Wanneer ik door een lokale christelijke gemeenschap word uitgenodigd om te spreken over de interreligieuze samenleving gaat het gesprek vooral over de islam, en dan vooral over de misstanden binnen de islam. De héle islam. Want er is nogal wat aan de hand.

Ik probeer de vraag van de bezorgde gasten te pareren met de voorspelbare opmerking dat ik niet ‘de islam’ ben, maar gewoon een willekeurige kerel. Iemand, die toevallig ergens geboren is dankzij vijf minuutjes plezier van mijn ouders. Uit betrouwbare bron weet ik dat het echt niet langer duurde dan vijf minuten. Van “50 tinten grijs”, laat staan “50 tinten boerka”, had nog echt niemand gehoord.

Tevergeefs vraag ik waarom de gasten mij aanspreken op misstanden die onbekende mensen in naam van mijn geloof plegen te doen. “Helaas,” meneer Odaci, “U moet met de islamitische billen bloot!” Ben ik orthodox of vrijzinnig? Wat vind ik van koranvers zus en koranvers zo? Draagt mijn vrouw een hoofddoek? Of ik jihadisten ken die naar Syrië willen vertrekken? Aan het einde van de avond komen we altijd wel weer tot elkaar, maar de bevalling is zwaar. Onderweg naar huis hoop ik dat een aantal gasten gerustgesteld is. Eenmaal thuis aangekomen zap ik langs de vele nieuwskanalen en dan zie ik weer een aanslag, weer een onthoofding, weer een demonstratie. Dan besef ik dat ik morgen, overmorgen en de dag daarop opnieuw kleur moet bekennen. Voor een nieuwe zaal, met nieuwe kerkgangers, maar met bekende vragen.

Tijdens een van deze dialoogavonden gebeurde iets bijzonders. De gastheer, een dominee, vroeg mij ter afsluiting: “Dank voor uw aanwezigheid vanavond en uw bereidheid alle vragen te beantwoorden. Wat zou u ons christenen nog mee willen geven?” Ik vond het een zuivere, prachtige vraag. Ik raakte vooral geïnspireerd door de woorden “ons christenen”! Wij zijn ‘als Nederlanders’ allemaal bang voor wat er wereldwijd in naam van de islam gebeurt. Niemand wil geconfronteerd worden met dood en verderf. We willen allemaal in veiligheid en geborgenheid leven. Tegelijkertijd moeten wij ‘als samenleving’ accepteren dat de wereld nooit stabiel blijft. Dat er altijd ontwikkelingen zijn, soms veel dichter bij huis dan ons lief is, die ons confronteren met onze grootste angsten en nachtmerries. Maar hoe ga je daar nu ‘als christenen’ mee om? Mijn antwoord op de vraag van de dominee was: “Weest u alstublieft vooral meer christen.” De emotionele staat van de Nederlandse christen is namelijk diffuus. Veel christenen zijn bang en wantrouwend jegens moslims. De angst leidt tot een stem op islamofobe partijen en zelfs de christelijke politiek haakt in op die angst. Het wantrouwen leidt tot het niet willen omgaan met moslims, met uitsluiting als gevolg. De overtuiging dat de islam kwaadwillend is, is niet zelden gebaseerd op Bijbelinterpretaties waarin afgoden en demonen worden vereenzelvigd met Allah, Mohammed en zijn volgelingen. Jezus is nu eenmaal de weg, de waarheid en het leven.

Ik richtte mij tot de dominee: “Om de angst en het wantrouwen tegen te gaan moeten we Jezus weer herontdekken. Zou Jezus op een islamofobe partij stemmen? Zou hij iemand een preek- en spreekverbod willen opleggen? Zou hij ooit de grenzen sluiten voor vluchtelingen uit andere landen? Zou hij niet al zijn welvaart delen met de hulpbehoevenden en hen veiligheid bieden? Zou hij wetten instellen ter inperking van vrijheden, of zou hij de mensen willen bevrijden van wetten? En zou hij niet zijn linker wang toekeren als hem onrecht werd aangedaan, om daarmee bij de ander goedheid uit te lokken? Boven alles zou hij rechtvaardigheid en vergeving prediken. Onze samenleving is meer dan ooit gebaat bij meer christendom en het zien van Gods gelaat in elk ander mens. Herkent u zich hierin?”

Toen ik de dominee en de aanwezigen aankeek was er stilte. Ik hoop dat in die stilte het Woord luider klonk dan ooit. Het Woord dat ons allen met elkaar verbindt, ongeacht onze afkomst en onze toekomst.

Meer info?
Deze column verscheen in het juli-nummer 2015 van Volzin Magazine.

Reageer

avatar
wpDiscuz