“Wat vind jij van Ebru Umar?”


Ach, mijn ziel. Die vraag wordt mij voortdurend gesteld. Het is de meest gestelde vraag na die andere veelgestelde vraag: “Wat vind jij van IS?” En daarvoor was de meest gestelde vraag: “Wat vind jij van Charlie Hebdo?” Ik kan dit rijtje, nu ik erover nadenk, indrukwekkend lang maken. Deze vragen bestrijken namelijk inmiddels anderhalf decennium, tot aan de allereerste vraag, de Moedervraag zeg maar: “Wat vind jij van Bin Laden?” Dat was de meest gestelde vraag na de aanslagen op de Twin Towers. Het debat over de islam en allerlei aanverwante multiculturele zaken brak toen in alle hevigheid los. Een storm die nog steeds niet is gaan liggen. Ik wacht met smart op de volgende vraag, en de volgende, en de volgende.

“Wat vind jij van Ebru Umar?”

Ach, Turkse Nederlander. Waarom heb je toch van die lange tenen? Je bent inmiddels derde generatie gastarbeider, ofwel honderd procent Nederlander. Je spreekt Turks met een accent, maar toetert midden in de nacht nog steeds als een dolle, wanneer het Turkse elftal een voetbalwedstrijd van Oranje wint. Je droomt over een baan in Turkije, het liefst bij de Turkse overheid. Denk je echt dat het daar beter is dan hier? Heb je niet gezien hoeveel mensen met hangende pootjes terugkomen naar Nederland, vanwege de sociale voorzieningen, de vrijheden? Of was je de Turkse roddelcultuur vergeten? En dan maak jij je druk om een columniste die iets van een president vindt? Waar liggen jouw loyaliteiten, abi?

“Wat vind jij van Ebru Umar?”

Ach, blanke, autochtone vragensteller. Zie je nu niet dat je stigmatiseert? Dat je van Nederlanders met toevallig zwart haar, zonder enige serieuze aanleiding, opeens Turkse-Nederlanders hebt gemaakt? Dat je precies in de valstrik van de wij-zij samenleving stapt? Besef je niet dat je het wantrouwen voedt en dat je de welwillenden van je vervreemdt? Dat je bewust of onbewust vooroordelen hebt, discrimineert en veroordeelt, en al dat soort verschrikkelijke dingen? Dat je precies doet wat Wilders juist wíl dat je doet? Zie je het echt niet?

“Wat vind jij van Ebru Umar?”

Ach, opiniemaker. Wat zou het mooi zijn om het verschil tussen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van beledigen te vatten in goede essays, verhalen en gedichten. Iemand in het wilde weg een geitenneuker noemen is niet echt verheffend. Ik kan me voorstellen dat mensen vooral vallen over het woord en niet de gesuggereerde daad. Als je kwetst, doe dat dan met stijl. Als je kritiek uit, verhef dan het woord, niet de stem. Zeg, of schrijf bijvoorbeeld: “O jij, berijder van hoefdieren!” Daar valt niemand zich een buil aan en het levert misschien nog een glimlach op. Dan hoeft niemand gearresteerd te worden. Tussen lange tenen en lange armen zit niet zoveel verschil. Tussen een poëtische linkse hoek en een onhandige duw zit daarentegen heel veel verschil.

Iemand in het wilde weg een geitenneuker noemen is niet echt verheffend.

“Wat vind jij van Ebru Umar?”

Ach, sluwe politicus. Wat wijs je slim naar anderen. Is er niet voor elke misstand in Turkije eentje dichter bij huis te benoemen? Daar geen kritiek op de President? Hier geen kritiek op de Koning. Daar stigmatisering van minderheden? Hier de stigmatisering van minderheden. Daar gooien ze bommen op Koerden? Hier helpen wij bommen gooien op Syriërs. Lange armen, lange tenen, het bekt zo lekker. Parallelle samenlevingen, mislukte integratie, grote woorden zijn het. Misschien is een beetje pragmatisme en dankbaarheid wel gepast: het mag wat kosten om drie miljoen vluchtelingen op te vangen. Toch?

“Maar serieus, wat vind jij nu van Ebru Umar?”

Ik? Ik ben voor vrijheid. Die is blijkbaar nog steeds multi-interpretabel en voor velen helemaal niet vanzelfsprekend. Vooral voor schrijvers. Daarom hebben we allemaal veel, heel veel huiswerk op ons bordje liggen. En weet je wat? Misschien moeten we samen maar weer eens een kopje thee drinken, jij en ik. Thee. In een Turks theehuisje. Twee suikerklontjes, een beetje baklava erbij. Dan kijken we elkaar in de ogen aan, en praten we over wat ons echt dwars zit. Geen gesprek over koetjes en kalfjes, of geiten. Maar een gesprek over waarom we toch zo vaak boos zijn op elkaar.

Meer info?

Over de auteur

Enis Odaci

Enis Odaci kunt u vragen voor redactie, columns, preken, lezingen, mediabijdragen en theologische beschouwingen op het gebied van politiek, media, islam en interreligieuze dialoog.

Reageer

avatar
Sorteer op:   nieuwste | oudste | meest gestemde
Gerrit Ruiterkamp, Wijchen
Gast
Gerrit Ruiterkamp, Wijchen

Je houdt ons een heldere spiegel voor op 4 mei!

wpDiscuz