Nederland heeft, mede dankzij het sektarisch geweld in het Midden-Oosten, opnieuw kennisgemaakt met de woorden soennieten en sjiieten. Ze vormen de twee hoofdstromingen binnen de islam. Al sinds de beginperiode van de islam staan deze groepen op gespannen voet met elkaar. Gedreven door ideologische verschillen lijkt samenwerking tussen soennieten en sjiieten eerder uitzondering dan regel. Het kan echter ook anders. 

Arjen Buitelaar is directeur van het Instituut voor Midden-Oosten relaties en Studies. Anne Dijk is directeur van het FAHM Instituut. Beide instituten richten zich op kennisontwikkeling binnen en over de islam. Naar aanleiding van een radio-interview met Anne Dijk, nam Buitelaar contact met haar op en samen kwamen ze er al vrij snel achter dat de dialoog tussen sjiieten en soennieten in Nederland aandacht nodig had. Een intra-religieus maaltijdproject was geboren, toepasselijk getiteld: Su-Shi, afgeleid van soennisme en sjiisme. Su-Shi is inmiddels een formeel kennis- en netwerkplatform geworden en heeft een nieuwe intra-religieuze website gelanceerd. Ik sprak met beide initiatiefnemers.

Kunnen jullie voor de niet ingewijde lezer vertellen wat soennisme en sjiisme inhoudt?

Buitelaar: “Ik ben een sjiitische moslim. Het betekent dat ik me in de praktijk richt tot sjiitische geleerden en literatuur. Het betekent ook dat ik me bij het opbouwen van een relatie met God mij er niet aan kan onttrekken een mens van de samenleving te zijn. Tussen en met andere mensen, die anders kunnen denken en geloven. Ethisch handelen weegt dan bijvoorbeeld zwaarder dan droge regels. Ratio speelt daarbij tenslotte een belangrijke rol, maar ook hoe de Twaalf Imams, de opeenvolgende kleinzonen van de Profeet, zich verhielden tot hun tijdgenoten.”

Dijk: “Ik ben een soennitische moslima. Voor mij betekent het in de kern dat het voorbeeld van de Profeet (sunnah) en de eerste drie generaties na hem het fundament zijn voor de manier hoe ik wil leven. Ik geloof dat autoriteit op een egalitaire, ‘democratische’ (shura) manier en alleen op basis van kennis en kwaliteiten het beste vorm gegeven van worden. Mijn persoonlijke relatie met God is alleen direct te bewerkstelligen, bijvoorbeeld via het gebed, en kent geen verbindingsmiddelen.”

Er lijkt dus binnen de beide stromingen een goede basis te zijn om een vreedzame en gezamenlijke samenleving op te bouwen. Waarom lukt het maar niet om één islamitische oemma, één gemeenschap, te stichten?

Buitelaar: “Abrahamitische religies hebben het potentieel zich te ontwikkelen tot groepen die in zeer scherpe lijnen zichzelf en de ander zien, en daar labels van geloof en ongeloof aan kunnen hangen. Het ontbreekt in de islam aan een duidelijke en enkele autoriteit, de bekende paus-figuur, die andere groepen (weer) onder de ‘moederkerk’ weet te scharen. Dit gezegd hebbende, er zijn wel degelijk zaken die als alomvattende autoriteit gezien kúnnen worden. Ik verwijs dan bijvoorbeeld naar de Amman Message. Dit document is door de grootste islamitische autoriteiten uit 8 verschillende stromingen ondertekend, en heeft heel duidelijke stelregels over de plicht tot acceptatie van elkaar, een verbod op wederzijdse verkettering en een verbod op strijd met elkaar.”

Dijk: “Ik sluit me aan bij Arjens opmerking over het missen van een autoriteit. Maar tegelijkertijd zie ik het als een van de ergste mensenkwalen: daar waar mensen zijn, speelt het ego op: daar waar ego’s zijn, is er een strijd naar macht. Binnen het sjiisme zijn zoveel verschillende stromingen, binnen het soennisme zijn ook zoveel verschillende stromingen, uiteraard zijn er kleine en grote verschillen in vorm, en soms zelfs aspecten van geloof, maar de kern waarom het volgens mij niet tot vrede komt, is dat men gelijk wil hebben over de ander. En mét dat gelijk wil men ook macht hebben over de ander. Dat is de kern van elke strijd: macht. Daarmee is de kern van het probleem voor mij veel meer politiek dan religieus. Ik wil dan ook vooral werken aan religieuze verbinding.”

Buitelaar: “Helaas speelt regionale politiek een zwaarwegende rol en wordt religie, net als in Europa ten tijde van de godsdienstoorlogen, aangewend als mobiliserend middel.”

Voortbordurend op jullie observatie dat politiek of macht een belangrijke rol speelt. Het lijkt erop alsof sektarische conflicten in het Midden-Oosten overwaaien naar Nederland. Dat merk je bijvoorbeeld in het Syrië conflict: Sjiieten en Soennieten staan lijnrecht tegenover elkaar.

