Ik had de eer om op 20 december 2015 de jaarlijkse Stork Lezing uit te spreken. De Storklezing is een initiatief van oud-stadsdichter John Heymans en de stichting Hengelo Leest. Het is een jaarlijkse voordracht van een (oud)-Hengeloër die zich op maatschappelijk en/of cultureel gebied heeft onderscheiden, en die zich betrokken voelt bij het wel en wee van deze stad. Thema: vluchtelingen en angst.

Deze voordracht is als PDF te downloaden en is geoptimaliseerd voor tablets en breedbeeldschermen. Downloaden kan door op onderstaande foto te klikken.

Vluchteling Spiegel of Gevaar

Geachte Dames en Heren,

We leven in spannende tijden. Laten we vandaag een van de grotere zorgen van deze tijd analyseren: vluchtelingen. Het thema vluchtelingen laat ons niet ongemoeid. We noemen het in de volksmond: het ‘vluchtelingenvraagstuk’. Dat klopt, het is een vraagstuk in de letterlijke zin van het woord. We hebben namelijk vele vragen. En we moeten daar antwoorden op zien te vinden.

De vluchteling is een levende spiegel. Wat zien we als we hem of haar in de ogen kijken? Zien we niet onze eigen ziel? Zien we niet onze eigen angsten? Zien we niet al onze vragen? We zien in hun, vaak donkere, ogen feitelijk onze cultuur, onze opvoeding en onze gedachten weerspiegeld. De vluchteling is een spiegel omdat wij hem ijken naar óns evenbeeld.

We willen weten, uit nieuwsgierigheid, maar ook uit zorg en angst, wat we aan die ander hebben? We willen weten of die ander op ons lijkt! We willen het liefst onszelf herkennen in de ogen van de ander. Want als we de ander herkennen, dan voelen we ons op ons gemak. Dan reiken we hem of haar de hand. Dan zeggen we: wees welkom!

Stel dat we in de ogen van de vluchteling niet een spiegelbeeld van onszelf zien? Stel dat we ons niet herkennen in die vluchteling. Omdat hij een andere kleur heeft, een ander geloof, andere omgangsvormen of omdat hij een Afrikaanse of Arabische taal spreekt. Dan ervaren we hem opeens als een gevaar. Een ‘vreemde’. Iemand die we moeten wantrouwen.

Dan worden we angstig en varen we op instinct. Dat instinct zegt ons: weg met hem! Weg met de vluchteling. Nu is de volgende vraag interessant: wat komt eerst? Ons eigen spiegelbeeld of het gevaar van buiten? Het is een vraag om over na te denken.

Het is onmogelijk om alle facetten van het vluchtelingenvraagstuk tijdens deze lezing te duiden. Daarvoor is het eenvoudigweg te complex. Omwille van de overzichtelijkheid beperk ik mij vandaag tot vier thema’s.

Deze thema’s hebben alle een kleine of grote tegenstrijdigheid in zich.

  1. Mediabeeldvorming en feiten;
  2. Populisme en de democratische rechtstaat;
  3. Islamitische cultuur en de christelijke cultuur;
  4. Secularisering en economisering.

Het zijn slechts een aantal taartpunten in de analyse van het vluchtelingenvraagstuk. Deze thema’s projecteren wij bewust en onbewust op ons beeld van de ander. Om niet te blijven steken in de analyse, sluit ik mijn lezing af met een voorstel over hoe we als individu en als gemeenschap om kunnen gaan met het vluchtelingenvraagstuk.

1e Thema: Mediabeeldvorming vs. Feiten

We leven in een tijd waarin de wereld van politiek, overheid, bedrijfsleven, entertainment, en nog veel meer, vooral tot ons komt via onze telefoon- en televisieschermen. Het heeft zo zijn voordelen. We weten nu net zo snel wat er in Syrië of in Amerika gebeurt als wat er bij ons in de straat gebeurt. Het nieuws bereikt ons sneller dan ooit. We leven in een indrukwekkende informatiemaatschappij.

Het heeft natuurlijk ook zijn nadelen. Virtuele ontmoetingen vervangen bijvoorbeeld de persoonlijke ontmoetingen. En: wie vertelt ons in die brei van nieuwsberichten wat waar is en wat niet waar is? Media en journalistiek zijn immers niet elkaars gelijke.

