Ik deed mee aan de Volzin Schrijfwedstrijd van 2013. Samen met zes andere deelnemers won ik de eerste prijs voor beste essay. Thema van dit jaar was ‘Heb vertrouwen.’ In mijn winnende bijdrage worden zes taferelen van vertrouwen geschetst. Vertrouwen kent, zo blijkt, meerdere dimensies.

Veilig

In Washington zitten twee meisjes op kort gemaaid gras. Het ene meisje heeft grote ogen en een donkere huidskleur. Zij draagt een jurk met topje. Daarop afgebeeld de nationale kleuren van haar land: vijftig witte sterren, aangevuld met rode en witte strepen. Het andere meisje is roomblank. Zij heeft kleine ogen en draagt ook een jurk met de kleuren van haar land. Helemaal rood met vijf gele sterren – vier kleine en één grote. Er torent op de achtergrond een groot wit paleis boven hen uit. Indrukwekkende pilaren. Op de voorgrond wapperen grote vlaggen. Hun vaders vergaderen binnen met een groep belangrijke mensen, die ook sterren dragen. Agendapunten: handel, mensenrechten, terrorisme, Dalai Lama en Syrië. De moeders van de meiden zitten gezellig buiten onder een prieeltje. Zij drinken een kopje thee. Telefoon in de hand. Zij twitteren over hun reisactiviteiten, het lekkere eten, en alle bekende mensen die zij ontmoeten. Op enige afstand staan mannen ‘met oortjes’. Zwarte honden aangelijnd. Vertrouwen is je veilig voelen.

Kwetsbaar

In Damascus twittert moeder Rahimah over haar vermiste zoon. Of iemand hem ergens, hopelijk, gezien heeft. Van de ene op de andere dag besluit hij ‘voor Gods zaak’ te strijden. Hij is boos omdat machtige landen niet willen ingrijpen. Libië wel, Syrië niet? Hij laat sinds twee weken niets meer van zich horen en het thuisfront is ten einde raad. Rahimah struint Facebook af. De ene na de andere foto komt voorbij. Jongens en mannen zijn maar moeilijk te herkennen, met hun ongeschoren baarden, bivakmutsen en oorlogskleding. Foto’s van slachtoffers zijn eveneens moeilijk herkenbaar, daarvoor zijn de verwondingen te erg. ‘Liken’, delen, reageren, het helpt allemaal niet. Niemand reageert. In stilte draagt de moeder haar pijn. Zij doet zich sterker voor dan zij is, want er zijn ook nog andere kinderen thuis. Haar echtgenoot heeft sinds een paar maanden geen werk meer. Volgens zijn baas is hij te kritisch over de president. Eigenlijk had Rahima’s echtgenoot op televisie alleen maar geroepen dat iedereen zijn wapens neer moet leggen, niet alleen president Assad. Hij wordt ontslagen. Zijn baas zegt: “Ik houd van je, maar je brengt mijn winkel in gevaar.” Een sociaal vangnet bestaat er niet. Geen uitkeringen. Nu lenen Rahimah en haar echtgenoot geld van hun familieleden in Europa. Hun trots is gekrenkt, zij schamen zich. Vertrouwen is je kwetsbaar op durven stellen.

Mening

In Athene ontvangt Adonis al geruime tijd zijn uitkering niet. Iedereen voelt de crisis, behalve de banken. Die worden door de overheid gered, met onvoorstelbaar hoge leningen van Europa. Miljarden. Geleend geld is nooit gratis en nu wil Europa hervormingen. Die komen er ook. Adonis’ vader wordt gekort op zijn pensioen. Adonis’ zoon is ernstig ziek, maar zijn behandeling is verschrikkelijk duur. Publieke zorginstellingen wijzen het verzoek om zijn zoon te laten behandelen opeens af. Elke dag kijkt hij in de spiegel: hij ziet een hopeloze mislukkeling. Niemand biedt hem werk aan. Adonis is te oud, te duur. Die vluchtelingen uit Noord Afrika bieden zich bovendien voor bijna niets aan. Zij hebben rechten gekregen waar hij, een geboren en trotse Griek, jaren voor heeft moeten werken! Hij pikt het niet langer, belooft hij zijn spiegelbeeld. Hij zal zijn rechten claimen. Goedschiks of kwaadschiks. Die buitenlanders moeten niet zijn toekomst afpakken. De overheid moet opkomen voor haar eigen burgers en niet aan de leiband van Europa lopen. Hij sluit zich aan bij een politieke beweging, genaamd De Dageraad. Vertrouwen is je mening durven uiten.