Dijk: “De wereld is niet meer in te delen in afgesloten gebieden. In deze tijd is globalisering een feit en de exponentiële groei van de beschikbaarheid van media maakt dat wereldpolitiek niet verderop gebeurt, maar op de telefoon op jouw eigen bank in jouw eigen huis. Leed wordt binnen 10 seconden gedeeld en daarmee sneller gevoeld. Daarbij worden we steeds meer wereldburgers en voelen we ons meer verbonden met leed dat ergens anders plaatsvindt. Qua identiteiten zijn we allemaal conglomeraten van verschillende identiteiten – met zoveel nationaliteiten in Nederland voelt een groot deel zich verbonden met mensen ergens anders op de wereld. Tegelijkertijd zien we steeds meer uitsluiting door een extreem rechtse trend in Nederland. Het is normaal dat mensen dan een ander deel van hun identiteit aanspreken om verbinding te zoeken. Al die facetten bij elkaar maakt dat internationale politiek nooit meer buiten de landsgrenzen te houden is. Overwaaien is denk ik ook niet meer een geschikt woord, de media zijn sneller dan de wind.”

Waarom is het volgens jullie in het klein wel gelukt om als soennieten en sjiieten een brug te slaan?

Dijk: “Omdat we kleine stappen nemen en geloven in zaadjes planten. We werken dan ook met een ‘olievlekformule’ – door klein te beginnen en vanuit vertrouwen en persoonlijke ontmoetingen de hardnekkige vooroordelen te weerleggen, ontstaat er ruimte en verbinding. Tegelijkertijd hebben we in goed overleg huisregels gemaakt waarbij takfir (verkettering) en bekeren, voor welke tak dan ook, geen ruimte heeft binnen Su-Shi. We richten ons alleen op informeren en begrip kweken vanuit de wil om kennis te vergaren.”

Buitelaar: “Daar komt bij dat we zelf niet vastgekleefd zitten aan het idee dat onze eigen overtuiging absoluut is. We weten beide dat onze rechtsscholen door mensen geschreven zijn, die door de eeuwen heen verschillende visies en meningen ontwikkelden. Er was ruimte voor de uitwisseling van kennis. Een van de belangrijkste pijlers van de sjiitische rechtsschool is dat elke rechtsgeleerde gelijk heeft, ook al staan de meningen haaks op elkaar. Tegelijkertijd heeft hij per definitie ongelijk, omdat de ware kennis alleen bij God ligt en Hij die slechts vrijgaf via de profeten en leiders die Hij stuurde. Dankzij Anne weet ik dat dergelijke opvattingen ook een belangrijke rol spelen binnen de soennitische scholen.”

Dijk: “Vergeet niet dat we allemaal een flinke dosis ervaring en realiteitsbesef hebben: de extremen zul je van beide kanten niet snel bereiken. Maar de middenweg kun je empoweren en bijeenbrengen – en we vergeten door het geschreeuw van de extremen nog wel eens dat de middenweg nog echt veruit in de meerderheid is. Daar richten we ons dan ook op.”

Nu zijn jullie begonnen met Su-Shi. Je had elk ander project kunnen bedenken. Wat was de persoonlijke motivatie om een voor velen bijzonder gevoelig thema bij de kop te pakken?

Buitelaar: “Ik merkte in mijn eigen omgeving dat sjiitische tieners zich afvroegen hoe het nou zat met Syrië-strijders. Dat was in de periode dat men zich nog bij al-Nusra voegde. Sommigen daarvan hadden bij hen in de straat gewoond, of op school gezeten. Ze voetbalden vroeger samen en ze konden niet plaatsen hoe die jongens zo’n keuze hadden gemaakt. Tegelijkertijd zag ik dat bij anderen de taal naar andersgelovigen verhardde. Actie – reactie. Dat laatste hing overigens niet alleen samen met de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, maar betreft een tendens die al decennia speelt. Zoals Anne eerder benoemde, dat de extremen aan beide zijden het meest prominent aanwezig zijn, zo is er vanuit die hoeken al jaren een vijandige houding naar elkaar. Binnen bepaalde moskeeën vormt de verkettering van de ander en het creëren van angst daarvoor nu eenmaal een onderdeel van het discours. Dat is zeer kwalijk en daar mogen we onze Nederlandse jeugd, die hier gezamenlijk een toekomst heeft, niet de dupe van laten worden.”

Dijk: “Door de jaren heen, en zeker de laatste vier jaar met het Syrië-conflict, zie ik de hardheid onder moslims toenemen. Vanuit mijn studie weet ik dat veel gedachten over en weer gestoeld zijn op vooroordelen. Dit voelt uiterst onrechtvaardig. Als dit zelfs vormen aanneemt van elkaar uitmoorden, dan gaat deze immense onrechtvaardigheid mij aan het hart. We zien aan de andere kant dat moslims steeds worden veroordeeld (door niet-moslims) op basis van vooroordelen. Ook zien we dat moslims een minderheid zijn in het Westen en door een scala aan oorzaken niet in staat zijn om die vooroordelen tegen te gaan.”