Weten wij eigenlijk nog wel wat feit, en wat mening is? Media zijn meer dan ooit beeldbepalend, opiniërend en dus sturend. Iedereen weet: als je in de media komt, heb je invloed. En daarom buitelen opiniemakers, politici en deskundigen in het vluchtelingenvraagstuk over elkaar heen. De media voeden niet alleen de maatschappelijke discussie, maar bepalen zelfs het verloop van politieke debatten. Denk aan het fenomeen peilingen.

Wat doen al die meningen met ons wanneer we spreken over het vluchtelingenvraagstuk? Wie reist er nog af naar een asielzoekerscentrum om persoonlijk polshoogte te nemen? Wie van ons kent een vluchteling bij naam? Wie van ons spreekt met politici die beslissen over hun opvang? Wie analyseert de cijfers over de stroom vluchtelingen die te pas en te onpas gebruikt worden in de media? Wie verdiept zich in de rapporten van organisaties zoals Amnesty International en de Verenigde Naties? We doen het niet al te vaak, hier en daar een uitzondering daargelaten.

Ik wil daar overigens geen waardeoordeel aan koppelen. Maar als we ons niet verdiepen in de realiteit van het vluchtelingenvraagstuk, zijn we vanzelf overgeleverd aan de mediawerkelijkheid. Als je dan de vele debatprogramma’s, nieuwsberichten en politieke statements via radio, TV en sociale media volgt, lijkt er maar één conclusie mogelijk. Het prachtige Nederland wordt letterlijk overspoeld door banen-inpikkers, testosteronbommen en natuurlijk radicale jihadisten.

Wat zeggen de feiten? Laat ik focussen op Syrië, van waaruit de grootste stroom vluchtelingen op gang is gekomen. Bijna de helft van de 22 miljoen Syriërs heeft huis en haard verlaten. 6½ miljoen mensen zijn binnen Syrië verhuisd. Meer dan 4 miljoen mensen zijn de grens overgegaan. 95% van de Syrische vluchtelingen wordt opgevangen in 5 landen. De meeste gevluchte Syriërs verblijven volgens de VN in Turkije, Libanon en Jordanië. Van al die vluchtelingen hebben tot en met oktober 2015 500.000 Syriërs asiel aangevraagd in de Europese Unie. Het letterlijk overgrote deel wordt dus in de regio opgevangen.

Amnesty International, dat de rechten van vluchtelingen probeert te bewaken, registreert dat de internationale gemeenschap niet de toegezegde gelden overmaakt naar die vluchtelingenstreken. Een tekort aan voedsel, onderwijs en werk is het gevolg. De uitzichtloosheid van het leven in die vluchtelingenkampen zorgt ervoor dat mensen verder trekken. Samenvattend: slechts 4,5 % van de Syrische vluchtelingen wordt opgevangen door de hele Europese Unie. In Nederland vraagt vervolgens weer een fractie van dat cijfer asiel aan.

Ik vind dat indrukwekkend weinig – kunnen we eigenlijk nog wel spreken van een vluchtelingenstroom? Het ligt overigens alleszins in de lijn der verwachting dat de getallen zullen toenemen. De oorlog in Syrië zal niet overwaaien en de uitzichtloosheid in de vluchtelingenkampen zal voortduren. We zien daarom al een verschuiving in de internationale politiek. Grootmachten als de VS, EU en Rusland erkennen dat met stabiliteit in de regio niet alleen het aantal slachtoffers zal verminderen, maar ook het aantal vluchtelingen. Over de uitvoering valt te twisten.

Zijn de zorgen en de angsten van de Nederlandse burgers dan onterecht? Nee, natuurlijk niet, niemand mag angst bagatelliseren. We kunnen wel feitelijk constateren dat er sprake is van een relatief kleine stroom vluchtelingen richting Nederland en richting Europa. Het is dan nog wel de vraag hoe en waar de vluchtelingen in Nederland opgevangen worden. Met voldoende inspraak of opgelegd ‘van boven’? Daarover later meer.

Als we dan in de spiegel kijken…
Hoe verandert ons denken als we deze cijfers horen? Hebben we dan nog steeds reden om vluchtelingen als een gevaar voor onze samenleving te betitelen? Er is geen sprake van een tsunami! Of zijn er andere redenen om angstig te zijn? 

