gemeenschap, mijn kerk, mijn familie zich herinneren dat mijn leven was gegeven aan God en aan dit land. Dat ze aanvaarden dat de enige Meester van alle leven niet vreemd kan zijn aan dit brute einde. Dat ze voor mij bidden: hoe zou ik een dergelijk offer waardig bevonden worden? Dat ze een verband leggen tussen deze dood en de even gewelddadige dood van zoveel andere mensen waaraan men onverschillig voorbijgaat, omdat de slachtoffers naamloos blijven.

Mijn leven is niet meer waard dan dat van een ander. Ook niet minder. In ieder geval heeft het niet meer de onschuld van de kinderjaren. Ik heb lang genoeg geleefd om te weten dat ik mede schuld heb aan het kwaad dat in de wereld helaas lijkt te zegevieren, zelfs aan het kwaad dat me blindelings kan treffen. Als het zover is, zou ik graag in een flits de luciditeit hebben die me in staat stelt vergeving te vragen aan God en aan mijn broeders in het menszijn en tegelijk van ganser harte hem te vergeven die mij ombrengt.

Ik ken ook de karikaturen van de islam die door een bepaald islamisme in de hand worden gewerkt.

Ik verlang een dergelijke dood niet. Het lijkt me belangrijk dit uitdrukkelijk te stellen. Ik zie immers niet hoe ik mij erover zou kunnen verheugen dat dit volk, waarvan ik houd zonder onderscheid, van mijn dood wordt beschuldigd. Wat men misschien de ‘genade van het martelaarschap’ zal noemen, is te duur betaald als ik ze verschuldigd zou zijn aan een Algerijn, wie dan ook, vooral als hij beweert te handelen uit trouw aan wat volgens hem de islam is.

Ik ken de minachting die de Algerijnen in het algemeen ten deel is gevallen. Ik ken ook de karikaturen van de islam die door een bepaald islamisme in de hand worden gewerkt. Het is al te gemakkelijk zich een goed geweten aan te praten door deze religieuze weg te identificeren met de verschillende vormen van fundamentalisme van zijn extremisten.

Algerije en de islam zijn voor mij iets anders, ze zijn een lichaam en een ziel. Dat heb ik, denk ik, vaak genoeg verkondigd. Ik heb niet verzwegen wat ik ervan ontvangen heb, en dat ik er zo vaak de leidraad van het evangelie in heb teruggevonden, dat ik trouwens in Algerije heb leren kennen op de knieën van mijn moeder, mijn allereerste kerk. En toen al gebeurde dat met respect voor de moslimgelovigen.

Mijn dood zal natuurlijk allen gelijk lijken te geven die mij afdeden als naïef of een idealist: ‘Zeg eens, hoe denk jij er nu over!’ Maar die mensen moeten weten dat wat mij het meest kwelt en nieuwsgierig maakt, eindelijk een bevrijdend antwoord zal krijgen. Ik zal immers, als het God behaagt, mijn blik kunnen laten opgaan in die van de Vader om samen met Hem naar zijn moslim- kinderen te kijken. Dan zal ik ze zien zoals Hij ze ziet, badend in het licht van Christus’ heerlijkheid, vrucht van zijn Passie en bekleed met de gave van de Geest, die altijd met verborgen vreugde gemeenschap tot stand zal brengen en, spelend met alle verschillen, de overeenkomsten herstelt.

Maar die mensen moeten weten dat wat mij het meest kwelt en nieuwsgierig maakt, eindelijk een bevrijdend antwoord zal krijgen.

Dit verloren leven. Helemaal van mij, helemaal van hen. Ik dank God die het blijkbaar in zijn geheel voor die vreugde heeft bestemd, ondanks en niettegenstaande alles.

In deze dank, waarmee nu alles over mijn leven is gezegd, sluit ik jullie natuurlijk ook in, mijn vrienden van gisteren en van vandaag, en jullie, mijn vrienden van hier, die samen met mijn moeder en mijn vader, met mijn zusters en mijn broers en hun familie het honderdvoudige zijn dat mij geschonken werd, zoals beloofd was!

En ook aan jou, mijn vriend van het laatste ogenblik, die niet geweten heeft wat je deed. Ja, deze dank en dit À-dieu zijn ook gericht aan jou in wie ik het gelaat van God zie. Moge het ons gegeven zijn elkaar als gelukkige moordenaars weer te vinden in het paradijs, als het God behaagt, die ons beider Vader is. Amen! Insha’allah!”

Algiers, 1 december 1993, Tibhirine, 1 januari 1994
Christian (de Chergé)


Over Hendro Munsterman

Hendro Munsterman is rooms-katholiek theoloog, docent dogmatische theologie en godsdienstwetenschappen aan de Université Catholique de Lyon en aan de internationale dominicaanse universiteit Domuni. Hij is actief in Frankrijk en Vaticaancommentator voor het Nederlands Dagblad. Daarnaast is hij bijzonder begaan met de oecumenische en interreligieuze dialoog.

Zijn motto: “Nu zien wij nog als in een spiegel, we zien raadselachtige dingen, maar straks zien we van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik nog slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals ik zelf gekend ben.” (1 Kor. 13,12)

Voorheen werkte Hendro Munsterman bij: Centre Théologique de Meylan-Grenoble, Université Pierre Mendes-France (Grenoble), Römisch-Katholische Kirche Basel-Stadt (Zwitserland), Fontys Hogescholen – Hogeschool Katholieke Leergangen (Amsterdam).

Reageer

avatar
wpDiscuz