Een stokoud koranhandschrift dat misschien zelfs dateert van voor de veronderstelde geboortedatum van de profeet Mohammed, dat is niet mis. Bij de spectaculaire ontdekking van de Universiteit van Birmingham speelt op de achtergrond een heftig debat van geleerden over de ontstaansgeschiedenis van de islam en de Koran.

Door: Marije van Beek

In het uiterste geval zou het zelfs zijn opgetekend vóór het veronderstelde geboortejaar van Mohammed

Het fragment, via de koolstofmethode (C-14-methode) gedateerd tussen de jaren 568 en 645, zal in dat debat een rol gaan spelen. Twee visies botsen met elkaar, die van de orthodoxe islam en die van ‘revisionistische’ islamologen die bij de orthodoxe visie vraagtekens plaatsen.

De meeste revisionistische geleerden hebben een westerse achtergrond. Maar ook in de moslimwereld leeft hier en daar belangstelling voor hun ideeën en moslims hebben bijdragen geleverd aan de nieuwe visies. Anderzijds ondersteunen lang niet alle westerse islamologen de alternatieve theorieën, velen onderschrijven in grote lijnen de opvattingen van de islamitische orthodoxie.

Guerrilla
Volgens het orthodoxe verhaal, te vinden in vrijwel alle populaire inleidingen tot de islam, leefde er in Mekka van 570 tot 632 een profeet die Mohammed heette. Vanaf zijn veertigste levensjaar kreeg hij op gezette tijden goddelijke openbaringen via de engel Gabriël. Hij moest Mekka ontvluchten, maar organiseerde vanuit de stad Medina een succesvolle guerrilla tegen de karavaanhandelaren uit Mekka. In 628 veroverde hij zijn geboortestad. Na zijn dood in 632 veroverden zijn aanhangers een wereldrijk bijeen.

Ongeveer twintig jaar na zijn dood bundelde een commissie Mohammeds openbaringen in een boek: de Koran. Mensen die de openbaringen uit hun hoofd hadden geleerd zorgden ervoor dat die in die tussentijd van twintig jaar perfect werden overgeleverd, zodat er over de precieze korantekst geen twijfel kan bestaan. Dit in tegenstelling tot de vier evangeliën, die van elkaar verschillen.

Tot zover heel kort de orthodoxe islamitische visie. Veel westerse islamologen hebben die overgenomen, natuurlijk wel met kanttekeningen en zonder de rol van Gabriël.

Geen archeologische ondersteuning
Vooral de laatste vijftig jaar is er een tegenstroom op gang gekomen van revisionisten. Ze wijzen erop dat het orthodoxe verhaal pas eeuwen na de veronderstelde overlijdensdatum van Mohammed is opgetekend. Het krijgt op wezenlijke punten geen archeologische ondersteuning.

De meeste revisionisten denken dat de islam zich geleidelijk heeft ontwikkeld in een proces van eeuwen. Dat zou ook gelden voor de Koran. Pas aan het einde van de achtste eeuw zou het boek zijn uiteindelijke vorm hebben gekregen, en ook zijn status als heilig boek. De revisionisten betwijfelen of de hele Koran het werk is van een enkele auteur.

De orthodoxe visie kan enige steun putten uit het fragment van Birmingham. Als dat echt zo oud is, dan moeten er al in de eerste helft van de zevende eeuw koranteksten zijn geweest die weinig afwijken van de huidige Koran.

In die ouderdom schuilt tegelijk ook een bedreiging voor het orthodoxe verhaal. Want: dit fragment kan dateren van vóór het tijdstip waarop Mohammed met zijn prediking zou zijn begonnen, ongeveer 610. In het uiterste geval zou het zelfs zijn opgetekend vóór het veronderstelde geboortejaar van Mohammed, 570. Volgens revisionisten dateren elementen van de Koran inderdaad van ver voor Mohammed. Als dit tekstfragment voor zijn geboorte is verschenen, redeneren zij, kan Mohammed moeilijk de auteur zijn geweest.

 Foto: Reuters

‘Zie je wel: de Koran is onveranderbaar’

Voor moslims is de vondst van het fragment helemaal bijzonder. Veel moslims geloven dat de tekst van de Koran niet gewijzigd kan worden

“Masha’Allah”, was er kriskras over de wereld te horen, toen eerder deze week in Birmingham de oudste Koranfragmenten waren ontdekt. Die Arabische uitroep is een islamitische variant op Halleluja, klinkt bij goed nieuws, en betekent zoveel als ‘God heeft het zo gewild’. Op Facebook en Twitter was #mashallah een veelgebruikte hashtag, vergezeld van het nieuwsbericht dat onder moslims druk werd gedeeld.