2e Thema: Populisme vs. Democratische rechten

Populisme betekent letterlijk: de neiging zich minachtend te richten naar de massa van de bevolking. Met andere woorden: een stijl van politiek bedrijven, waarbij de suggestie wordt gewekt dat maatschappelijke problemen heel eenvoudig kunnen worden opgelost. De analyse van populisten is eendimensionaal en de oplossing is net zo eenvouding. In het vluchtelingenvraagstuk komen we deze populistische stijl natuurlijk ook tegen, vooral bij rechtse politieke partijen.

Voorbeeld: vluchtelingen zijn allemaal moslim. Moslims zijn terroristen. Terroristen zijn een gevaar voor onze samenleving. Dus: sluit de grenzen. Want er hoeft er maar één binnen te glippen. Er lijkt geen speld tussen te krijgen. Het is wat Geert Wilders dagelijks roept. Het klinkt zo heerlijk eenvoudig, nietwaar? Het voelt als een lekker warme hap na een dag hard werken. Het voelt als een warme jas tijdens een koude ochtend. Heerlijk!

Nuancerende stemmen, andere invalshoeken, worden naar het rijk der fabelen verwezen. De populistische politiek weet natuurlijk dat de middenpartijen niet meegaan in de eendimensionale oplossing. Daarom is populisme vooral gericht op het activeren van de volksemotie. Dan ontstaat zoiets als de oproep van Geert Wilders aan zijn achterban: de protestkreet ‘Kom In Verzet’. Wilders zal nooit letterlijk oproepen tot geweld, maar de mensen hebben zijn oproep wel degelijk serieus genomen. Zie de diverse verstoringen van raadsvergaderingen, zoals in Oranje en meest recent in Geldermalsen. De mensen komen dan letterlijk en fysiek in verzet.

Waarom zijn we zo ontvankelijk voor die retoriek? Populistische partijen gedijen het beste bij een samenleving, die geen vertrouwen meer heeft in haar leiders. Een samenleving, die kampt met grote onzekerheden, snakt naar hapklare antwoorden. Populisme is niet het kwaad zelf, het is een gevolg op een probleem. Ga maar na: er lijkt een einde te komen aan de vanzelfsprekendheid van de welvaart. De economische zekerheid van weleer verdwijnt. En ook op andere terreinen wordt voelbaar dat de overheid niet langer meer het welzijn van de burger zal organiseren. Zoals de zorg, die is afgeschoven op het gemeentebordje, maar betreft in feite vooral een kille bezuinigingsoperatie.

Met name voor kwetsbare, afhankelijke mensen breekt er een periode van onzekerheid aan. Elke euro telt. En dan zien die mensen dat er wel geld wordt uitgegeven aan vluchtelingen! Ze krijgen voorrang voor een nieuwe woning! Asielzoekerscentra worden zonder voldoende vorm van inspraak geplaats in vaak kleine gemeenten. En de Nederlandse burger dan? En ‘wij’ dan? Logische vragen, die uitvergroot worden door een innige samenwerking van media en politici. Het gevolg is dat het vluchtelingenvraagstuk niet vrij blijft van nationalistische gevoelens. Er worden opnieuw volop antisentimenten geuit. Openlijk, en in het verborgene, zegt men de meest nare dingen.

Tegenover populisme staat een goed functionerende -democratische- rechtstaat. De politieke ideeën van populisten worden in de uitvoering veelvuldig geremd door wet- en regelgeving die hoort bij een normale democratie. Artikel 1 van de grondwet is bijvoorbeeld een bekende doorn in het oog. Maar niet alleen onze eigen grondwet begrenst onze handelingen.

Nederland is onderdeel van internationale wetgeving. Zeker wat betreft vluchtelingen. In het vluchtelingenvraagstuk kan en mag Nederland zich niet opstellen als een eiland zonder verplichtingen. Kort na de Tweede Wereldoorlog stelden de Verenigde Naties, naast de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, ook een Vluchtelingenverdrag op. Dat vluchtelingenverdrag is door de meeste landen, waaronder Nederland, ondertekend. Volgens dit verdrag is een vluchteling iemand die in zijn eigen land moet vrezen voor vervolging. Een vluchteling mag daarom niet worden teruggestuurd.

