De conferentie over de rechten van religieuze minderheden in de islam, gehouden op 25-27 januari 2016 in het Marokkaanse Marrakesh, heeft na twee dagen geleid tot een gezamenlijke verklaring. Honderden islamitische geleerden en intellectuelen, en tientallen vertegenwoordigers van religieuze minderheden in de moslimwereld, hebben lezingen gegeven over dit onderwerp.

Door: Arnold Yasin Mol en Enis Odaci

Er kwamen naast bekende geleerden als Shaykh Bin Bayyah en Recep Senturk, beiden advocaten van islamitische hervorming op het gebied van mensenrechten, ook vertegenwoordigers van Yezidi’s en Irakese christenen aan het woord. Het doel was om de huidige situatie van minderheden te bespreken en een antwoord te geven op de vraag hoe, vanuit de islamitische traditie, de veiligheid en rechten van minderheden beter gewaarborgd kan worden.

De samengestelde verklaring, waarvan hieronder een samengevatte vertaling met noten is gegeven, gebruikt het Handvest van Medina als basis. Dit handvest was opgesteld door Mohammed als verdrag tussen de moslims, joden en heidenen in Medina waarbij elke relatie in gelijkheid en saamhorigheid behandeld wordt. Het is interessant dat er juist voor deze tekst is gekozen en niet de verschillende verdragen van Mohammed met religieuze minderheden.

Dit is waarschijnlijk omdat het handvest een gelijkwaardige machtsrelatie hanteert, terwijl de andere verdragen uitgaan van het feit dat moslims de machtshebbers zijn, die vanuit die positie minderheden moeten beschermen. De nieuwe verklaring roept op tot een nieuwe jurisprudentie van burgerschap, waarbij dus islamitische concepten van politiek en openbare orde geen onderscheid maken in religie. Bijna alle moslimlanden hebben een grondwet die verklaren dat alle burgers in gelijkheid behandeld zullen worden, maar dit concept was nog niet uitgewerkt tot een islamitische jurisprudentie zelf. Moslimgeleerden hebben de introductie van grondwetten, burgerschap en seculiere wetten altijd als ‘acceptabel’ of ‘overeenkomstig’ verklaard vanuit islamitische wet. Met deze verklaring roepen ze op om deze concepten ook te gronden en formuleren vanuit de islamitische bronnen en wetgeving om ze zo compleet islamitisch eigen te maken.

Door de opmars van Islamitische Staat klinkt wereldwijd steeds luider de oproep, gericht aan de islamitische wereldgemeenschap, om stelling te nemen in het debat over het vermeende islamitische karakter van IS. In 2014 was er al een belangrijke stellingname van honderden geleerden, die vanuit theologisch perspectief minutieus verwoordden dat IS zijn handelwijze juist niet op de islamitische bronnen kan baseren. Deze analyse werd samengevat in een Open Brief aan Baghdadi, de zelfbenoemde leider van IS.

De Nederlandse vertaling van de verklaring:

Marrakesh-2

In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle

Samenvatting[1] van de Verklaring van Marrakesh over de Rechten van Religieuze Minderheden in Gemeenschappen met een Overwegende Moslimmeerderheid.

25-27 januari 2016

OVERWEGENDE, dat de omstandigheden in verschillende delen van de moslimwereld op een gevaarlijke manier verslechterd zijn geraakt, als gevolg van het gebruik van geweld en gewapende strijd, die als instrument ingezet worden voor het oplossen van conflicten en het opleggen van iemands mening;

OVERWEGENDE,
dat deze situatie ook de autoriteit van legitieme regeringen heeft verzwakt en het mogelijk heeft gemaakt dat criminele organisaties in naam van de islam religieuze bevelschriften uitgeven, maar die, in feite, op een alarmerende manier dusdanig haar fundamentele beginselen en doelstellingen (maqāṣid) verdraaien, dat zij daarmee een gehele bevolking geschaad hebben;

