Frits Bolkestein betoogt met zijn opinieartikel in de Volkskrant dat gewelddadig jihadisme een wezenlijk onderdeel is van de islam. Zolang de islam zich niet aanpast aan de moderne wereld, is er een probleem. Hij citeert ter onderbouwing een onderzoek van David Suurland, waarin jihadistische uitspraken van belangrijke vroege islamitische geleerden staan en strooit zonder context met percentages uit actuele onderzoeksresultaten. Conclusie: moslims toen en moslims nu roepen hetzelfde en zijn allemaal voor een gewelddadige jihad. De slecht geïnformeerde lezer is onder de indruk van al deze ‘feiten’. De goed geïnformeerde lezer ziet al snel dat Bolkesteins betoog vele onjuistheden bevat en gebaseerd is op wetenschappelijk drijfzand.

Arnold Yasin Mol en Enis Odaci

Wij beperken ons tot de theologie. Bolkestein gebruikt willekeurige citaten uit de vier grootste stromingen binnen de soennitische islam. Losse quotes abstraheren tot model voor een hele godsdienst, daar bestaan andere woorden voor. Het is een niet geaccepteerd wetenschappelijk vertrekpunt. Men kan in de omvangrijke canon van de islam, net zoals in het christendom, hoogstens meerderheidsmeningen vaststellen en zeggen dat deze de dominante positie vormen. Bolkestein baseert zich met zijn quotes overigens op één bron: een artikel in Liberaal Reveil van David Suurland. De relatief jonge Suurland is omstreden in de academische wereld vanwege zijn geloof dat antisemitisme uit de islam voortkomt. Goed, wat zeggen de vier dominante rechtsscholen binnen de islam dan wel over gewapende strijd?

Voor de Hanafi en Maliki rechtsscholen is gevaar voor de veiligheid van de maatschappij, bestaande uit moslims en niet-moslims, de reden om strijd te leveren. Ofwel, een defensief model van heilige oorlog. Maar daar bedoelden zij mee de historische groep Arabische polytheïsten, die ten tijde van Mohammed leefde. Bolkestein maakt een onbegrijpelijke en foutieve link met de vervolging van Yezidi’s door IS nu. Hier blijkt dat islamologen en kenners van het Arabisch weliswaar in staat zijn om klassieke Shari’a werken te lezen, maar vervolgens ermee aan de haal met een ongefundeerde, persoonlijke, interpretatie ervan.

Bij de Shafi’i en Hanbali rechtsscholen is dat ongeloof van niet-moslims in niet-moslimgebied, ofwel zij hanteren een offensief model. Alle rechtsscholen hebben echter een identiek basisstandpunt met betrekking tot oorlogsethiek: er mogen geen kinderen, vrouwen, zieken, geestelijken, ouderen, niet-vechters gedood worden. Er mogen geen oogsten, huizen en gebedshuizen worden vernietigd. Er mag ook geen dwang tot bekering zijn. Deze oorlogsethiek was een van de weinige thema’s waar men binnen de vier rechtsscholen consensus over had. Dat deze ethiek historisch gezien niet altijd is gehanteerd door (islamitische) legers mag geen verrassing heten.

Ook waren er over het in de praktijk ontwijken van lijfstraffen en de doodstraf, gebaseerd op uitspraken van Mohammed, duidelijke meerderheidsmeningen. Klassieke islamitische rechters hanteerden veel eerder gevangenisstraffen of geldboetes, want lijfstraffen waren in hun ogen de uitzondering en niet de norm. Er bestond een duidelijk humanistisch raamwerk voor interpretatie en praktijk binnen de klassieke islam. Dat nu landen als Saudi-Arabië, en groepen als IS, zonder enig humanistisch raamwerk lijfstraffen hanteren, maakt dit dus niet tot dé authentieke, klassieke of hedendaagse islam.