Ook moeten vluchtelingen toegang krijgen tot onderwijs, werk en uiteindelijk – als de situatie in hun land niet verbetert – de mogelijkheid om burger van het gastland te worden. Het vluchtelingenverdrag verplicht opvanglanden dus om toekomstperspectief te bieden aan vluchtelingen. Niet alleen opvanglanden hebben een taak bij de bescherming van vluchtelingen. Het is een internationale taak, waarbij landen moeten samenwerken. De Nederlandse politiek is dus gebonden aan internationale wet- en regelgeving.

Als we dan in de spiegel kijken…
Vinden wij dat we ons moeten houden aan de internationale verdragen? Of moeten we toch onderscheid maken? Omdat vluchtelingen bijvoorbeeld een andere cultuur, een ander geloof, en andere normen en waarden hebben?

3e Thema: Islamitische cultuur vs. Christelijke cultuur

Het valt niet de ontkennen dat de angst voor de islam er samenlevingsbreed goed in zit. Ik merk het zelf wanneer ik lezingen geef in kerken of meedoe met debatbijeenkomsten. De bekende stelling is: de islam hoort niet in onze christelijke samenleving thuis. Daarmee bedoelen we dan dat islam en democratie niet samengaan.

Islam is onvrijheid. Democratie is vrijheid. Dat gaat nu eenmaal niet samen. Christendom en democratie gaan wel samen. Islam kent bijvoorbeeld geen vrijheid van meningsuiting, christendom wel. Vrouwen worden in de islam onderdrukt, bij christenen niet. De Koran is een boek van Haat, het Evangelie is een boek van Liefde. Als iemand dat weigert te geloven, dan verwijzen we natuurlijk naar 9/11, de aanslagen in Madrid en Londen, Theo van Gogh die vermoord is, en meest recent de twee treurige aanslagen in Parijs.

Veel mensen denken inmiddels dat in Nederland wonende moslims over een paar jaar een kalifaat gaan vestigen, zoals ISIS. Dat Nederlanders onderworpen zullen worden aan de gruwelijkheden van de islam. Dat christenen hun geloof niet meer zeker zijn. Men wijst op het feit dat er wel heel weinig democratische islamitische landen zijn. Al die vluchtelingen kómen toch uit die ondemocratische landen? Dan is het optelsommetje natuurlijk snel gemaakt. Dat optelsommetje laat zien: vluchtelingen importeren antidemocratische ideeën. De conclusie is dan: moslims passen niet in onze christelijke samenleving. Hun cultuur is anders. Hun denken is anders. Hun normen en waarden zijn anders. Het maakt dan niet meer uit of ze vluchteling zijn of niet.

In mijn beleving is het helemaal niet van doorslaggevend belang wat de islam is of wat de islam niet is. Het aantal moslims is in Nederland een kleine minderheid ten opzichte van de grote joods-christelijke-humanistische meerderheid. Het betekent heel concreet dat als die meerderheid een bepaalde politieke of maatschappelijke kant op wil, dat ook zal gebeuren. De minderheid zal het immers niet kunnen bepalen voor de meerderheid.

Tijdens mijn lezingen over de islam stel ik vaak een wedervraag: kunt u mij vertellen waar de christelijke samenleving voor staat? Dan is het antwoord meestal: Liefde, zoals Jezus ons voordeed! Hij zei: ‘Heb uw naaste lief.’ Dan stel ik de vraag: ‘mag ik u vragen moslims als uw naaste lief te hebben?’ Het antwoord is: ‘Ja, dat mag wel, maar eerst als u de vrijheid van meningsuiting respecteert!’ En: ‘u moet ook afstand doen van geweld. U moet onze democratie respecteren.’

Dat gesprek gaat dan een tijdje door en we komen uiteindelijk uit op de conclusie dat Jezus geen voorwaarden stelde voor samen leven. Hij was namelijk van de vergeving en van het vertrouwen. Dat zouden we in deze tijd waarschijnlijk een naïeve houding vinden, maatschappelijk en politiek. En jazeker, zelfs christelijke politieke partijen spreken zich openlijk uit tegen de toestroom van vluchtelingen, islamitische vluchtelingen. Ook zij gebruiken populistische argumenten. Vanachter hun kansel klinkt de roep om de christelijke cultuur te beschermen!

Hoe bijzonder was het daarom, dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel stelling nam. Als er één persoon recht van spreken heeft om geen vluchtelingen meer op te nemen, is zij het wel. Zij neemt met afstand in Europa de meeste vluchtelingen op. Dat doet zij te midden van bewegingen zoals PEGIDA, dat een ultranationalistische en radicale anti-islam agenda heeft.

