Tussen pacifisme en geweld


Regelmatig ontstaat in verschillende media een discussie over de pacifistische Jezus versus de geweld gebruikende Mohammed. In deze discussie blijft het maar gaan over wat de essentie is van beide religies, en uiteindelijk wat de beste religie of levensbeschouwing is, en welke niet. 1] Jezus gebruikte geen geweld, dus in essentie moet het christendom geweldloos zijn, Mohammed gebruikte geweld (terecht of niet), dus in essentie moet de islam gewelddadig zijn of de potentie tot geweld hebben. In mijn ogen is dat niet de oorzaak voor het gebruik van geweldloosheid of geweld door de volgelingen van religies. Los van politieke en economische redenen hebben de verschillende benaderingen tot de verlossingsvraag in religies verschillende ethische consequenties. Hoe men verlossing ziet heeft effect op hoe men religie construeert, de doeleinden, en de geboden en verboden. Verlossing kan men op drie manieren benaderen: het bestaan kan vergeleken worden met een marathon waarbij iedereen tegelijk (universalistisch), of, uiteindelijk toch over de finish komt (inclusivistisch), of een toernooi met uitvallers (exclusivistisch). 2]

Gastblog door: Arnold Yasin Mol

Universele en exclusieve benadering
De universele benadering relativeert alles – ideeën en daden – en dat geeft juist weer ethische problemen betreffende kwaad handelen. Er is een verschil tussen dat alles goed komt en dat alles goed is, maar universele benaderingen zijn voornamelijk gericht op maximale acceptatie van pluralisme en goddelijke goedheid, waardoor zij zelden kwaad op zichzelf goedpraten of promoten. De inclusieve benadering hanteert nog steeds een idee van beste religie (een specifieke religie, of een type religie, is als eerste over de finish), maar waarbij verliezen niet automatisch hetzelfde is als verloren zijn, zoals in het exclusieve model. Zowel verschillende joodse stromingen, als de RK-kerk, als verschillende Protestantse stromingen, als verschillende islamitische stromingen geloven in universele of inclusieve modellen, en deze hebben en kunnen tot ethische overeenkomsten komen. Ze hebben een gezamenlijke oorsprong, objectief en visie. Geweld is dan een verzaking van die verplichte zoektocht naar ethische overeenkomsten.

Bij het exclusivistische model heb je twee varianten: de “ik moet goed doen naar jou vanwege mijn eigen redding en misschien om jou te bekeren” (passief-exclusivisme), en de “jij bent toch verloren dus ik help even mee met het bekendmaken van de selectie” (actief-exclusivisme). De passieve groep orthodoxen/fundamentalisten botsen vaak met de pluralistische maatschappij, maar vermijden voornamelijk geweld. 3] De actieve groep niet. Uiteindelijk gaat het om deze groep, aanwezig in alle grote religies, waarmee omgegaan moet worden zonder de eigen ethische overeenkomsten te overtreden. En dat is heel moeilijk.

Mohammed
In de discussie over Mohammed en de vroege islam blijft het voor mij als islamwetenschapper bizar hoe stellig men met zoveel vertrouwen wéét wat Mohammed wel of niet is, wat hij wel of niet heeft gedaan, wat de Koran wel of niet zegt. De meeste geleerden in de klassieke en moderne islam zie je met terughoudendheid praten, ethische vragen stellen bij moeilijke teksten en bronnen afwijzen als zij ethische idealen tegenspreken. De klassieke islam was meer van het marathon-model, want uiteindelijk oordeelt alleen God als barmhartige (agnostisch over verlossing). 4] Het zijn de klassieke en moderne interpretaties van het inclusieve marathon-model die de meest wetenschappelijke en ethisch-verantwoorde interpretaties hebben binnen de bronnen en traditie. Maar Mohammed wordt vanuit westers-christelijke visie voornamelijk benaderd als een actief-exclusivist, waarbij men compleet voorbij gaat aan het feit dat hij bijvoorbeeld juist vele verdragen sloot met andersgelovigen. 5] Ook uit de Koran kan men alleen een actief-excluvistisch model halen wanneer men verzen elkaar laat opheffen (abrogatie/Naskh). Men moet dus juist de meerderheid van de verzen van de Koran wegstrepen om tot een actief-excluvistisch model te kunnen komen. Dat zegt voor mij al genoeg als het gaat om de vraag welk model het dichtst bij de tekst ligt. 6]

Tweede Vaticaanse Concilie
Tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie in de jaren ’60 kwam de Katholieke kerk tot enkele belangrijke verklaringen (o.a. Nostra Aetate) 7] waarbij vrijheid van religie en de inclusieve benadering tot andere religies tot centrale geloofswaarden werden verklaard. De islam heeft geen paus, maar meerderheidsinterpretaties, en de meerderheidsinterpretaties benadrukken juist dat de Koran verzen bevat die men kan zien als vergelijkbare verklaringen als aanwezig in Nostra Aetate:

Koran 2:62: “Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij hun Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.

