Sinan Çankaya is cultureel antropoloog en als postdoc onderzoeker werkzaam aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is gespecialiseerd op de politieorganisatie, discriminatie en diversiteitsmanagement. Çankaya vormt een opvallend nieuw geluid in het mediadebat over discriminatie en etnische profilering. Over de arrestatie van columnist Ebru Umar in Turkije schreef hij onlangs een tot nadenken stemmend artikel, en getuigde wederom in het bezit te zijn van een scherp oog. Nieuwwij spreekt met hem over de zaak Umar en over de felle polemiek die haar arrestatie heeft veroorzaakt in Nederland.

door: Enis Odaci

Om met de deur in huis te vallen: het Turkse consulaat in Nederland riep onlangs op om beledigingen tegen Erdogan aan te geven. Ben jij al aangesproken?

Ach, welnee. Wie ben ik?

Hoe duid jij als cultureel antropoloog het debat dat ontstaan is na het vasthouden van Ebru Umar vanwege haar tweets over de Turkse president?

Het debat is een voorbeeld van een samenleving die zichzelf enkel observeert middels de Ander. Ditmaal via lichtgeraakte ‘Turken’ met lange tenen, want wij respecteren de vrijheid van meningsuiting. Hiervoor waren het ‘de Marokkanen’, want wij zijn zuiver. Straks zijn het weer ‘de vluchtelingen’, want wij zijn mensen. Ik veroordeel de politiek van Erdoğan, maar wil geen aandeel hebben in de islamofobe en racistische grondtoon van de kritiek op Turkije. Neem bijvoorbeeld de foto van Erdoğan in De Telegraaf waarbij hij werd afgebeeld als een aap op een rots. Waarom is het niet mogelijk om kritiek te leveren zonder in deze valkuil te stappen? Door de meest ongunstige samenloop van omstandigheden heb ik me solidair moeten betuigen aan Ebru Umar. Ik druk me zachtjes uit als ik zeg dat ik geen fan van haar ben, maar stukjesschrijvers arresteren is onacceptabel.

Kun je verklaren waarom Turkse Nederlanders zich luid en duidelijk roeren in dit debat?

Ik kan er enkel over speculeren, ik ben geen expert op het gebied van “Turkse aangelegenheden”, hoewel ik graag Turkse thee drink, backgammon speel en naar Sila luister. Ik denk dat in algemene zin migrantenjongeren, ook buiten de Turkse Nederlanders, zich bewust zijn van de dubbele maat die wordt gehanteerd inzake de vrijheid van meningsuiting. Mensen voelen zich aangevallen en duwen terug. Het is ergens ook bemoedigend om te zien dat een jonge, zelfbewuste generatie van Nederlanders met een migrantenherkomst voldoende mediawijs is om weerwoord te bieden in de arena van verhalenvertellers. Deze nieuwe generatie voelt haarfijn aan dat er iets niet klopt en dat er met twee maten wordt gemeten. De mobiliserende verzetskracht van sociale media blijkt cruciaal. Omdat toegang van migranten tot traditionele kanalen, zoals televisie, radio en kranten nog steeds moeizaam verloopt, en dit vooral roomwitte bolwerken blijven, speelt met name Facebook een belangrijke rol om andere verhalen te delen.

Is niet tegelijkertijd ook de opdracht aan een deel van de Turkse Nederlanders dat ze dezelfde vrijheden toekennen aan anderen?

Ja, dit blijkt een moeizame opdracht, voor eenieder. Wanneer we het over vrijheid hebben, dan gaat het vaak om onze vrijheid en het beknotten van de vrijheid van een ander. Ik heb dat recent zelf mogen meemaken toen ik, naar mijn eigen oordeel, een weeïg stuk schreef over ‘De Echte Turk’ en vervolgens intimiderende berichten heb mogen ontvangen van ultranationalistische, maar ook pro-Erdoğan Turken.

Deze nieuwe generatie voelt haarfijn aan dat er iets niet klopt en dat er met twee maten wordt gemeten.

Ik zie parallellen met de mechanismen in politiek en media na een aanslag door jihadisten. Men wil dat er stelling wordt genomen door moslims. Nu zijn het de Turken die worden bevraagd op hun loyaliteit. Duidt dat op een gebrekkige integratie?

Nee, het betekent alleen dat er in het dominante denken over integratie in Nederland een mechanisme bestaat waarbij migranten voortdurend geconstrueerd kúnnen worden als de buitenstaanders, als de outcasts van de Nederlandse samenleving. Het betekent dat er een vocabulaire bestaat, een infrastructuur aan denkbeelden en praktijken waaruit we kunnen putten, en dat het intuïtief ook aan een bepaald gevoel appelleert waardoor mensen denken: ja inderdaad, ze zijn gewoon onvoldoende geïntegreerd, het zal vast komen door de schotelantenne. De vooronderstelling is dat de nationale loyaliteit van Turkse Nederlanders eenzijdig aan de Nederlandse nationale gemeenschap moet toebehoren, en bij voorkeur hun religieuze loyaliteiten volledig worden uitgegomd, vanwege het Nederlandse zelfbeeld van secularisme. Deze mechanismen zijn illustrerend voor het ongemak in Nederland met pluriformiteit. In de kern betekent het: gedraag je als ‘ons’ – een altijd problematisch onsje – en je mag erbij horen.