Ook aan haar werd de vraag gesteld: ‘Doet u Duitsland in de uitverkoop? Levert u de Duitse christelijke waarden in voor een volk dat een andere godsdienst aanhangt?’ Merkel merkte vrij droogjes op: ‘Ik word niet onrustig van mensen die een ander geloof aanhangen. Of van moslims die weten waar ze voor staan. Als wij weer willen weten waar Duitsland voor staat, waar het christendom voor staat, dan moeten we misschien weer eens op zondag naar de kerk. Daar wordt namelijk verteld waar wij voor staan.’ Ze sprak op andere momenten ten overstaan van pers en politiek de historische woorden: ‘Wir schaffen das!

In de kerk horen christenen namelijk verhalen die gaan over vluchtelingen. In de Bijbel staan vele teksten die gaan over humaniteit. Voor degene die al lang niet meer in de kerk is geweest, geef ik een voorbeeld: in Mattheus 25, vers 35-36 verzoekt Jezus zijn volgelingen om daden van barmhartigheid uit te voeren, zoals:

  • het voeden van de hongerige
  • het geven van drinken aan de dorstige
  • het kleden van de naakte
  • het herbergen van de vreemdeling
  • het verzorgen van de zieke en
  • het bezoeken van de gevangene.

Ik denk dat Angela Merkel zoiets bedoelde. Zij zegt: als wij ons werkelijk een christelijke samenleving willen noemen, dan hebben we genoeg voorbeelden om er ook naar te handelen. In Nederland hebben we niet zo lang geleden precies datgene gedaan waartoe Merkel oproept. Vergelijk haar oproep bijvoorbeeld met de invloed die de kerken uitoefenden op politiek Den Haag, toen asielzoekers illegaal dreigden te worden verklaard. Het leidde tot een groot kerkelijk protest dat resulteerde in de bekende Bed, Bad en Brood-regeling. De kerken trokken een rode lijn: tot hier en niet verder. De kerken zeiden: geen mens is illegaal. Iedereen heeft recht op beschutting en veiligheid. En het werkte: veel illegalen werden opgevangen. Er kwam een pardonregeling, allemaal dankzij maatschappelijke én kerkelijke druk.

Veel belangrijker en invloedrijker is dus niet wat al dan niet islamitische vluchtelingen doen. Juist de beweging die christelijk Nederland maakt en zal gaan maken ten aanzien van het vluchtelingenvraagstuk, is belangrijk.

Als we dan in de spiegel kijken…
Kunnen wij een deel van onze welvaart opofferen ten gunste van vreemdelingen? Zo nee, op basis van welke Nederlandse, christelijke kernwaarden doen wij dat? Moeten wij niet erkennen dat wij inmiddels in hoge mate een seculier land geworden zijn en de vluchteling vooral als een economische eenheid zien?

4e Thema: Secularisering vs. Economisering

Secularisering en Economisering: twee woorden die het Nederland van nu aardig omschrijven.

Hoe staat het met de economisering? De economische en financiële crisis van de afgelopen jaren maakte duidelijk dat grote instituties, zoals internationaal opererende banken, een loopje hebben genomen met de moraal. De crisis zadelde landen en burgers op met torenhoge schulden. In naam van de economische groei en winstbejag werden onverantwoorde risico’s genomen met gemeenschapsgelden.

Al onze pensioenen zijn minder waard geworden en de sociale voorzieningen komen overal onder druk te staan. Griekenland dreigde om te vallen. Met indrukwekkende steunpakketten werd het land overeind gehouden, maar tegen een hele hoge sociale prijs voor de Griekse bevolking. Vreemd genoeg lijken er geen lessen geleerd. Premier Rutte adviseerde maar weer eens een nieuwe auto te gaan kopen om Nederland er economisch weer bovenop te helpen. Dat was goed voor het ‘consumentenvertrouwen’.

De economie lijkt in deze tijd het antwoord op alles. De Markt dient zich aan als een nieuwe God. Consumeren-Produceren-Groei. Het is een nieuwe heilige drie-eenheid. Trekt de aarde dit nog wel? Trekken mensen dit nog wel? Reduceert de economische samenleving mensen niet gewoon tot cijfers op een anonieme balans? Kijk maar naar het vluchtelingenvraagstuk: mensen worden onderdeel van financiële berekeningen. De uitkomst van die economische berekening leidt ook tot economische conclusies. Vluchtelingen vormen namelijk een bedreiging voor de welvaartsstaat en voor de werkgelegenheid.