Muhammad ‘Abduh (d. 1905), de oud-mufti van Egypte, zegt over dit vers: “En dit vers is niet problematisch betreffende het verplichte geloof in de profeet, omdat Gods woord iedere religie of geloofsgemeenschap met een profeet en specifieke openbaring benadert. En dus is geloven in hun verlossing in het hiernamaals niet onmogelijk omdat zij moslim, joods, christen of Sabiër zijn bijvoorbeeld, dus zegt God: Verlossing is er niet door tot een specifieke soort religie te behoren, maar door als persoon waar geloof te hebben en goede daden te doen die de conditie van de mensheid verbeteren.” 8]

De oud-mufti van Tunesië, Ibn ‘Ashur (d. 1972), ziet vers 2:256 als absoluut geldend, zich baserende op de klassieke regel dat de Shari’a gericht is op het beschermen van religie en de rede, en dat kan alleen wanneer er vrijheid van religie is:

“In de godsdienst is geen dwang. Redelijk inzicht is duidelijk onderscheiden van verdorvenheid. Wie dan ongelovig is aan tirannie maar gelooft in God, die houdt de stevigste handgreep vast, die niet afbreekt. En God is horend en wetend.” 9]

Dit zijn niet simpel moderne lezingen, ook klassieke lezingen presenteren een inclusief model, zoals het commentaar van de 12e eeuwse Koran-exegeet al-Razi (d. 1209) op Koranvers 3:64 dat de “mensen van het boek (Ahl al-Kitāb)” aanspreekt, joden en christenen en iedereen die openbaringsreligies hebben, om tot een gelijkwaardige overeenkomst (kalimatin sawa’in) tussen hen en de moslims te komen. Al-Razi begrijpt deze oproep op een manier die zeer modern aanvoelt:

“Betreffende de uitspraak van God de verhevene: {“Naar een gelijkwaardig woord (kalimatin sawa’in) tussen ons en jullie”} die heeft de betekenis dat men streeft naar een overeenkomst van onpartijdige rechtvaardigheid (kalimah fīhā insāf) vanuit ons en vanuit jullie, en dat we onze eigen mensen niet voortrekken. En gelijkheid (al-Sawā’) is gelijkwaardige rechtvaardigheid (al-‘Adl) en onpartijdigheid (al-insāf), en dat is omdat de waarheid van onpartijdigheid is dat men iets opgeeft voor de andere partij en de verplichting dat men alle onderdrukking (al-Thzulm) naar elkaar toe verlaat. En men verkrijgt dat alleen wanneer men zich opgeeft voor de ander, dus wanneer men onpartijdig is en onderdrukking opgeeft. Dan is er sprake van gelijkheid tussen hem en de ander en verkrijgt men gelijkwaardigheid.” 10]

Inclusief model
Om de letterlijke teksten van deze Koranverzen, die duidelijk een inclusief model hanteren, iets anders te laten betekenen, moet men afwijken van de letterlijke tekst. Dat sommige moslims dat hebben gedaan is een ontkenning geweest van hun eigen openbaring, maar dat haalt niet weg dat de Koran een inclusief model voorstaat. Hetzelfde geldt voor verzen met conflict-ethiek, uiteindelijk blijven die teksten eindigen met:

Koran 4:90 “Behalve hen die zich aansluiten bij mensen met wie jullie een verdrag hebben of die met beklemd gemoed tot jullie komen omdat zij tegen jullie zouden moeten strijden of tegen hun eigen mensen strijden. Als God gewild had, dan had Hij hun macht over jullie gegeven en dan hadden zij zeker tegen jullie gestreden. Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God jullie geen weg om tegen hen op te treden.” 11]

Discussies over “wat de beste religie” is, zijn onzinnig. Die hebben meer met persoonlijke hermeneutiek, iemands achtergrond, ervaringen, kennis, persoonlijkheid etc., te maken. Waarom men andere religies ver van het beste wil zien, heeft vaak met aannames en onwetendheid te maken. Maar ook met het niet geïnteresseerd zijn of het serieus nemen van de Ander wanneer hij/zij positieve interpretaties van zijn/haar religie presenteert, door het te bagatelliseren als inauthentieke interpretaties. 12] Dit staat oprechte ethische overeenkomsten in de weg. En dat is in mijn ogen het echte probleem. De vraag zou dus niet moeten zijn wat zijn de beste of slechtste religies omdat deze religies reduceert tot essentialistische claims, maar wat zijn de beste interpretaties en verlossingsbenaderingen die gelovigen presenteren om tot ethische overeenkomsten te komen en hoe kunnen we samen actief-exclusivtische interpretaties tegengaan. Zo kunnen we tot een gelijkwaardig woord komen.

