Voor de Vredesweek 2015 schreef ik in de PAX Vredeskrant een herinterpretatie van Psalm 139. In deze psalm staan haat en vergeving op gespannen voet met elkaar, zo lijkt het. Een thema waar veel christelijke theologen zich over hebben gebogen. Onder mijn Psalm een commentaar van Bram Grandia.

Vrij naar psalm 139
door: Enis Odaci

1. HEER, U kent hen die U niet kennen,

2. U weet wanneer zij stilstaan of bewegen,
U doorziet toch hun gevaarlijke gedachten?

3. Wanneer zij verderf zaaien, weet U het,
met al hun kwade wegen bent U bekend.

4. Geen woord dat de ontkenners uiten,
of U, HEER , kent het ten volle.

5. Waarom omsluit U hen niet, van achter en van voren?
Waarom trekt U niet Uw handen van hen af?

6. Hoe wonderlijk, dat U hen ongemoeid laat!
Wat is daarin de wijsheid?

7. Hoe ontsnappen zij aan Uw aandacht,
reikt Uw blik niet ver?

8. Hoe kunnen zij zweren U te treffen in de hemelen,
net als hen, die gedood zijn op aarde?

9. HEER, ik ben angstig en wens te vliegen, om te wonen voorbij
de verste zee,

10. om me te verschuilen achter de hoogste berg,
om Uw rechterhand ben ik verlegen.

11. Als de duisternis mij omhult,
en het licht in mij zwakker wordt,

12. neemt U dan mijn twijfel weg,
maakt U mijn haat ongedaan,
toont U mij de verlichte weg.

13. U was de schepper van mijn ziel,
die mij vormde uit een bloedklonter,

14. die mij een vorm gaf uit een klomp vlees,
die mij bestendigde met beenderen,
die mij bedekte met een gave huid,

15. die van mij een nieuwe schepping maakte,*
tot U keer ik terug, vanuit de schoot van de aarde,
met al mijn geheimen in Uw bezit.

16. Zou ik dan niet door Uw ogen zien?
Zou ik niet Uw woord spreken?
Zou ik niet Uw volmaaktheid eren?

17. Hoe talrijk zijn Uw gedachten, HEER?
Eindeloos zijn Uw gunsten,
ontelbaar Uw zegeningen,

18. Ik zal ontwaken, in Uw aanwezigheid.

19. Nee, breng dus de zondaars niet om,
– laat mij hen aanschouwen, zij die bloed vergieten –

20. de kwaadsprekers over U,
de misbruikers van Uw naam.

21. Nee, ik zou hen niet haten, HEER ,
niet verachten wie tegen U opstaan.

22. Nee, ik haat hen niet met mijn felste haat,
zij maken van mij geen vijand.

23. Ik doorgrond mijzelf, God, ik ken mijn hart,
ik weet wat mij kwelt,

24. ik aanvaard mijn twijfel,
leidt U mij dan over de weg die eeuwig is.

* Verzen 13-15 naar analogie van Koran hoofdstuk 22, vers 5

 

Zoete wraak
door: Bram Grandia

De oproepen tot wraak, zoals we die bijvoorbeeld vinden in psalm 139, geven een heel reëel menselijk gevoel weer. Het wringt dan ook ergens dat Enis dit in zijn psalm er helemaal uit laat. Want wie voelt niet de behoefte aan wraak als een gruwelijke moord of aanslag wordt gepleegd? Het schreeuwen om wraak is nog iets anders dan het uitvoeren van de wraak op het moment dat je daartoe in staat bent. Ik geloof dat het Tomás Borge in Nicaragua was die, toen hij op straat één van zijn folteraars tegen kwam, zei: ‘Ik neem wraak op je, ik vergeef je.’ Er is een vorm van zoete wraak die zoet blijft en jou als wreker niet verbittert.

Abel Herzberg heeft daar prachtig over geschreven in zijn boek: Brieven aan mijn kleinzoon:

‘Op een mooie zaterdagmiddag in augustus 1945 zaten wij op een terras van een villa van een joodse familie. De villa was in de oorlog als joods bezit in handen van een bekend NSBer overgegaan, die daar ook gewoond had, maar nu in een kamp gevangen zat. Zijn vrouw was ziek en de dokter had haar het eten van groene pruimen aanbevolen. Daar zij wist, dat deze in de boomgaard van de joodse familie groeiden en rijp moesten zijn, zond zij een meisje met het verzoek haar een mandje van de pruimen mee te geven. Zoiets heet een chotspe (brutaliteit). De verontwaardiging erover was dan ook algemeen. Het meisje werd weggestuurd. Maar mijn vader zou hebben gezegd: “Stel je eens voor, dat we in de bittere uren van de oorlog erover waren gaan fantaseren hoe we ons na de bevrijding zouden gaan wreken. De een had een bijltjesdag voorgesteld en de ander een andere, nog wredere wraak. Maar het meest succes zou iemand hebben gehad, die precies dat had voorgesteld wat we thans meemaken. Het is vrede. Wij zitten te zamen in de zon, de vijand zit achter slot en grendel, zijn vrouw is ziek en komt bij ons aankloppen om hulp. Waarom geven we die niet? Waarom wreken we ons niet? Geef de beste pruimen, die je vinden kunt.” En wie weet of mijn vader niet gelijk zou hebben gehad? Want de wraak moet zoet zijn en niet bitter.’

Meer info?
Dit artikel is gepubliceerd in de Vredeskrant van PAX. U kunt deze krant met suggesties voor vieringen in de Vredesweek hier downloaden of bezoekt u de website van PAX.

Vrede Verbindt Cartoon Len Munnik

Reageer

avatar
wpDiscuz