Is dit ons nieuwe morele kader? De economie? Wat doen we met het Europese ideaal van vrede, veiligheid en solidariteit? Zijn we alleen nog maar een economische verzameling ZZP’ers, AOW’ers, Fte’s, Zorgconsumenten, percentages en decimalen? Als u het mij vraagt, zeg ik dat we te ver zijn doorgeschoten in het economische denken. We moeten ook eens durven zeggen: een paar jaar geen economische groei. We moeten durven erkennen dat de marktwerking geen antwoord is op alles. We moeten durven zeggen dat economische groei ondergeschikt is aan een menswaardige samenleven. Dan hoort natuurlijk de vraag gesteld te worden wat menswaardig samenleven is? Dan moeten we even stilstaan bij het secularisme: het niet meer geloven dat godsdienst een centraal regulerend onderdeel is van de samenleving.

Hoe staat het met de secularisering? Begin dit jaar bracht dagblad Trouw opzienbarende cijfers. Ik citeer: “Iets meer dan 25% van de bevolking is atheïst, terwijl 17% gelooft in het bestaan van God. Ongeveer 60% zit tussen godsgeloof en ongeloof in. Die groep is ietsist of agnost.” Een week later opnieuw een bericht in Trouw. Daarin stond: “Ruim 50% van de Nederlanders is christen, 6% is moslim en 42% rekent zich tot de niet-gelovigen.

Wat de cijfers ook zijn: het staat vast dat de decennialange trend van ontkerkelijking voortzet. Sterker nog, die trend lijkt in een stroomversnelling te zijn geraakt. Gelijktijdig is er een hernieuwde aandacht voor alles wat met geloof en spiritualiteit te maken heeft. Het laat zien dat de zogenaamde ‘secularisatiethese’ geen standhoudt. Deze these veronderstelt dat het wetenschappelijke wereldbeeld, waarmee ook atheïsme samenhangt, vanzelf het geloof zal wegdrukken uit de samenleving. Ook al verdwijnen traditionele vormen van geloof in rap tempo, nieuwe vormen van spiritualiteit komen ervoor in de plaats.

Het stevige religieuze kader, waar menig Nederlander nog in opgevoed is, wordt vervangen door een individueel samengesteld doosje spiritualiteit. Daarin zit een bij elkaar gescharrelde mix van levenswijsheden, mindfulness-recepten en goede voornemens op het gebied van persoonlijk welbevinden. Laten we eens aannemen dat de secularisering verder toeneemt, zover dat gelovigen een kleine minderheid vormen. Welke identiteit hoort dan bij een niet-gelovige samenleving? We moeten dan wel woorden gebruiken die niet komen uit de joods-christelijk-humanistisch samenleving !

Hoe beantwoordt de seculiere samenleving dan de grote vragen van deze tijd? Wie zijn wij seculieren? Wat houdt ons seculieren met elkaar verbonden? Wat is onze gezamenlijk gedragen seculiere droom van een toekomst voor iedereen? Het zijn vragen om over na te denken. De wereld verandert in hoog tempo. We kunnen het nauwelijks bijbenen. Er lijken zich twee reacties op deze ontwikkelingen af te tekenen.

De eerste reactie gaat uit van de angst voor die fundamentele veranderingen. Uit die angst ontstaat een defensief verlangen naar de overzichtelijkheid van vroeger. Toen de samenleving nog mooi en goed was. Dat geromantiseerde beeld geldt dan als lichtend voorbeeld voor de toekomst. We horen: ‘het moet zo blijven zoals ik zelf als kind heb meegemaakt.’ Hoe anders is de felle reactie op Zwarte Piet te verklaren? Hij moét zwart blijven, want hij appelleert aan ons jeugdbeeld waarin alles nog overzichtelijk was. Omdat het religieuze in deze voorstellingen doorgaans geen rol meer speelt worden andere waarden naar voren geschoven, met het nationalisme in de hoofdrol.