OVERWEGENDE,
dat dit jaar de 1400ste verjaardag gevierd wordt van het Handvest van Medina (Ṣaḥifah al-Madinah), een constitutionele overeenkomst tussen de Profeet Mohammed, Gods vrede en zegeningen op hem, en de mensen van Medina, die de godsdienstvrijheid van iedereen garandeerde, ongeacht zijn of haar geloof;

OVERWEGENDE,
dat honderden moslimgeleerden en intellectuelen uit meer dan 120 landen, tezamen met vertegenwoordigers van islamitische en internationale organisaties, evenals leiders van diverse religieuze groepen en nationaliteiten, zich in Marrakesh op deze datum verzameld hebben om de beginselen van het Handvest van Medina te herbevestigen op een grote conferentie;

OVERWEGENDE,
dat deze conferentie werd gehouden onder de auspiciën van Zijne Majesteit, koning Mohammed VI van Marokko, en gezamenlijk is georganiseerd door het Ministerie van Fondsen en Islamitische Zaken van het Koninkrijk Marokko en het Forum ter Bevordering van Vrede in Islamitische Samenlevingen, gezeteld in de Verenigde Arabische Emiraten;

EN OPMERKEND,
dat de ernst van deze situatie zowel moslims als volkeren van andere levensovertuigingen over de hele wereld teistert, en na grondige bezinning en discussie, komen de bijeengeroepen moslimgeleerden en intellectuelen tot het volgende:

WIJ VERKLAREN HIERBIJ,
onze vastbeslotenheid om de beginselen die uiteen zijn gezet in het Handvest van Medina, wiens bepalingen een aantal van de principes van het constitutionele contractuele burgerschap, zoals vrijheid van beweging, eigendom, wederzijdse solidariteit en verdediging, evenals de beginselen van rechtvaardigheid en gelijkheid voor de wet bevatte[2]; en dat,

De doelstellingen van het Handvest van Medina een geschikt kader bieden voor nationale grondwetten in landen met moslim meerderheden, en het Handvest van de Verenigde Naties en de daarmee verband houdende documenten, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in harmonie zijn met het Handvest van Medina, handvatten biedend voor de openbare orde.

VERDER OPMERKEND,

dat diepe reflectie op de verschillende crises, die de mensheid teisteren, een onvermijdelijke en dringende behoefte aan samenwerking tussen alle religieuze groepen onderstreept,

BEVESTIGEN WIJ HIERBIJ,
dat deze samenwerking gebaseerd moet zijn op een “Gemeenschappelijk Woord”[3], dat vereist dat een dergelijke samenwerking verder moet gaan dan alleen wederzijdse tolerantie en respect, richting het verstrekken van volledige bescherming voor de rechten en vrijheden van alle religieuze groepen op een beschaafde manier, die dwang, vooroordelen en arrogantie schuwt.

GEBASEERD OP AL HET BOVENSTAANDE:

Roepen wij moslimgeleerden en intellectuelen over de hele wereld op om een jurisprudentie van het begrip ‘burgerschap’ (li-tā’ṣīl mabdā’ al-Muwāṭanah) te ontwikkelen, die inclusief is voor diverse groepen. Deze jurisprudentie zal geworteld zijn in de islamitische traditie en beginselen en rekening houden met mondiale veranderingen.[4]

Sporen wij islamitische onderwijsinstellingen en overheden aan een moedige herziening van educatieve curricula, die op een eerlijke en effectieve manier, elk materiaal behandelen dat aanzet tot agressie en extremisme, dat leidt tot oorlog en chaos, en dat resulteert in de vernietiging van onze gedeelde samenlevingen;[5]

Roepen wij politici en besluitvormers op om de politieke en juridische stappen te nemen, die nodig zijn om een constitutionele contractuele relatie tussen de burgers te vestigen, en alle formuleringen en initiatieven te ondersteunen, die gericht zijn op het versterken van de betrekkingen en het begrip tussen de verschillende religieuze groeperingen in de islamitische wereld;[6]

