Ritje Hengelo – Enschede. De taxichauffeur, keurig gestoken in een pak, houdt de deur van zijn Mercedes voor me open en neemt mijn tas aan. Die gaat in de kofferbak. Hij neemt plaats achter zijn stuur en vraagt waar de rit heen gaat. Dat weet hij natuurlijk al. Ik heb mijn bestemming een kwartier eerder aan de centrale meegedeeld, maar ik volg braaf het ritueel. Zijn volgende vraag zal over het weer gaan, en dan zal hij over het WK Voetbal in Brazilië beginnen. Aan het einde van de rit wensen we elkaar het beste en dat is het dan. Voorspelbaar, maar het doodt de tijd en voorkomt pijnlijke stiltes.

Om de binnenspiegel van de taxi hangt een zilveren kruis. Het glansstuk zwaait heen en weer door de hobbels in de weg. Ik moet glimlachen, een beetje christelijke naastenliefde kan iedereen gebruiken. De chauffeur blijft stil, hij is niet van plan om over koetjes en kalfjes te keuvelen. “Lekker weertje, vindt u niet?”, vraag ik. De chauffeur haalt zijn schouders op en vertelt dat hij elke dag op slecht weer hoopt, want dat levert hem klanten op. Gemiddeld levert een wolkbreuk hem maar liefst drie keer zoveel ritten op als tijdens een zonnige dag, rekent hij mij voor. “Ja, maar geld is ook niet alles,” probeer ik wijselijk te concluderen. Nog voordat ik hem naar het WK Voetbal kan vragen zegt hij op een botte toon dat geld wel degelijk alles is. Hij tuurt in de verte en ik volg zijn blik. Hij is ergens anders. Ik vraag hem waarom geld alles is.

Na een diepe zucht vertelt hij me het verhaal van zijn overleden zoon. Michel is slechts negen jaar oud geworden. Bij de jongen werd veel te laat een agressieve vorm van nierkanker vastgesteld. Hij had op moment van ontdekken nog maar drie maanden te leven, omdat de kanker over zijn volledige lichaam was uitgezaaid. Als ze hem zouden behandelen met zware medicatie zouden ze het kunnen rekken tot een jaar. Maar het einde was onvermijdelijk. De taxichauffeur koos direct voor de lange behandeling om zijn zoon maar zo lang mogelijk in leven te houden. “Bijna maandelijks adviseerden de artsen mij om de behandeling te staken omdat dat de kosten niet opwegen tegen het resultaat. Ik heb ze bijna tegen de muur gedrukt van woede!”

Terwijl ik naar zijn verhaal luisterde dacht ik alleen maar aan zijn zoontje Michel. Hoe voelde hij zich? Besefte hij wel dat zijn einde naderde? Kan een kind van negen eigenlijk wel het concept van leven en dood omvatten? Had mijn chauffeur wel gesprekken met zijn kind over wat hij wilde? Leed Michel pijn? En ik dacht: kostenbeheersing, akkoord, maar de zorg moet altijd mensenwerk blijven. Om Michel.

Meer info?
Deze column verscheen in het juli-nummer 2014 van De Linker Wang.

Reageer

avatar
wpDiscuz