De tweede reactie is die van het besef van de onvermijdelijkheid van een nieuwe tijd. Die nieuwe tijd wordt gekenmerkt door een onbegrensde en razendsnelle kennisuitwisseling en mobiliteit – in een internationale en multiculturele samenleving. Een samenleving, een cultuur, een godsdienst die wil aansluiten op deze nieuwe tijd kan niet anders dan al die veranderingen als uitgangspunt nemen. Zo’n samenleving accepteert de noodzaak om door een woestijn van onzekerheid te trekken, wil het visioen van mooie toekomst levend blijven. De nieuwe vormen van spiritualiteit, zoals Happinez, haken aan op deze nieuwe tijd. Gezien de aanhang die ze hebben in Nederland, lijkt me dat een ontwikkeling die doorzet.

Als we dan in de spiegel kijken…
Maken we een terechte koppeling tussen onze economische zekerheid en vluchtelingen? Zijn we zo ver geseculariseerd dat we religieuze waarden ondergeschikt hebben gemaakt aan economische waarden? Is onze angst voor vluchtelingen niet het gevolg van een onderliggende angst voor een snel veranderende wereld?

Spiegel of Gevaar – herbeschouwing

Is de vluchteling nu een spiegel of gevaar? We hebben aan de hand van een aantal thema’s vooral in de spiegel gekeken. Mediabeeldvorming, Populisme, Islam, Christendom, Secularisering en Economisering. In al mijn bespiegelingen ging het vooral over onze cultuur, ons denken en onze levensovertuigingen te midden van een zeer snel veranderende wereld.

Deze zaken projecteren wij bewust en onbewust op een anonieme en vaak abstracte groep vluchtelingen. Bij het kijken in de spiegel moeten we ook kijken naar de oorzaak waarom mensen huis en haard verlaten. We zouden ook een begin kunnen maken met de erkenning dat onze handelingen in het Midden-Oosten op zijn minst hebben bijgedragen aan het monster dat nu ISIS heet.

We moeten erkennen dat terroristen geen strobreed in de weg wordt gelegd wanneer zij aan wapens willen komen. Onder de publicitair handige vlag van het ‘verjagen van dictaturen’ is er sprake van een omvangrijke wapenhandel in Irak, Syrië en wijde omstreken. De ene keer staat Nederland op nummer 3 in de lijst van wapenexporteurs, de andere keer op nummer 7. Wat Nederland überhaupt in een dergelijke top-10 te zoeken heeft, ontgaat mij. Het schijnt dat onze pensioenfondsen er goed geld mee verdienen.

Wapens brengen echter geen democratie. Van enige militaire coördinatie in het Midden-Oosten is ook geen sprake en de vijand is bijzonder diffuus. Sjiieten vechten tegen soennieten, het Westen wil in die regio de dominantie bewaren ten opzichte van het Oosten en kiest daarom voor militair spierballenvertoon, en de economische belangen kruisen elkaar letterlijk op Irakees en Syrisch grondgebied. Ondertussen is duidelijk dat er helemaal niemand bevrijd wordt.

Het bewijs is er: de enorme stroom vluchtelingen. Miljoenen mensen zijn op de vlucht. Niet alleen voor ISIS, maar ook voor de drones, de bommenwerpers, de straaljagers, de langeafstandsraketten, de tanks en natuurlijk de staatsapparaten zelf. Miljoenen mensen worden in de buurlanden opgevangen, maar bij een gebrek aan een perspectief op terugkeer, trekken deze vluchtelingen nu verder. Ze komen naar Europa, op zoek naar een nieuwe toekomst. Het is een Bijbels beeld: de exodus. Lange slierten van mensen trekken door de woestijn van angst en wantrouwen, op weg naar het Beloofde Land.

Daar wacht hen vaak een warm welkom, maar vaak ook niet. Wanneer wij de oorzaken en gevolgen van die vluchtelingenstroom niet erkennen en herkennen, rest ons alleen de primaire reactie: er is een Vreemde in ons midden. En die Vreemde roept oer emoties bij ons op: angst, wantrouwen, zelfs haat, aangejaagd door populisten die hun bestaansrecht te danken hebben aan dergelijke emoties.

Laten we ons daarom nu de vraag stellen: over welke angsten hebben wij het eigenlijk? De angst voor de vluchtelingen? De angst voor de islam? De angst voor de toekomst? Of… is het de angst om in de spiegel te kijken? Die vraag moeten we allemaal voor onszelf beantwoorden.