Roepen wij de opgeleide, artistieke en creatieve leden van onze samenlevingen op, evenals maatschappelijke organisaties, om een brede beweging te bewerkstelligen voor een rechtvaardige behandeling van religieuze minderheden in de moslimlanden en om hen bewust te laten worden van hun rechten, en om samen te werken en zo het succes van deze inspanningen te verzekeren;

Roepen wij de verschillende religieuze groeperingen op, die gebonden zijn door de dezelfde nationaliteit, om hun wederzijdse staat van selectieve vergeetachtigheid te adresseren, dat herinneringen aan eeuwen van samenleven op het zelfde land blokkeert; Wij roepen hen op het verleden weer op te bouwen via de heropleving van deze traditie van saamhorigheid en het herstellen van wederzijds vertrouwen, dat is uitgehold door extremisten, die daden van terreur en agressie plegen;

Roepen wij de vertegenwoordigers van de verschillende religies, stromingen en denominaties op om alle vormen van religieuze onverdraagzaamheid, laster en het denigreren van wat mensen als heilig beschouwen, tegen te gaan, net zoals taal die haat en onverdraagzaamheid uitdraagt; EN TOT SLOT,

BEVESTIGEN
Wij dat het niet toegestaan (lā yajūz) is om religie te gebruiken met als doelstelling om de rechten van religieuze minderheden in moslimlanden aan te vallen.

Marrakesh,
27 januari 2016

[1] Vertaling: Arnold Yasin Mol, FAHM instituut.

[2] Hiermee stelt de verklaring dat het Handvest van Medina en moderne universele mensenrechten en internationale verdragen in overeenstemming zijn, waarmee zij dus een moderne interpretatie geven van het Handvest van Medina, en tegelijkertijd moderne mensenrechten niet alleen islamitisch acceptabel verklaren, maar ook gegrond in islamitische bronnen.

[3] Verwijzend naar Koran 3:64, en het interreligieuze project www.acommonword.com

[4] Hiermee wordt er een oproep gedaan om de klassieke wetgevingen over religieuze minderheden, de Aḥkām al-Dhimma, niet simpel te hervormen, maar achterwege te laten en een nieuwe islamitische wetgeving van burgerschap te ontwikkelen.

[5] Hiermee gaan zij in op het feit dat bepaalde klassieke meningen en wetgeving betreffende andersgelovigen, religieuze minderheden en oorlog zoals besproken in klassieke islamitische teksten, in moderne moslim samenlevingen fout begrepen worden en mogelijk tot extremisme kunnen leiden. Klassieke islam hanteerde een discours die specialistische opleidingen vereisten en niet zomaar in algemeen basisonderwijs thuishoort.

[6] De meeste moslimlanden hanteren grondwetten die gelijkheid tussen burgers garanderen, maar die niet altijd tot uiting komt in het publieke discours. Er wordt hier blijkbaar aangespoord om het concept van burgerschap en interreligiositeit algemener te maken. In moslimlanden wordt gemeenschapsidentiteit nog vaak bepaald door religie.

Meer info?

  • Arnold Yasin Mol studeert Islamitische Theologie en Religiewetenschappen (Leiden universiteit) en richt zich op theologisch-antropologische constructies rondom pluralisme en mensenrechten binnen de islamitische theologie en wetsfilosofie. en is medeoprichter van het internationale Islam and Human Rights Institute. Daarnaast is hij docent bij het FAHM Instituut.
  • Website Marrakesh verklaring
  • Handvest van Medina (opgesteld door de profeet Mohammed)
  • Dit artikel is ook verschenen op de website Nieuwwij.nl
  • Een column over Marrakesh is onder de titel “Er waait een humanistische wind in de islam” gepubliceerd op Joop.nl
  • Like Humanislam op Facebook.

Reageer

avatar
Sorteer op:   nieuwste | oudste | meest gestemde
trackback

[…] move on! Volgens Odaci en Mol is het tijd om de handen ineen te slaan; is de Marrakesh Verklaring een signaal dat in Nederland aandacht verdient en door christelijke organisaties ingezet moet […]

wpDiscuz