Wat doet dat met je?

Dijk: “Al deze processen zetten mij aan het denken: de moslimgemeenschap is zo enorm versplinterd – als zij (wat meer) verenigd zou zijn, zou ze veel sterker en tot veel meer in staat zijn. Dat is wat ik wens voor moslims. Ook wens ik geen enkele vorm van onrechtvaardigheid voor moslims of welk mens dan ook. En als moslims niet veroordeeld willen worden door niet-moslims op basis van vooroordelen, waarom doen moslims het onderling dan wel? Dat is net zo onrechtvaardig. Wetende dat het een gevoelig onderwerp is, en wetende dat je meerdere extremen tegen je zult hebben, gaat het mij simpelweg om rechtvaardigheid. Dat is de plicht van een mens, om zich daarvoor in te zetten.”

Jullie wieg heeft, toevallig of niet, in een christelijk gezin gestaan. Hoe heeft dat jullie visie voor Su-Shi beïnvloed?

Dijk: “We zijn met een heel gemêleerd bestuur en kernteam. Allemaal Nederlands, maar qua geschiedenis en roots van Indonesisch tot Indiaas, van Marokkaans tot Turks en Irakees tot Nederlands. Allemaal voelen we ons moslim en allemaal willen we werken aan verbinding ín Nederland. We werken daar samen heel hard aan, dat komt niet door de christelijke achtergrond. Misschien wisten specifiek Arjen en ik elkaar sneller te vinden door een herkenbare achtergrond, herkenbare taal en gedeelde ‘strijd’. Het zijn elementen, die een verbinding tussen ons makkelijker maakte.”

Buitelaar: “Ik sluit me daar bij aan. Ik ben opgegroeid in een blanke pre-PKN Bible Belt omgeving, waar kerkgemeenschappen allesbehalve open naar elkaar waren. Dat kinderen van verschillende kerken met elkaar speelden was niet gangbaar en ze zaten ook niet bij elkaar op school. Ik vond juist de eenheid die er in islam zou bestaan iets prachtigs, maar dat was dus een naïeve gedachte. Wellicht speelt dat ideaalbeeld altijd nog op de achtergrond. Voor de andere leden uit het bestuur en de kerngroep kunnen hele andere redenen gelden. We hebben mensen die als soenniet tussen of naast sjiieten zijn opgegroeid, maar eigenlijk niets over die ander wisten. We hebben ook mensen die in een heel diverse omgeving in hun herkomstland zijn opgegroeid, en met de oorlogen sinds het nieuwe millennium scheuren in hun gemeenschappen hebben zien ontstaan. Het is gewoon heel divers en daarom heel mooi.”

Wanneer zou Su-Shi een succes zijn?

Buitelaar: “Voor mij is Su-Shi geslaagd als we dit gedachtegoed kunnen overdragen aan anderen. Heel bewust werken we vanuit de al eerder genoemde ‘olievlekformule’: kleinschalig en stapje voor stapje verder komen. Dat lijkt ons vele malen beter werkbaar dan hoog van de toren blazen en dan moeten zien hoe het na de eerste impuls afneemt. Zo’n anderhalf jaar terug kwamen we voor het eerst als groep samen met acht man, en bij de afgelopen iftar zijn we gegroeid naar 50. Door in te zetten op de kwaliteit van de groep in plaats van op de kwantiteit weten we het heel waardevol te maken met veel input vanuit de mensen zelf, veel ruimte voor gesprek, discussie, scherpe maar respectvolle vragen en uiteraard kennismaken. Want dat is waar het allemaal begint: kennismaken. Elkaar zien. Ervaren dat de ander niet eng is en dan merk je dat je dezelfde dingen leuk vindt. Je gaat de ander als mens zien en niet als sticker met dogma’s.”

Dijk: “Voor mij is het al een succes – als je de verwachtingen laag houdt, en vertrouwt in de Wil van de Ene, dan is elk zaadje al een succes. Ik had twee jaar geleden nooit gedacht dat we al zoveel succesvolle en vredige bijeenkomsten zouden hebben gehad. Een geweldige en gezellig iftar met meer dan 50 sympathisanten. Ik had nooit gedacht dat we in zo’n korte tijd zo’n mooi team en website zouden hebben, alleen maar kunnen hopen. De animo en positieve reacties zijn vele malen meer dan gedacht. Voor nu hoop ik dat het een movement wordt en dat de olievlek van vrede zich meer en meer mag verspreiden.”


Meer info?

Dit artikel is gepubliceerd op Nieuwwij.nl

Reageer

avatar
Sorteer op:   nieuwste | oudste | meest gestemde
trackback

[…] 17 juni 2016 was ik uitgenodigd door Su-Shi, een inspirerend samenwerkingsverband tussen soennitische en sjiitische moslims. Ik nam zitting in […]

wpDiscuz