Fragment uit Volzin

Fragment uit Volzin

 

Hart

In Limburg is een plaatselijke politieke beweging in rep en roer. In de binnenstad staat een kerk op een paar honderd meter van een moskee. Toren en minaret lijken elkaar van een afstand te begluren. De samenleving is veranderd. Malika heeft de media opgezocht omdat zij uitgehuwelijkt dreigt te worden. Zij is negentien jaar en dochter van de lokale imam. Zij wil zo graag samenwonen met Job, een christen van katholieke huize. Job is ook negentien jaar. Hij dreigt uit zijn gemeenschap verstoten te worden. Zijn ouders voelen op zondag de blikken in hun rug, zij horen het geroezemoes. De ouders van Malika en de ouders van Job beschuldigen elkaar van misleiding en bekering. Gezamenlijk spreken zij een veto uit: de liefde wordt verboden. De media willen alleen de imam van de moskee spreken, maar hij spreekt niet zo goed Nederlands. Het liefdesdrama wordt in de pers breed uitgemeten. Islamisering. Vrouwenonderdrukking. Sharia. Er wordt tijdens een drukbezochte vergadering van de gemeenteraad een motie ingediend om de moskee te sluiten, tevergeefs. Twee weken later keert de rust terug. Het nieuwe schooljaar begint weer. Malika drinkt in de kantine van de universiteit een kop koffie. Zij heeft haar hoofddoek afgedaan, uit protest. Job zit naast haar. Hij heeft zijn kruis afgedaan, uit solidariteit. Beide zijn ze vele van hun vrienden kwijtgeraakt. Vertrouwen is je hart volgen.

Waarheid

In Hengelo woont een puberende knul. Hij heeft weinig vrienden omdat hij mindervalide is. Als peuter heeft hij polio opgelopen. In zijn moederland, Turkije, deden ze toen nog niet zo aan inentingen. Als puber wankelt hij nu vaak tussen twee culturen. Zijn vader werkt in een drieploegendienst, komt onregelmatig thuis. Hij heeft weinig aansluiting bij de Nederlandse samenleving. Zoonlief heeft weliswaar een zwak gestel, maar een goed werkend brein. Zijn Cito-score: Atheneum. In de binnenstad zit er een, maar die kent drie etages. De jongen meldt zich ondanks zijn handicap aan. De vader annuleert echter een dag later de inschrijving. Vader gelooft niet dat zijn zoon al die trappen kan nemen, met twee elleboogkrukken. Hij vindt een middelbare school in de buurt die gelijkvloers is. Niveau: Mavo. De jongen begrijpt het niet, hij was toch juist niét anders? Hij kijkt uit het slaapkamerraam en probeert ergens in de hemel hulp te zoeken. Een dag later belt de directeur van het Atheneum. Hij heet meneer Davids. Hij heeft gehoord van de annulering en wil op bezoek komen. Die avond ziet de jongen dat zijn vader de les wordt gelezen zoals nog nooit iemand hem de les heeft gelezen. Meneer Davids verheft zijn stem: “Dit is Nederland!” Zijn vuist slaat hard op tafel. Rinkelende theelepels. De puber is doodstil. “Hier heeft iedereen kansen. Voor uw zoon bouwen wij desnoods een lift in ons gebouw!” De jongen kan het niet geloven. Een lift? Speciaal voor hem? “Uw zoon zal bij ons zijn diploma halen, gelooft u mij op mijn woord.” Vanaf dat moment zijn vader en zoon gelijktijdig en volledig ingeburgerd. Vertrouwen is elkaar de waarheid vertellen.

Toekomst

Ergens, op een willekeurige plek, komt een oude, kleine lift met een daverende knal tot stilstand. Stroomuitval. De moeder van kleine Johannes is hoogzwanger. Zij raakt uit balans en valt met haar hoofd tegen de scherpe hoek van een uitgeklapt zitje. Geen beweging. Kleine Johannes, sproeten op zijn wangen, raakt voorzichtig het gezicht van zijn moeder aan. “Mamma?” Johannes voelt dat er iets niet klopt. Er brandt een klein noodlampje in de lift. Hij kan nog net zien dat over mamma’s gezicht een straaltje bloed loopt, van haar slaap tot haar mond. Hij kan zijn mamma echt niet optillen, daar is zij veel te zwaar voor, met haar dikke buik. Johannes gaat naast zijn moeder op de grond zitten. Heeft hij thuis niet geleerd hoe te handelen bij noodgevallen? Zijn hersens draaien overuren. Opeens roept hij: “112 bellen!” Ja! Dát had pappa hem geleerd. Johannes veert op en zoekt in het handtasje van zijn moeder. Hij pakt haar iPhone, ontgrendelt hem geroutineerd en belt met het alarmnummer. Een uur later zit kleine Johannes in een wachtkamer. Hij wacht op zijn moeder, die in het ziekenhuis geopereerd wordt. De artsen besluiten het kindje met een keizersnede ter wereld te brengen. De vader van Johannes loopt te ijsberen. Johannes troost zijn vader: “Pappa, God zal mamma en de baby redden, dat voel ik.” Pappa knielt bij zijn zoontje neer en geeft de jongen een innige omhelzing. Even later wordt moeder de operatiekamer uitgereden. Zij wordt kunstmatig in slaap gehouden, maar maakt het goed. Het pasgeboren kindje ook, het is een meisje geworden. De gynaecoloog feliciteert vader en zoon en aait Johannes over zijn bol: “Ik ben zo trots op jou!” De kleine knul krijgt stralende ogen. Of ze al een naam hebben bedacht voor dit nieuwe wonder? De vader van kleine Johannes kijkt zijn zoontje even aan en glimlacht. “Ja, we noemen haar Elisabeth: God redt.” Vertrouwen is geloven in de toekomst.

Meer info?

  • Mijn partner bij Stichting Koetsveld & Odaci, Herman Koetsveld won een jaar eerder de Volzin Schrijfwedstrijd in 2012!

Reageer

avatar
wpDiscuz