Wat is de toekomst van de interreligieuze dialoog? Ik nam deel aan een symposium, georganiseerd door een samenwerkingsverband van christenen en joden, waarin deze vraag werd behandeld. Het is een helse vraag, want definities, beelden en ervaringen tuimelen over elkaar heen als je hem probeert te beantwoorden. Toch is de vraag relevant, want religie is meer dan ooit onderwerp van gesprek. Ontkerkelijking? Individualisering? Zeker. Maar al gaat er niemand meer naar de kerk, synagoge of moskee, de mens is en blijft een inherent spiritueel wezen. We zullen geïntrigeerd blijven door de vraag wat onze relatie is met het onzichtbare, of de vraag wat onze plek is in de kosmos.

De media hebben het ook nog eens voortdurend over religie, zij het dan vooral over rituele excessen. In de ochtend een debat over de paus, in de middag een panelgesprek over IS en in de avond diverse praatprogramma’s over, ik doe een greep, kindermisbruik, besnijdenis, en jihad in de straat. God is hot. Dag in, dag uit.

Ik mocht tijdens het symposium een workshop leiden. Vooraf werd ik kort geïnterviewd door iemand van de Joodse Omroep. Of ik de lunch wel halal genoeg vond? Wat ik van Saoedi-Arabië vond, waar niet-moslims de toegang tot Mekka wordt geweigerd? Wat ik van Charlie Hebdo vond en het islamitische probleem met de vrijheid van meningsuiting? Waarom er zo weinig dialooggezinde moslims aanwezig waren in de zaal? Je kunt geïrriteerd raken en de vragensteller met evenzovele misstanden uit zijn eigen traditie om de oren slaan, maar is dat handig? Nee. Ook al zijn de vragen een beetje dom en suggestief, ze moeten altijd gesteld kunnen worden.

De meeste deelnemers aan mijn workshop waren dialoogprofessionals. Goed getraind in het herkennen en benoemen van religieuze overeenkomsten, verschillen, en alle bijbehorende communicatievalkuilen. Een getrainde dialoog is echter geen dialoog. Dat Abraham stamvader is van de drie wereldgodsdiensten kennen we nu wel, nietwaar? Ramadan, Kerstmis, Jom Kipoer, idem dito. Misschien moeten we daarom eens afstappen van de puur theologische dialoog en er meer een maatschappelijke, humanistische dialoog van maken. Hoe bereiken we het gezin in de huiskamer? Jongeren? De man of vrouw die maar één werkelijkheid kent, namelijk de mediawerkelijkheid. En de sociale media? Op Twitter en Facebook gaan alle remmen los. Tijdens de recente bombardementen op Gaza werden de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen meer dan ooit op scherp gezet. De meest verschrikkelijke beelden gingen vergezeld met de meest verschrikkelijke verwensingen. De voortdurende wandaden van IS jegens minderheden leiden tot een evenzo fel online debat, wederom vergezeld met verschrikkelijke beelden en verwensingen. De reikwijdte van media, oud en nieuw, is enorm. Daar valt eenvoudigweg niet tegenop te dialogiseren, zo lijkt het.

Wat is dan de toekomst van de interreligieuze dialoog? Mijn antwoord is simpel: bestuurders, politici, dialoogprofessionals en mediafiguren moeten opnieuw leren om een gesprek te voeren. Ook u en ik, als individu, moeten opnieuw leren hoe we een normaal gesprek voeren. Een goed gesprek gaat zelden over Bijbelse en Koranische dogmatiek, maar gaat meestal over ons welzijn. Over onze angsten en dromen, onze talenten, onze kinderen. Iedereen kan hierover meespreken en zichzelf in de ander herkennen, ongeacht opleiding, functie, klederdracht, haargroei of heilig boek.

Raak elkaar weer aan. Van hart tot hart. Deel elkaars verhalen, proef elkaars tranen en wees een troost voor anderen. Zet je humor en zachtmoedigheid in voor andermans welzijn. De politiek is niet ons referentiepunt, wij zijn haar referentiepunt. De media vertellen ons niets over de ander, zij verkopen ons een beeld van de ander. Religieuze mensen zijn geen wandelende Koran of Bijbel, maar wandelende vaders en moeders, dochters en zonen. Ooms, tantes, neven en nichten. Dromers en reizigers in het leven. Is het echt zo simpel? Jawel, het is zo simpel.

Meer info?
Deze column verscheen in het april-nummer 2015 van Volzin Magazine.

Reageer

avatar
wpDiscuz