Tegenover de angst staat echter de hoop. Wat mensen altijd weer bindt is hoop. En vertrouwen.

De grote vraag is of wij, huidige en nieuwe generatie, van individu tot en met een hele natie, deze nieuwe tijd met angst of met vertrouwen tegemoet gaan treden. Deze keuze hebben wij steeds weer te maken. Elke dag weer. Als we op reis gaan met angst in onze rugzak, zullen tegenslagen onderweg de onderlinge verbondenheid doen afbrokkelen. Als we de reis maken met vertrouwen in elkaars humaniteit en verbondenheid, dan zijn tegenslagen als individu en als samenleving op te vangen. Reisgenoten zijn verbonden in de belofte van een veilige aankomst, ook al is de bestemming onbekend.

Misschien is het daarom weer tijd om met rede, geloof en empathie voor de lange en obstakelrijke, maar altijd hoopvolle, weg van vertrouwen en humaniteit te kiezen. Het is een nieuwe reis. Niet de vluchteling vertelt ons welke weg te kiezen, maar wij bepalen zelf waar we heen gaan. Zo simpel is het uiteindelijk. Wij zijn gelijktijdig kompas en reisgids.

Gedicht

Een tijd geleden was ik op uitnodiging van een Amsterdams theaterensemble te gast was bij een theatervoorstelling over de wij-zij samenleving. Ik ontmoette daar een jonge man, voorbij de 30 jaar. Hij heet Atta. Atta’s ouders zijn dertig jaar geleden (!) al gevlucht uit Syrië. Deze Atta, als kind van vluchtelingenouders, bleek dichter en ‘woordkunstenaar’ in het Nederlands te zijn. Zo kan het dus ook gaan. Zomaar een ander die uiteindelijk gewoon een van ons blijkt te zijn.

Atta droeg een rijm voor. Het raakte mij en ik vind het passend dat we deze voordracht afsluiten met de woorden van een kind van vluchtelingen.

Zijn bijdrage heet: “Here We Are – Hier Zijn Wij”. Een fragment:

Vroeger dacht ik – was iedereen maar kleurenblind
Nu denk ik – zag iedereen maar dat de regenboog alle kleuren verbindt
Was de bouwer van de eerste brug het niet helemaal zat?
Dat iedereen het had over de monsters van de naastgelegen stad?
De drijfveer om de brug te bouwen was omdat hij dacht:
Ik bouw een brug, dan kunnen we op bezoek, en dan zijn we er vanaf.
Jij voelt het, ik bouw op je
Hou voor de verandering de achtergrond eens op de achtergrond
Ik durf te voorspellen waar je voorspoedig achter komt.
Er zit weinig voordeel in een vooroordeel
Duizend problemen zijn geen probleem voor die ene uit duizenden
Zie het goede, negeer het slechte, stap over je grenzen
Beproevingen zullen er zijn, ze zullen ons testen
Er zullen gedachten zijn die ons zullen beperken
Is een zwart wit beeld verleden tijd misschien?
Hadden we de regen nodig om de regenboog te zien?
Misschien moeten we meer doen en minder vergaderen
Breng het boek tot leven door erin te bladeren
Samen leven in plaats van naast elkaar leven
Als we onze naaste nou eens een klein beetje liefde geven
De kleinste gebaren bevatten de grootste zegen
Het is december en dat betekent: geven is veel beter dan nemen
Laten we stil staan om te analyseren
De ene moet integreren de ander moet een beetje uit-te-greren
Dit is een nieuw Nederland
Burgers met of zonder ham
Maar niemand is tweederangs
Tolerantie, was dit land ooit om beroemd
Zelfs in het Wilhelmus worden meerdere landen genoemd
Waar het om draait?
Normale normen!
En waardevolle waarden
Als een baby – de eerste stap. De rest komt later.
We lessen allemaal onze dorst met hetzelfde water
We zijn verschillend maar allemaal hetzelfde wezen
Alhoewel, bij sommigen is het toch wel handig
als dat wetenschappelijk wordt bewezen

Wees niet bang voor de toekomst – een nieuw begin
Stap er samen met een zeker en gerust hart in.

Ik dank u hartelijk voor uw aandacht.

Meer info?

Zie ook de website Hengelo Leest.

Reageer

avatar
wpDiscuz