De Koning en de vluchteling


Toen Mohammed voor het eerst openlijk in Mekka begon te preken, werden zijn vroegste volgelingen onderdrukt en vervolgd door de heersende machthebbers. Zij zagen in Mohammed een directe bedreiging voor hun autoriteit. Nadat het geweld alleen maar toenam stelde Mohammed zijn volgelingen voor om Mekka te verlaten en bescherming te zoeken in Abessinië (het huidige Ethiopië). Daar heerste een christelijke koning, genaamd Negus, die hen volgens Mohammed niet zou weigeren.

De profeet zelf werd niet direct bedreigd, omdat hij onder bescherming stond van zijn oom, Abu Taalib, die zelf ook hoofd was van een andere, machtige stam. Mohammed zei: “Als jullie naar Abessinië vertrekken is dat beter voor jullie, omdat het een vriendelijke omgeving is en de koning daar geen intolerantie toestaat. Blijf daar totdat God jullie verlicht van jullie last.” Een kleine groep moslims nam de aanbeveling ter harte en verliet Mekka om in Abessinië veiligheid te zoeken. Dit was de eerste hidjra (migratie) in de islam en vond plaats ca. 615 na Christus.

Moslims werden hevig vervolgd en Mohammed leefde onder voortdurende bescherming.

Koning Negus van Abessinië bood de vluchtelingen de gewenste veiligheid. Na een jaar hoorden zij dat de machthebbers in Mekka zich hadden bekeerd tot de islam. Er was dus geen reden meer om in Abessinië te blijven, dachten zij, en ze keerden terug. Maar toen ze in Mekka arriveerden, bleken de geruchten niet waar te zijn. De situatie was juist verslechterd: moslims werden nog heviger vervolgd en Mohammed leefde onder voortdurende bescherming. Ze verlieten daarom Mekka voor een tweede keer en de groep vluchtelingen was nu groter. Dit was de tweede migratie en wederom werd hen door koning Negus bescherming geboden.

De warme ontvangst van koning Negus alarmeerde de machthebbers in Mekka. Zij besloten een afvaardiging te sturen om de koning ervan te overtuigen de groep moslims aan hen over te leveren. De vluchtelingen in Abessinië werden onaangenaam verrast door de aanwezigheid van de Mekkanen. De Mekkaanse delegatieleider, genaamd ‘Amr, bracht koning Negus en zijn vertegenwoordigers waardevolle presenten. ‘Amr betoogde: de moslims waren geen vluchtelingen omdat ze onderdrukt werden, integendeel, ze hadden misdaden gepleegd en waren overtreders van de wet. De koning wilde echter ook het verhaal van de moslims horen, en sommeerde Djaafar, de zoon van Abu Taalib (Mohammed’s oom), naar het paleis van de koning om zich te verdedigen tegen de claims van ‘Amr.

Deze Djaafar voerde een memorabele verdediging ten overstaan van de koning. De iconische film The Message (1976), over de ontstaansgeschiedenis van de islam, bevat deze krachtige scene.

Menswaardigheid dient het leidende criterium te zijn in het opvangen van vluchtelingen.

Ik vind het bijzonder hoe dit indrukwekkende filmfragment een andere lading krijgt als je het plaats in deze tijd. Een tijd waarin oorlog, onderdrukking en de bijbehorende exodus van mensen actueler is dan ooit. De woorden van koning Negus zijn tijdloos. Hij zegt: “Het verschil tussen uw mensen en mijn mensen is niet groter dan de dikte van een lijn in dit zand.” Ofwel, de grond onder onze voeten is één.

Menswaardigheid dient altijd het leidende criterium te zijn in het opvangen van vluchtelingen. Omdat de actuele discussie over vluchtelingen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten uitgevochten lijkt te worden langs etnisch-religieuze lijnen, en omdat mensen steeds meer worden uitgedrukt in economische eenheden, is het misschien wederom aan de gelovige groep mensen om zich luider dan ooit uit te spreken. Samen met alle mensen die al meer dan voldoende hulp bieden. Onze tradities bieden voldoende aanknopingspunten en lessen om de gezamenlijke wortels te vinden. Daar hebben we geen Hollywood-film voor nodig.


De 1e gedachte van Enis Odaci: Op reis gaan…
De 2e gedachte van Enis Odaci: Over soldaten, gedenken en mensen.

Reageer

avatar
wpDiscuz