Sinds de opkomst van IS en de daarmee vergezelde wandaden jegens alle soorten minderheden in met name Syrië en Irak ontstaan er nieuwe breuklijnen. Breuklijnen tussen moslims onderling, maar vooral ook breuklijnen tussen christenen en moslims.

door: Bram Grandia en Enis Odaci

We zoeken naar een verklaring voor het islamitisch geïnspireerde terrorisme. Velen vinden die verklaring in de falende geopolitiek, de religieuze bronnen van de islam en eeuwenoud sektarisme. Anderen vinden deze in sociale omstandigheden of falend overheidsbeleid. Hoe dan ook, IS presenteert zich onomwonden als een zuivere islamitische beweging. De vraag is nu hoe we hiermee als
gelovigen omgaan.

Tijdens bijeenkomsten in kerk en moskee is de angst voelbaar. De mediawerkelijkheid blijkt vrijwel altijd de enige bekende werkelijkheid: IS = islam, de Koran is een gewelddadig boek en moslims zijn potentiële radicalen. Daarbij wordt soms letterlijk de vraag gesteld wat Nederlandse moslims, onze buren, in Nederland zullen doen. Beramen ‘ze’ een aanslag? Een begrijpelijke emotie, natuurlijk, maar misschien moeten we de vraag ook spiegelen: wat gaan christenen doen?

Wat maakt ons ‘christen’ in deze tijd van wij-zij denken? Hebben christenen de ander lief omdat in het Evangelie staat dat je je naaste lief moet hebben? Of hebben christenen anderen lief
vanwege de liefde zelf? Want wat is naastenliefde waard als de ander niet dichtbij mag komen, met al zijn of haar gemeende en ongemeende beperkingen? De ander, de naaste – zijn dat niet ook moslims?

Met een heilig boek in de hand kunnen we andersdenkenden en andersgelovigen eenvoudig bestempelen als dienaren van een valse god. Religieuze teksten die een vorm van haat centraal stellen zijn een graat in onze keel. Dat de haat eenzijdig bij moslims gelegd wordt, is een ramp. Iedere godsdienst beschikt namelijk over teksten die in handen van extremisten rampzalig gaan werken, omdat ze zonder oog voor context en uitleg één op één worden begrepen. Dit vind je ook terug bij christenen. Er zijn genoeg moeilijke teksten te vinden waarmee fundamentalisten mee aan de haal kunnen gaan. Bijvoorbeeld wat Jezus in een gelijkenis zegt: “En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood hen voor mijn ogen” (Lucas 19, 27).

We hebben als joden, christenen en moslims wel wat uit te leggen als het over geweldteksten in onze respectievelijke tradities gaat. Joden en christenen moeten zich niet afzijdig houden als moslims worden aangevallen op uitingen van IS. In het samen zoeken naar vrede zullen we de pijnpunten in elkaars tradities moeten aanraken. We kunnen er niet om heen dat de naam van Allah
wordt gebruikt voor grof geweld, dat de naam van ‘Adonaj’ wordt gebruikt om de bombardementen op Gaza te rechtvaardigen en dat in Christus’ naam een strijd tegen het terrorisme wordt gevoerd.

Daarom is de bewerking van psalm 139 door Enis gespiegeld aan het origineel: de beweging naar haat wordt vervangen door de beweging naar vertrouwen en vrede. Dit vraagt om een eigen morele verantwoordelijkheid en niet te handelen in ‘de Naam van God’. Anders gezegd, de religieuze legitimatie van geweld is een schending van het gebod ‘Gij zult de naam van de Heer uw God niet ijdel gebruiken’. Dat is tussen de drie abrahamitische tradities, niet toevallig, een gedeeld gebod.

Meer info?
Dit artikel is gepubliceerd in de Vredeskrant van PAX. U kunt deze krant met suggesties voor vieringen in de Vredesweek hier downloaden of bezoekt u de website van PAX.

Vrede Verbindt Cartoon Len Munnik

Reageer

avatar
wpDiscuz