In het artikel “Nederlandse kinderkoran ligt gevoelig bij moslimouders” (Zaman, 14 april), peilt Fouad el Haji de reacties bij islamitische ouders over de aanstaande publicatie van een ‘kinderkoran.’ De auteur van De Koran, uitleg voor kinderen, zoals het boek officieel heet, is Abdulwahid van Bommel. Van Bommel is geestelijk verzorger en schrijver, onder meer bekend van de vertaling van Rumi’s Masnavi. Niet iedereen is enthousiast over zijn Koranproject. Uit de reacties in El Haji’s artikel blijkt dat de benaderde moslimouders overwegend terughoudend of afkeurend reageren.

Waar komt die terughoudendheid vandaan? Het begint bij de aard van de Koran. Islamitische ouders hebben in relatie tot Koranonderwijs voor hun kinderen namelijk altijd een theologische vraag te beantwoorden: is het toegestaan dat de mens het letterlijke, geopenbaarde, woord van God, versimpelt? Met andere woorden, mag de heilige Koran boek zo worden bewerkt dat het ‘toegankelijk’ wordt voor kinderen?

Bij het beantwoorden van deze vraag botsen direct twee werelden op elkaar: de wereld van volwassenen en de wereld van kinderen. Zwart-wit gesteld, benaderen volwassenen de Koran meer vanuit de theologie. Kinderen benaderen de Koran meer vanuit de verbeelding. De vraag is welke benadering moet prevaleren: de theologie of de verbeelding? Moeten ouders en docenten Gods alomvattende Woord als uitgangspunt nemen of juist de beperkte woordenschat van een kind? Deze twee uitersten worden zelden met elkaar verzoend.

In een zuivere theologische benadering leren kinderen van jongs af aan Koranische teksten uit hun hoofd. Opvoeders, thuis en in de moskee, gaan er van uit dat begrip en inspiratie later zullen volgen. Het gaat bij de eerste kennismaking met de Koran dan vooral over de goede uitspraak van de heilige teksten, al dan niet melodieus gereciteerd. Op deze wijze wordt niet aan Gods openbaring gesleuteld. De Arabische tekst, Gods letterlijke woord, blijft daarmee intact.

Mag de heilige Koran boek zo worden bewerkt
dat het ‘toegankelijk’ wordt voor kinderen?

Van Bommel vindt dit een ouderwetse methode en zet er een pedagogische benadering tegenover. Toen ik hem recentelijk over zijn project interviewde, zei hij daarover: “De Koran is een moreel boek. Het nodigt uit na te denken over goed en kwaad. De manier waarop mensen met heilige teksten als een soort cementblok omgaan, is niet wat de Koran vraagt. De Koran moedigt aan tot beschouwelijkheid, tot nadenken en tot meditatie. Ik weet dat moslimkinderen niet van huis uit, zoals vaak wordt beweerd, de houding meekrijgen om vragen te stellen. Want het vragende kind is al snel een brutaal kind. Maar een islamitisch kind is een vragend kind en die identiteit moeten ouders gaan waarderen.”

Wat Van Bommel dus voorstaat is dat ouders hun kinderen niet zien als kleine volwassenen, maar als kinderen die spelenderwijs wijs worden. Het aspect wijsheid ontbreekt in de jonge jaren van de islamitische opvoeding. Van Bommel wil de warmte, de geborgenheid en de liefde die religie biedt, benadrukken. De empathische kant is niet alleen ondergeschoven, maar komt volgens hem vaak niet eens voor in de dialoog met jongeren. Van Bommel: “De goede leerling is nog te vaak de leerling die zo snel mogelijk rijtjes en gebedjes kan oplepelen, en goed de fysieke beweging van het gebed kan uitvoeren. Er is vooral meer behoefte aan een beweging van de geest.”

Dat brengt mij bij de inhoud van De Koran, uitleg voor kinderen. Misschien lijkt het nog wel het meest op een islamitische variant van de ‘Kinderbijbel’, rijkelijk gevuld met illustraties en tekeningen. Van Bommel heeft gekozen voor een gesprek met zijn lezers. Hij verleidt kinderen en opvoeders om na te denken over morele en ethische thema’s. Hij vraagt bijvoorbeeld: Wat betekent het om te geloven? Wat heb jij over jezelf ontdekt? Wat is een goed mens? Is dat iemand zoals jij? Kun je ook goed zijn zonder geloof in Allah? Deze vragen kleurt Van Bommel in met talrijke verhalen en citaten uit de Koran. Van Bommel wenst op deze manier het geloofsgesprek tussen ouder en kind, als gelijke gesprekspartners, al vroeg op gang te brengen. De teksten uit de Koran worden hiermee niet aangepast, maar anders toegepast.

Laat die verwondering nu net het
kloppende spirituele hart
van de Koran zelf zijn.

De vraag blijft of binnen de islamitische literatuur plaats is voor een minder theologische en meer pedagogische lezing van de Koran, waaronder vertalingen die bij de leeftijd van het kind horen. In mijn beleving is die vraag met aan volmondig ja te beantwoorden. Kinderen kunnen via een Koranische ‘top-down’ benadering veel leren over de islam, maar kinderen moeten gelijktijdig ook veel leren over de wereld, over zichzelf en over hun plek in de samenleving. Daar horen leeftijdsgebonden persoonlijke, ethische, morele en uiteraard ook religieuze vragen bij. Als vader van nog jonge kinderen ben ik bijvoorbeeld regelmatig ‘te gast’ in hun wereld. Daarin ontstaan dan prachtige religieuze tweegesprekken vol sympathieke misverstanden, gefronste wenkbrauwen en jeugdige wijsheden. Het gaat dan niet meer over mijn theologische waarheden, maar om hun jeugdige verwondering. Laat die verwondering nu net het kloppende spirituele hart van de Koran zelf zijn. De Koran is er niet alleen voor volwassenen.

Meer info?

Reageer

avatar
wpDiscuz