Laat ik u een verhaal over de liefde vertellen. Verhalenvertellers hebben gelukkig de vrijheid om de werkelijkheid in te kleuren met hun verbeelding. Maar om ons te kunnen identificeren met de hoofdpersonen moeten ze zich wel bewegen in een herkenbare setting. Daarom stel ik u na het lezen van dit verhaal de vraag: wat is feit? Wat is fictie?

Ergens in Nederland staat een kerk op een paar honderd meter van een moskee. Alsof toren en minaret elkaar van een afstand begluren. De jonge Malika is pas begonnen met haar studie. Ze is een wakkere meid. Sterke wil. Maar omdat zij dochter is van de lokale imam heeft zij zich te houden aan veel ongeschreven regels. Haar wil is als het ware aan onzichtbare touwtjes gebonden. Uit respect voor haar vader draagt Malika bijvoorbeeld een hoofddoek. Zo hoeft hij geen gezichtsverlies te lijden in de moskee. Eigenlijk vindt ze dat de islam van haar ouders wel wat moderner mag. Meer openheid, minder vierkant. Na haar opleiding wil Malika via het spel van de politiek de wereld veranderen – mét behoud van haar islamitische identiteit. Kortom, ze gaat haar toekomst helemaal zelf bepalen. Hoe zit het dan met de liefde? Hier wringt nu de schoen. Malika is namelijk tot over haar oren verliefd geworden op een niet-moslim.

Job is studiegenoot van Malika en woont in een welgestelde buurt. Hij is christen. Job is naar zijn vrienden en familie toe al vroeg open geweest over zijn liefde voor een moslima. Hij wilde hen alvast laten wennen aan het idee van een interreligieuze liefde. Zijn openheid wordt niet echt gewaardeerd. Jobs ouders horen sindsdien het geroezemoes in de straat. Op zondag voelen vader en moeder de priemende blikken in hun rug. Hun geloofsgenoten oordelen dat de god van Malika niet de god van Job is. Maar Job heeft al langer een andere beleving van zijn geloof. Hij hoeft niet gered te worden door iemand die hij niet zo goed kent. Uit respect voor zijn ouders gaat hij toch maar mee naar de kerk, zodat ze geen gezichtsverlies lijden. Wanneer hij naar de preek luistert, dwalen zijn gedachten echter af. Job vindt dat het christendom van zijn ouders wel wat moderner mag. Meer openheid, minder vierkant. Na zijn opleiding wil hij de wereld veranderen, samen met zijn Malika. Meer rechtvaardigheid en meer solidariteit – dat is toch voldoende christen zijn?

Inmiddels beschuldigen de ouders van Malika en de ouders van Job elkaar openlijk van misleiding en bekering. Eensgezind spreken zij een veto uit: de liefde wordt verboden. Zo kan de imam blijven preken in de lokale moskee en de ouders van Job hoeven zich niet meer te verantwoorden in hun lokale kerk. Het is besloten.

Uit wanhoop besluiten Malika en Job de lokale krant te benaderen. Ze vertellen over de religieuze beperkingen waarmee zij te maken hebben. Niet handig. De media willen namelijk alleen Malika’s vader, de imam, spreken. Omdat hij niet zo goed Nederlands spreekt, wordt hem door het moskeebestuur een spreekverbod opgelegd. Het liefdesdrama wordt in de pers breed uitgemeten: “Islamisering. Vrouwenonderdrukking, Sharia.”

Twee turbulente weken later keert de rust terug. Malika en Job hebben veel spijt van hun gesprekken met de krant. Malika heeft haar vader stukje bij beetje verdrietiger zien worden. Pijnlijke stiltes aan de eettafel. Ze ziet voor het eerst sinds tijden een kwetsbare vader achter de strenge imam. Job is door zijn ouders vriendelijk verzocht om op kamers te gaan wonen. Ze voelen dat ze gefaald hebben in de opvoeding van hun lieve, kleine Job.

Wat nu? Ondanks alles zijn de geliefden het erover eens dat zij hun gevoelens voor elkaar niet zullen opgeven. In de kantine van de universiteit drinken ze gezamenlijk een kop koffie. Zij heeft haar veelkleurige hoofddoek afgedaan, uit protest. Hij heeft zijn bronzen ketting met het kruisbeeld afgedaan, ook uit protest. Ze kijken elkaar in de ogen en glimlachen. Vonkjes. Voorzichtig raken hun vingertoppen elkaar aan. Het is besloten.

Meer info?
Deze column verscheen in het februari-nummer 2015 van Volzin Magazine.

Reageer

avatar
wpDiscuz