Het debat wordt vaak gekleurd door de woorden ‘onze waarden en normen’. Hoe kijk jij hier tegen aan?

Degenen die termen als ‘onze waarden en normen’ gebruiken, camoufleren het racialiserende en culturalistische karakter van hun poging tot uitsluiting niet. Racialiserend, omdat ‘onze’ in de regel duidt op een verbeelde wij-groep van ‘oorspronkelijke’ witte Nederlanders. Culturalistisch, omdat het idee bestaat dat die verbeelde wij bij de geboorte is toebedeeld met een ingebakken set van superieure waarden waar migranten verschoond van zijn gebleven. De uitspraak ‘onze waarden en normen’ is inzet van een verbeelde culturele betekenissenstrijd tussen oorspronkelijke bewoners en relatieve nieuwkomers. De woorden zijn bedoeld om die nieuwkomers terecht te wijzen.

Vind jij dat er sprake is van een parallelle samenleving op basis van deze case?

Absoluut niet. Het begrip ‘parallelle samenleving’ impliceert dat er naast de ‘normale’ samenleving een ‘parallelle samenleving’ bestaat en er klaarblijkelijk geen contact is tussen de twee ‘werelden’. Die vooronderstelling is onhoudbaar, vooral in een tijdperk waarbij iemand met een iPhone en een internetverbinding digitaal en sociaal is ‘vernetwerkt’. Daarbij gaat het er niet om dat mensen aan zelfafzondering doen, het gaat erom dat ze de onjuiste ideeën aanhangen.

Kun je een voorbeeld geven?

Een paar jaar geleden vonden de Gezi Park-protesten plaats in Turkije tegen het beleid van premier Erdoğan. De zorgen over een verbeeld thuisland hebben toen onder de Turkse diaspora dagenlange protesten gemobiliseerd. Ook in Nederland. De tijdelijke mobilisering van Turkse sentimenten, gevoelens en loyaliteiten werd echter op geen énkel moment in de Nederlandse media en politiek ter discussie gesteld toen. Geen enkele keer. Het bewijst dat begrippen als afzondering, meervoudige loyaliteiten en transnationalisme normatief zijn: bepaalde vormen van ‘etnische’ afzondering zijn acceptabel, andere niet. Wanneer de onderscheidingen gebaseerd zijn op moderne, verlichte en seculiere waarden, dan zijn ze tijdelijk toegestaan. Concreter: zolang de witte meerderheid instemt met het onderscheid, dan mogen migranten zich tijdelijk en duurzaam afzonderen.

Met de schotelantenne als passend symbool.

De schotelantenne is daarbij hét symbool van deze grensoverschrijdende loyaliteit, van transnationalisme. Het is een middel waardoor Turkse Nederlanders zich betrokken voelen met hun verbeelde thuisland. Welnu, Turks Nederlandse mediamensen die de schotelantenne problematiseren, die zul je niet horen over Turkse Nederlanders die ook naar de BBC of de ZDF kijken. Kosmopolitisme is immers geen probleem. Het gaat erom dat die Turkse Nederlanders die ze bekritiseren, in hun ogen, verkeerde ideeën ondersteunen, naar de verkeerde mensen luisteren.

Spelen er bij autochtonen en allochtonen, om die opdeling maar weer te gebruiken, onderhuids factoren zoals discriminatie, stigmatisering en uitsluiting?

Processen van insluiting en uitsluiting vormen een onlosmakelijk onderdeel van dit debat. Het gaat om onderliggende machtsverhoudingen. Om in de woorden van de sociologen Elias en Scotson te spreken, het gaat om insiders die outsiders in een positie van relatieve machteloosheid pogen te dwingen, en om de outsiders die dat niet pikken, en zich weren, terwijl ze minder machtsmiddelen tot hun beschikking hebben.

Wat is er nodig om de spanningen in de samenleving te nuanceren?

Ik vraag me af of er behoefte is aan nuance of juist meer polarisatie, vanzelfsprekend binnen de kaders van de rechtstaat. Ik moet het antwoord schuldig blijven. Meningsverschillen en conflicten horen bij een gezonde democratie. Juist vanwege de pluriformiteit aan meningen en opvattingen in het ‘publieke debat’, zal ‘het publieke debat’ voor velen lijken op een eindeloze herhaling van zetten. Dit is hartstikke frustrerend, maar vooral een goede zaak. Zolang we ons ergeren aan de idiote en ondoordachte meningen van een ander, functioneert de democratie.

Meer info?

Reageer

avatar
wpDiscuz