Abdulwahid van Bommel (71) is een bekende en graag geziene spreker op menig levensbeschouwelijk podium. Toen de Iraanse geestelijke Khomeini in 1989 een fatwa tegen Salman Rushdie uitsprak, voelde Van Bommel zich geroepen om stelling te nemen in het debat dat daarop volgde. Het maakte van hem een bekende televisiepersoonlijkheid. De laatste jaren werkt hij in relatieve mediarust aan diverse projecten. Zijn hart ligt namelijk bij het schrijven, bij boeken: ‘Boeken zijn mijn beste vrienden’. 

Van Bommel’s nieuwste project is het schrijven van een Koran voor kinderen. Naar aanleiding hiervan sprak ik met hem. In een tweedelig interview, dat gepubliceerd is op de website Nieuwwij.nl, sta ik met hem stil bij het persoonlijke levensverhaal van Van Bommel, de stand van zaken in het islamdebat en de zorg die hij heeft voor de nieuwe generatie kinderen.

Een fragment uit deel 1 van het interview:

Kun je toelichten hoe de scheuring tussen generaties verloopt?
“Vooral Marokkanen maken nogal een drama mee in hun ontwikkeling tot burgers. Sommigen kunnen zich goed manifesteren in de politiek, of in televisiepraatprogramma’s, zoals Marcouch en Aboutaleb. Maar dan zie je dat zelfs de meest milde critici uit eigen kring iemand als Aboutaleb naar beneden halen. ‘Hij is helemaal een Hollander geworden!’ Als hij weer iets stevigs zegt, wordt hij zwaar aangevallen. Er is daar dus een soort spanning waarin je kunt zien wat er gebeurt met mensen die wel dat burgerschap als identiteit op zich nemen. Die brug is hoe dan ook niet breed ontstaan als je kijkt naar de kansen en de vrijheid in de Nederlandse samenleving.”

Zit daar een islamitische component aan?
“Moslims gaan heel moeilijk om met kritiek binnen eigen kring. Van mij, maar ook van Turkse en Marokkaanse critici. Ze kunnen bijna de algemene geloofskritiek, de islamkritiek of de Korankritiek niet begrijpen, zoals die nu leeft. Soms is die kritiek heel hard en overdreven, maar soms ook heel to-the-point. Daar dienen we antwoorden op te formuleren anders laten we de komende generaties in de steek.”

Een fragment uit deel 2 van het interview:

Wordt de Koran niet al voldoende uitgelegd in de Nederlandse literatuur?
“Heel in het algemeen gezegd heeft de Koran geen kans gekregen in Nederland. Ik vind alle beschikbare vertalingen niet zo geslaagd, ook al hebben de auteurs zeker de beste bedoelingen gehad. Na een halve eeuw moeten we toe naar een tafsir, een uitleg van de Koran, die begrijpelijk en inspirerend is voor mensen. Dan kunnen ze zich inleven, zoals met het Kerstverhaal. Zestig procent van de Nederlanders is humanist, of seculier, dus niet erg religieus. Toch gaan al die mensen de komende kerstdagen mee in de sfeer van Kerst. Met bomen, en het bezoeken van kerstdiensten. In de Mozes en Aaron kerk in Amsterdam ben ik heel vaak voorgegaan in de Kerstdienst, in bijzijn van een rabbijn, een hindoe, een boeddhist, allemaal hadden ze hun inbreng. En die kerk zat voor driekwart vol met seculiere Amsterdammers. Ze kwamen er voor de gezelligheid, voor de hapjes, voor de glühwein. Heel ontroerend en indringend eigenlijk. Dan zie je hoe Nederland in elkaar zit. Het zijn mensen die in eerste instantie mens zijn, zonder religieus dogma, maar dat zit daar allemaal bij elkaar. Dat is eigenlijk de manier waarop je moet kunnen omgaan met je religie. Als je niet investeert in de ander krijg je niets terug. En de moslims, voor het gemak even algemeen geformuleerd, hebben te weinig geïnvesteerd in de Nederlandse cultuur. Als je moslims een vraag stelt over de cultuurhistorie van Nederland, kunnen slechts weinigen je een antwoord geven.”


Meer info?
De twee delen zijn gepubliceerd op de website Nieuwwij.nl.

Reageer

avatar
wpDiscuz