Herinneren en loslaten


Vasten zat nooit in mijn systeem. Het is een oerelement in vele religies, maar de protestants-christelijke traditie waar ik vandaan kom had meer met de verstandelijke kant van godsdienst. Bijbellezen en een gezonde leer waren belangrijk. Je kunt maar beter precies weten wát je gelooft, dan dat je uit gewoonte meedoet aan de door traditie overgeleverde rituelen.

In zekere zin kun je zeggen dat het protestantisme werkt met een tegenstelling tussen traditie aan de ene kant en een intellectueel, individueel geloof aan de andere kant. Natuurlijk is dat een valse tegenstelling.

Dat hadden de protestanten ook wel door, en om de overwaardering van het verstand wat te nuanceren gingen sommige protestanten hameren op een doorvoelde vroomheid, anderen benadrukten dat een echt geloof niet zonder een barmhartig leven (goede daden, medemenselijkheid!) kan en ook de aloude traditie kreeg weer ruimte.

Een goede ontwikkeling, natuurlijk, en zo gingen mijn mede-protestanten steeds vaker meedoen aan de ‘Veertigdagentijd’, een periode van vasten die het christelijke equivalent van de ramadan is.

Dit jaar deed ik voor het eerst zelf ook mee. Ik onthield me (veel minder moedig dan de islamitische vastentijd) veertig dagen van alcohol, koffie, vlees en vis.

Tijdens mijn eigen vastentijd ontdekte ik tot mijn eigen verrassing dat ik zelf een arme was

Op de middelbare school had ik een lesmethode ‘Levensbeschouwing’ die me vertelde dat de vastentijd in veel religies als doel had, dat je door je eigen onthouding wat meer stil kon staan bij de armen in de wereld. Een nobel, mooi motief om te vasten.

Tijdens mijn eigen vastentijd ontdekte ik tot mijn eigen verrassing dat ik zelf een arme was. Niet materieel – het ontbreekt me aan niets als het aankomt op inkomsten waarmee ik naast mijn huur en eten ook de nodige luxe kan bekostigen.

Ik ontdekte hoezeer ik gehecht was geraakt aan die bijzaken waar ik nu veertig dagen zonder moest. Aan een wat decadent eetpatroon, aan de kick van de cafeïne op diverse momenten op de dag en aan het mild verdovende biertje aan het eind van de dag.

Ja, zo verliepen mijn eerste vastenweken. Niet spiritueel, niet met een nieuwe sobere bezinning of met een vereenzelviging met de armoede van hen die het minder getroffen hebben. Mijn vastentijd was een confrontatie met mijn eigen zwakte.

Uiteindelijk nam dat toch een spirituele wending. Als theoloog ben ik het gewend om over God te spreken. Soms zelfs namens God. Mijn veertigdagentijd leerde me eens te meer dat ik God niet ben, dat ik God niet heb – en dat ik zonder zo’n vastentijd in de automatische piloot dreig te vervallen.

Als kind ging ik vaak naar Griekse eilanden op vakantie. Nog steeds heb ik een enorme liefde voor dat prachtige land. Ik kan blijven kijken naar de magnifieke kustlijnen, het weelderige groen en natuurlijk de bergen. Maar als ik er was, viel het me altijd op dat de Grieken zelf – de hoteleigenaars, de obers, de werklui – met hun rug naar de schoonheid stonden. Alsof ze helemaal niet zagen hoe ontzagwekkend mooi hun eigen eiland was.

Ik ben zelf ook het slachtoffer van achteloosheid

Ik ben zelf ook het slachtoffer van precies diezelfde achteloosheid. De automatische piloot ligt voortdurend op de loer. En dan wordt al het mooie dat me gegeven is – het eten en drinken, de rijkdom, maar meer nog: het verhaal van God waaraan ik mijn leven wijd – een platheid te krijgen die mij noch die schoonheid mooi uit de verf laat komen.

Tijdens die veertig dagen gebeurde het soms even: ik verstilde, ik werd nederig, ik liet vallen waar ik me voorheen aan vastklampte en ik kon weer bewonderen. Ik kon me weer verwonderen. Toen ik mijn eigen spirituele armoede confronteerde, besefte ik pas weer wat een rijkdom me gegeven was.

Nu is de ramadan in volle gang. Ik leef mee met de vromen die strenger vasten dan ik deed. En ik wens hen dezelfde ervaring toe die mij ten deel viel: dat ze, ieder op hun eigen manier en in hun eigen levensverhaal, weer even los kunnen laten wat ze ten onrechte vasthielden zodat ze opnieuw de geest kunnen ontvangen die al die tijd als een heilige wind door hun struiken ritselde.


Over Alain Verheij

Alain Verheij is theoloog (onderzoeksmaster, Leiden 2014) en promoveert op oude Ugaritische geschriften. Hij vindt het wel zo relevant om intussen over God te twitteren, te bloggen en te spreken. Daarom zijn zelfgekozen naam: “Theoloog des Twitterlands” Hij heeft ook een eigen website.

Verheij deed en doet veel. Zo is hij curator van het Blendle-kanaal Geest, schrijver met eigen kanaal bij Reporters Online, voorheen TPO Magazine, brainstormer, naamgever en blogger van Lazarus Magazine, mede-oprichter De Leven Ede. Eerder was hij redacteur en actief blogger bij Staat Geschreven en Zinvloed [beide in maart 2016 gesloten].

Alain Verheij is erg actief op Twitter, scherp, grappig en altijd met kennis van zaken.

Reageer

avatar
wpDiscuz