Wat is dat toch, de trend om een Open Brief te schrijven? Hij duikt vooral op in kranten en op websites. De Open Brief is ook niet weg te slaan van Facebook. Als een brief echt heel belangrijk is, wordt hij zelfs op televisie voorgelezen. De Open Brief is de analoge en digitale variant van de proteststem van het volk.

Een protest organiseren gaat echter niet van vandaag op morgen. Daar hoort inzet en overleg bij, strijd soms, en veel voorbereidingstijd. En dan is het nog maar afwachten hoeveel mensen de boodschap willen horen. De Open Brief, daarentegen, verschuilt zich in de pen of in het toetsenbord van miljoenen Nederlanders. Als er iets noemenswaardigs gebeurt, staat hij al met een half uur op papier of op het scherm. Met een eenvoudige druk op de mail-knop bereikt de Open Brief vervolgens binnen no-time vrijwel alle Nederlanders, als het moet.

De Open Brief is de beste vriend van notoire individuele klagers. Maar ook talrijke belangengroepen, zoals platforms, stichtingen en luidruchtige bewegingen, zijn er bijzonder gek op. De Open Brief is, kortom, de vriend van allen. En daar ben ik treurig om. Laat het mij uitleggen.

De stamvader van de Open Brief is de protestantse reformator Maarten Luther. Toen hij op 31 oktober 1517 maar liefst 95 stellingen op de kerkdeur van Wittenberg timmerde, was dat weliswaar een actie van protest, maar er zat meer achter. Het was geen belletje trekken van een ondeugend kind. Nee, Luther wilde een debat ontlokken, hij wilde gelijktijdig de geesten van invloedarme en invloedrijke mensen uitdagen. Zij moesten nadenken over de (kerkelijke) gebruiken van die tijd. Hij wilde met dat debat de christelijke samenleving niet opheffen, maar hervormen, dichter bij zijn bron brengen. Hij wilde een pittig gesprek tussen voor- en tegenstanders van zijn ideeën. Dat was nog eens een open brief!

Nu roepen we vooral iets in naam van de vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid lijkt mensen te ontheffen van de plicht tot nadenken. Nu wordt de Open Brief, volgeladen met spelfouten en grammaticale missers, zonder pardon op een willekeurige website of Facebook-pagina gedumpt. Hij is nu verworden tot een uithangbord van oneliners, onderbuikgevoelens, politieke agenda’s en egotripperij. De Open Brief is het vehikel geworden van lobbyisten en van ambitieuze banenjagers. Ik begrijp het wel. Gekieteld worden door honderden beschikbare opiniepagina’s van evenzo vele websites, kranten en nieuwsmedia is verleidelijk. Handig, al die aandacht.

Ik roep daarom op om tegen die trend in te gaan. Hanteer strenge selectiecriteria. Schrijf pas een open brief als de maatschappij er wat aan heeft. Als tegenstrijdige meningen een plek krijgen. Schrijf pas een open brief als het gaat om het welzijn van anderen, niet alleen van de schrijver! Als de geschreven brief daar niet aan voldoet, laat inkt op het papier lekken. Als de digitale tekst op het scherm daar niet aan voldoet, zorg voor een computercrash. Begin opnieuw en bezin opnieuw!

Dat is natuurlijk te veel gevraagd, weet ik ook wel. Ach, ik wil gewoon weer dat de Open Brief er toe doet. Dat zo een brief het madeliefje op een leeg grasveld is. Relevant, puur en bijzonder, een opmaat voor verandering. Alleen dan zal ik er weer een gaan lezen. Alleen dan zal ik over de woorden die de Open Brief herbergt weer gaan nadenken.

Meer info?
Deze bijdrage is eerder verschenen op de website van Nieuwwij.

Reageer

avatar
wpDiscuz