We worden uitgedaagd


Vlak voor het begin van de Ramadan bezocht ik een militaire basis in Noord-Afghanistan. Over dat bezoek zijn veel bijzonderheden te vertellen, maar één daarvan is de wijze waarop de militairen voorbereid werden op de Ramadan. Aan de Nederlandse militairen werd allereerst iets uitgelegd over de betekenis van de Ramadan voor moslims. ‘Zij vasten om hun ziel te louteren, zij hopen in deze periode ruimschoots aandacht te geven aan familiebanden en zij willen werken aan vergeving’, zo luidde de uitleg.

Met respect werd er gesproken over de cultuur van het land waar de militairen naar uitgezonden waren. Zij kregen een aantal tips aangereikt. Ook werd gemeld dat men verwachtte dat het in het begin van de Ramadan heel rustig zou zijn, ook tussen moslims onderling, maar hoe na verloop van tijd de uitputting toe kon slaan en hoe dat snel tot irritatie en juist daarmee ook tot agressie zou kunnen leiden.

Ieder jaar weer fascineert het me hoe de vastentijd van moslims zich verhoudt tot de vastentijd die christenen kennen.

Ik vond het wel bijzonder om op zo’n afstandelijke manier de vastentijd te horen beschrijven. Ieder jaar weer fascineert het me hoe de vastentijd van moslims zich verhoudt tot de vastentijd die christenen kennen. In deze militaire omgeving was merkbaar dat het vasten van moslims alom bekend is, terwijl het beeld van vastende christenen veel diffuser is en daarmee nauwelijks ooit een onderwerp van gesprek in de publieke ruimte.

Het is duidelijk dat het in de Bijbelse traditie wel degelijk een plaats heeft. Zowel in de Hebreeuwse Bijbel als in de evangeliën komt het volop ter sprake. De oproep van Jezus om er niet al te openlijk blijk van te geven, past veel Protestanten goed. Protestanten zijn altijd voorzichtig met het pronken met vroomheid of met de suggestie dat zij met daden iets zouden kunnen verdienen.
Toch wordt er de laatste jaren ook in protestantse kringen wel meer en meer gesproken over vasten. De zeven weken die aan het Paasfeest voorafgaan zijn voor orthodoxen en rooms-katholieken vastenweken. Meer en meer protestanten beschouwen deze periode, – de veertigdagentijd -, ook als een periode van inkeer en bezinning waarin het behulpzaam kan zijn om op enigerlei wijze gestalte te geven aan ‘vasten’.

Dat de traditie van vasten eigenlijk niet de onze is, geeft ruimte om te vragen naar de eventuele zin van vasten en om aan de betekenis van vasten een eigen vorm te geven.

‘Wat houdt jou van God af? Wat brengt je dichterbij dat wat God van ons vraagt? Welke afgoden dienen ontmaskerd te worden? Wat vragen gerechtigheid en vrede van mij?’

Diverse keren deelde ik die vragen aan het begin van de veertigdagentijd met anderen. En ik herinner me hoe ik mensen mooie beslissingen zag nemen voor een iets gestructureerder leven tijdens de veertigdagentijd. Geen alcohol. Elke dag een kaartje sturen naar iemand die ik al te lang niet gezien of gesproken heb. Een spaardoosje op tafel en een iets soberder maaltijd, zodat we ook iets weg kunnen geven aan wie hulp kan gebruiken. Geen koffie. Iedere dag een moment van rustig studeren plannen. Het zijn maar een paar ideeën, waarvan ik weet dat ze mensen geholpen hebben.

Het Bijbelse getal veertig staat symbool voor een opmaat die verandering mogelijk maakt.

Niet voor niets staat het Bijbelse getal veertig symbool voor een opmaat die verandering mogelijk maakt. Veertig dagen met een iets aangepaste levensstijl kan helpen om met slechte gewoonten te breken, om iets nieuws in te oefenen, om een nieuw besef te laten groeien. Vasten zit Protestanten niet in het bloed. Op eigen wijze onderzoeken wat geloof kan betekenen en wat een levenshouding kan opleveren, is wel echt protestants.

Diegenen in onze samenleving die wél vasten, dagen ons uit. En over en weer kunnen we voor elkaar iets betekenen. Al te strikte wetten rond het vasten kunnen misschien tot frustratie leiden. De uitnodiging tot een periode van beheersing, inkeer en bezinning heb ik zelf al verscheidene malen als bevrijdend ervaren. Mogen de verschillende visies op vasten ons helpen om wederzijdse bronnen van wijsheid aan te boren en te benutten.


Over Karin van den Broeke

Karin Van den Broeke groeide op in een omgeving waar de kerk nauwelijks een rol speelde. Na de middelbare school ging zij rechten studeren in Leiden. Haar toenmalige vriend volgde catechisatie bij de “hofpredikant” Carel ter Linden. Zij ging mee en de bijbellessen inspireerden haar zozeer dat zij besloot te stoppen met de studie rechten en theologie te studeren.

Van den Broeke maakte al langere tijd deel uit van de synode en is sinds 2011 bestuurslid van de Bond van Nederlandse Predikanten. Op 17 januari 2013 werd Van den Broeke in Lunteren voor een periode van vijf jaar gekozen als preses van de Generale Synode van de Protestantse Kerk. Zij is de eerste vrouw in die functie. De kritiek op haar benoemingen in kringen binnen de kerk waar anders wordt gedacht over de rol van de vrouw in het ambt was mild.

De preses haalde in augustus 2014 uitgebreid het nieuws doordat zij stelde dat koning Willem-Alexander het weinig over God had. Zij zei: “Tot nu toe is God niet sterk in zijn toespraken naar voren gekomen, en dat was opvallend”. Een andere opvallende, maar verbindende, uitspraak deed ze in mei 2015. In een radiointerview zei ze dat Tweede Pinksterdag ingeruild zou kunnen worden voor een joodse of islamitische feestdag.

Reageer

avatar
wpDiscuz