Bolkestein zoekt voor dit falen arbitraire meningen. Ibn Khaldun was weliswaar een rechter van de Maliki rechtsschool, maar het geciteerde boek is überhaupt geen Shari’a werk (!). Dat de heilige oorlog geciteerd wordt als ‘een verplichting’ zegt niks over of, en waarom, men oorlog zou voeren (!). Zowel de Hanafi als de Maliki rechtsschool vinden dat iedere niet-islamitische gemeenschap rechten heeft en beschermd moet worden in een moslimstaat, ook al zijn het polytheïsten of atheïsten (!). Men kan Ghazali citeren namens de Shafi’i, maar ook bijvoorbeeld al-Baydawi of al-Razi die het weer totaal niet eens waren op dit punt (!).

De Shari’a is een totaal van meningen waarin uiteindelijk meerderheidsstandpunten gevormd worden en die elkaar dus ook kunnen afwisselen. Vroeger vond de islamitische meerderheid bijvoorbeeld slavernij acceptabel, net zoals christenen dat ook vonden, maar nu zegt de meerderheid van moslims dat slavernij niet-islamitisch is, gebaseerd op dezelfde Koran. Voor oorlogsethiek en humanistische toepassing van strafwet binnen de islam hoeft men niet naar ‘moderne meningen’ te kijken. De klassieke islam voorziet er al ruimschoots in. Groepen als IS overtreden deze kaders op alle fronten. Voor IS is religie een machtssysteem in naam van God. Voor de klassieke islam is religie een ethisch systeem, gegeven door God. Om al-Baydawi (d.1286) te citeren: “De goddelijke voorschriften streven het universeel menselijk welzijn na”

Bolkestein schrijft: “De term ‘islamofoob’ heeft tot doel het debat over de islam te smoren. (..) Een open debat gebaseerd op feiten en zonder vooringenomenheid is noodzakelijk.” Hij zet de lezer vervolgens op het verkeerde been door verkeerde feiten te geven en niet te vertellen wat hij onder islamofobie verstaat. Onderzoekster Ineke van der Valk geeft in haar boek Islamofobie en Discriminatie (Universiteit van Amsterdam, 2012) wel een definitie: “Islamofobie is een ideologie die met behulp van stereotypen, vooroordelen en eruit voortvloeiende gedragingen systematisch en consistent een negatieve betekenis geeft aan ‘de islam’ en/of aan ‘moslims’. Zo worden gevoelens, houding en gedrag van mensen beïnvloed met het oog op sociale uitsluiting en discriminerende behandeling van moslims.” Bolkestein ondergraaft, genuanceerd gezegd, zijn eigen oproep.

Helaas negeert Bolkestein opzichtig ontwikkelingen van de afgelopen 150 jaar. Juist de door hem zo gevreesde Qaradawi, die hij wederom lukraak citeert, stelt dat democratische vrijheid belangrijker is dan de Shari’a zelf. Volgens deze Qaradawi is vrijheid het doeleinde van de islam (!). Er lijkt sprake te zijn van een fobie voor een dynamische islam, die al in veel opzichten modern is. Bolkestein probeert zich te verdiepen, en daarom zou je meer van hem verwachten. Helaas geeft hij blijk van een zeer selectieve lezing van islamitische bronnen, een symptoom van het actuele debat over de islam. Wat betreft de islamitische theologie, adviseren wij hem: schoenmaker, houd je bij je leest.

Meer info?
Arnold Yasin Mol – FAHM Instituut, Student islamologie Universiteit Enis Odaci – Stichting Humanislam, denktank voor islamitisch humanisme

Dit artikel is aan de Volkskrant aangeboden, maar deze weigerde de reactie te plaatsen. Andere media namen het wederhoor principe wel serieus: Nieuwwij, Republiek Allochtonië en Joop. Like Humanislam op Facebook

 

Reageer

avatar
Sorteer op:   nieuwste | oudste | meest gestemde
A. Brouwer
Gast

Bij het lezen van de laatste voelde ik al aan dat een en ander niet helemaal juist kon zijn. Maar tegelijkertijd was ik onder de indruk van de ‘bronnen’ die hij aanhaalde. Ik kon die met mijn (beperkte) kennis immers moeilijk tegenspreken.
Ik dank de auteurs van dit stuk voor hun nuancering van en toelichting op het stuk van Bolkestein.

A. Brouwer
Gast

Ik bedoelde: “Bij het lezen van het stuk van Bolkestein voelde ik al aan…” etc.

wpDiscuz