Voetnoten:

1] Zie hier de laatste toevoeging aan deze discussie: http://www.nieuwwij.nl/opinie/mohammed-geen-jezus-dat-een-ramp/

2] Ik reduceer de benaderingen nu tot drie, maar ze zijn natuurlijk religiewetenschappelijk gezien in vele subcategorieën uiteen te zetten. In universalistische benaderingen zijn er geen goede of foute levensbeschouwingen, en vaak ook geen goede of foute daden, dus ieder mens zal verlossing verkrijgen. Men kan slechte religies en kwade daden wel afwijzen, maar verlossing is wat aan de mens voorwaardeloos wordt gegeven, niet verkregen. In inclusivistische benaderingen zijn er meerdere goede levensbeschouwingen en ethiek (doordat zij overeenkomstige oorsprong, concepten en/of ethiek hebben). Verlossing is niet geheel voorwaardeloos, men verkrijgt het door meteen al goed te doen, of door eerst een straf te ondergaan. Niet alle inclusieve benaderingen geloven dat iedereen verlost wordt, maar maakt de verloste groep wel zo groot mogelijk. Exclusivistische benaderingen accepteren alleen een enkele (specifieke vorm van) levensbeschouwing en/of ethiek als sleutel tot verlossing, alle anderen leiden tot verdoemenis. Voor een discussie over verlossingsbenaderingen zie: Martin Riesebrodt, The Promise of Salvation: A Theory of Religion  (2010). Okholm & Philips, Four Views on Salvation in a Pluralistic World (1996).

3] Voor een eerdere analyse van mij over religie, pluralisme en ethiek, zie: https://www.academia.edu/2604867/Wij_zijn_allemaal_de_Ander_Het_onontkoombare_van_pluralisme

4] Voor argumentaties voor universele, inclusieve en exclusieve benaderingen in de islam, zie: Mohammad Khalil, Between Heaven and Hell: Islam, Salvation, and the Fate of Others (2013)

5] Zie: https://covenantsoftheprophet.wordpress.com. Robert Hoyland wijst in zijn nieuwste werk er ook op dat vele veldslagen en veroveringen in de vroege islam wel door Arabieren werden gedaan, maar niet automatisch door moslims die zich juist kenmerkten door gebieden in te nemen via verdragen. Veel van de Arabische veroveringen zijn later geclaimd als islamitisch door moslimhistorici. Deze historici negeerden ook het religieus pluralistisch karakter van de moslimlegers die ook uit christelijke en joodse soldaten bestond. Hoyland, In God’s Path: The Arab Conquests and the Creation of an Islamic Empire (2015), 55-57

6] Voor een zeer goed overzicht, zie: Ahmed al-Dawoody, The Islamic Law of War: Justifications and Regulations (2011)

7] http://rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=610

8] Muhammad Rashid Ridda, Tafsir al-Qur’an al-Karim al-Shir bi-tafsir al-Manar (Dar al-Fikr), 1:244.

9] Ibn ‘Ashur, Tafsir al-Tahrir wa al-Tanwir, (Dar Sahnun lil-Nushr walTawziy‘a), 3:25-28.

10] Fakhr al-Dīn al-Rāzī, al-Tafsīr al-Kabīr ’aw Mafātīh al-Ghayb (Dār al-Kutub al-‘ilmiyyah), 7:76. Voor een verdere analyse van dit vers door klassieke geleerden, zie deze link. Dit vers heeft de titel gegeven aan het grootste interreligieus project tussen moslims en christenen: www.acommonword.com

11] Voor een analyse van de Qur’anische conflictethiek, zie: Mahmud Shaltut, The Qur’an and Combat (2012), http://rissc.jo/books/en/018-Quran-Combat.pdf

12] Zie een eerder artikel waarin Enis Odaci, Jonas Slaats en ik, ons mengden in de discussie: http://www.nieuwwij.nl/opinie/beker-of-zwaard/


Over Arold Yasin Mol

  • Arnold Yasin Mol studeert Islamitische Theologie en Religiewetenschappen (Leiden universiteit) en richt zich op theologisch-antropologische constructies (God-en mensbeelden) binnen de islamitische theologie (‘ilm al-Kalam, ‘Aqida), exegese (tafsir), en rechtsfilosofie (Usul al-Fiqh) in relatie tot het mensenrechten discours. Eerder studeerde hij o.a. Biochemie en Christelijke Theologie. Hij is medeoprichter van het internationale Islam and Human Rights Institute (IHRI). Daarnaast heeft hij meerdere academische publicaties op zijn naam staan en assisteerde hij bij o.a. twee Qur’an vertalingen. Voor Fahm instituut doceert hij islamwetenschappen met specialisatie theologie en tafsir. Ook is hij onderdeel van het dagelijks team.
  • Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website Nieuwemoskee.nl
  • Lees meer van Arnold Yasin Mol op de website Nieuwemoskee of volg een van zijn cursussen via FAHM instituut.

Reageer

avatar
wpDiscuz