Bij die feestvreugde is wel iets voor te stellen als je hoort wat hoogleraar christendom en islam David Thomas tegen de BBC zei over de auteur van het Koranfragment. “Hij heeft de profeet Mohammed mogelijkerwijs gekend”, “hem waarschijnlijk gezien”, en: “misschien horen preken.” Een moslima uit Engeland, Aisha, liet haar fantasie nog verder de vrije loop. “Misschien heeft Mohammed de tekst wel aangeraakt of gelezen.”

Nog een veelgehoorde reactie op het nieuws luidt, kort samengevat: “Zie je wel.” Moslims geloven dat de tekst van de Koran in de loop der eeuwen nooit is veranderd. Deze vondst ondersteunt dat geloof, omdat de drie gevonden hoofdstukken vrijwel geen verschil vertonen met de Koran zoals moslims die nu nog lezen en – vooral dat – reciteren.

Het nieuws bereikte islamwetenschapper Zeynep Gultekin, tot voor kort verbonden aan de Universiteit van Leiden, via Facebook. “Ik vind het natuurlijk van groot belang voor de wetenschappelijke bestudering van de islam. Maar voor moslims is de vondst van het fragment helemaal bijzonder. Veel moslims geloven dat de tekst van de Koran niet gewijzigd kan worden. Of niet vernietigd kan worden eigenlijk, totdat God dat zelf wil. En omdat bij deze vondst de verschillen in de tekst minimaal zijn, zien ze er een bewijs in dat hun geloof klopt.”

Nog oudere fragmenten
Voor Gultekins geloof, ze is zelf ook moslima, betekent het ontdekte Koranfragment niet zoveel. “Om heel eerlijk te zijn, raakt het me als gelovige niet echt. Goed, het is wel een semi-bevestiging van de authenticiteit van de Koran. En die is in twijfel getrokken door kritische wetenschappers. Ook het klassieke idee dat Mohammed nog tijdens zijn leven secretarissen de opdracht gaf om te gaan schrijven, lijkt ondersteund te worden. Daar zit dus wel degelijk iets in. Maar of je daar als gelovige ook een bevestiging zoals dit Koranfragment voor nodig hebt?”

Mijn geloof hangt er niet vanaf of het wetenschappelijk bewezen is dat er één versie van de Koran was

Maar ook haar wetenschappelijke blik tempert Gultekins opwinding. In Jemen, weet ze, liggen nog ouder gedateerde fragmenten. De Sana’a-vellen. “Dat weten niet veel mensen, blijkbaar. Ik begrijp die enthousiaste reacties dus niet zo goed. Het is sowieso een belangrijke vondst, want deze fragmenten behoren tot de oudste die ooit zijn ontdekt.”

Het geloof van Arnold Yasin Mol (33), student islamwetenschappen en docent bij zijn eigen Fahm-instituut, is er wel iets steviger op geworden. “Het geeft een extra bevestiging aan het vertrouwen dat ik toch al had in de Koranische teksten.”

Hoe hij de opwinding over de vondst verklaart? “Probeer je het gevoel voor te stellen van een katholiek die een stukje hout vindt van het kruis van Golgota. Misschien is dat de oude katholiek in mij – ik ben toevallig in dat geloof opgevoed. De wereld die voor jou alleen maar in verhalen uit de godsdienst bestaat, kun je met dit wetenschappelijke onderzoek toch instappen.”

‘Wij hebben gelijk-zang’
Hardop denkt Mol verder. “Die inkt is dus door een echt persoon daar aangebracht. Dit is iemands handschrift. Dat is toch bijna als een vingerafdruk. Van iemand van de eerste generatie moslims. Het is alsof die met ons praat. Terwijl van die eerste generaties heel weinig bewaard is.”

De ‘Wij hebben gelijk-zang’ valt niet bij alle moslims goed. Publicist Enis Odaci, voorzitter van de stichting HumanIslam, hekelt die teneur. “Dat hoor je bij moslims die de Koran zien als een antwoord op de corruptie van het Oude en Nieuwe Testament – het enige heilige boek waar niet mee geknoeid is. Vooral in de soennitische wereld ziet men dat zo.”

Odaci ziet dat anders. Hij is van sjiitisch-alevitische origine. “Ik geloof niet dat alles letterlijk genomen moet worden. Mijn geloof hangt er niet vanaf of het wetenschappelijk bewezen is dat er één versie van de Koran was. Zelfs al zou de Koran er vandaag niet meer zijn, dan zou ik niet plotseling geen moslim meer zijn.”

Heilige boeken zijn er niet om tegen elkaar uit te spelen, vervolgt Odaci. “Zodra je een rangorde gaat aanbrengen tussen heilige boeken – je gaat zeggen dat de Koran duizendmaal beter is dan het Evangelie – gaat het mis. Levert het Koranfragment een sfeer op van: ‘Heb ik jou even beet’, dan is de waarde van deze vondst nul komma nul.”

Meer info?
Dit artikel is op 26 juli 2015 gepubliceerd in dagblad Trouw

Reageer

avatar
wpDiscuz