Dagblad Trouw interviewde mij in het kader van een prijsvraag voor creatieve dialooginitiatieven onder jongeren. Hieronder een weergave van dit gesprek.

Door: Gerrit Jan Kleinjan

Enis Odaci laat zich niet graag in het keurslijf van geloofsdogma’s dwingen. Dat helpt hem als hij met wantrouwen ontvangen wordt in kerken waar hij over de islam vertelt.

Wie Enis Odaci spreekt, krijgt een trommelvuur aan analyses, opinies en ideeën over zich uitgestort. In zijn woonplaats Hengelo houdt hij zich onvermoeibaar bezig met ontmoetingen tussen gelovigen en ongelovigen. Hij zegt: “Hoe sla je een brug tussen mensen met verschillende opvattingen? Daarmee houd ik mij bezig. Als je alleen zegt – dit geloof ik, punt – dan blijf je bij dogma’s, bij waarheidsclaims. Dan is het niet zo vreemd dat je er samen niet uitkomt.”

Enis Odaci (38) is moslim. Wie kennismaakt met hem – vriendelijk gezicht, snor, blozende wangen – kan zich moeilijk voorstellen dat hij zich ooit zou ontpoppen als terrorist. Maar echt waar, toch krijgt uitgerekend hij de vraag weleens gesteld: is niet elke moslim stiekem een djihadstrijder?

Odaci merkt het wantrouwen bijvoorbeeld als hij een lezing geeft over de islam, iets dat hij regelmatig doet in kerken. Dan wordt hij door de aanwezigen herinnerd aan geweldsteksten in de Koran. Odaci: “Je kunt het verloop van een gesprek vaak helemaal voorspellen. Ik heb er helemaal niets van begrepen, krijg je dan te horen. De Koran zou een theocratische samenleving voorstaan met ayatollah’s aan het hoofd.” Geërgerd weglopen dan maar? Geen optie, meent hij. “Ik zou de moslims die wel weglopen willen opdragen om geen lange tenen te hebben. Vooroordelen zijn juist een uitgelezen kans om met elkaar in gesprek te gaan. Wat bedoel je? En welke angsten heb je?”

Houvast

Odaci, in het dagelijks leven ondernemer, stond er eigenlijk nooit zo bij stil dat hij moslim was. Tot die dag dat zich twee vliegtuigen met moslimterroristen in de Twin Towers boorden. “Toen moest ik opeens antwoord geven op vragen over mijn geloof. Iets waar ik nooit bij stilstond.” Odaci zag angst om zich heen. Collega’s vroegen zich af of hij achter een beleefd voorkomen toch niet stiekem een radicale moslim was. Odaci zocht naar een antwoord op de theologische vragen. “Pas toen ben ik de Koran serieuzer gaan lezen. Ik kwam erachter dat ik de boodschap van Bin Laden nergens terug kon vinden.”

Wat Odaci betreft gaat de discussie tussen gelovigen en ongelovigen, en tussen gelovigen onderling, niet om het verdedigen van de waarheid en geloofsdogma’s. “Ik wil weten van jou als christen, waarom het geloof zin geeft aan jouw leven. Ik wil ook weten hoe niet-gelovigen zin geven aan hun leven. Op mijn beurt wil ik ook vertellen wat het geloof voor mij betekent. Doe je dat, dan kom je erachter dat we het allebei hebben over vrede en rechtvaardigheid, over universele waarden. Alleen op die manier komen we uit het verstikkende wij-zij-denken.”

Zo gematigd als Odaci klinkt, zo radicaal zijn sommige andere jonge Nederlandse moslims geworden. Hoe rijmt hij dit met elkaar? Odaci: “Ik ga je niet laten zien dat de islam wél een goede godsdienst is. Er zitten inderdaad gekken tussen. Natuurlijk zie ik ook sektarisme, machtsspel en politieke invloed van geestelijken.” Toch is er in zijn ogen niet iets mis met de theologie van de islam. “Begin bij de sociaal-culturele context, wil je radicalisering onder ogen zien. Vergeet niet dat veel moslimjongeren hier in Nederland tussen twee culturen zitten. Ze zoeken houvast en een identiteit. Dat kan zich uiten op verschillende manieren. Waar de een zich in zijn zoektocht naar een identiteit op werk stort, omarmen anderen religieus extremisme.”

Hervorming

Hoe de analyse ook luidt, een uitweg is er één-twee-drie niet, beseft Odaci. “De weg van hervorming binnen de islam is er een van vallen en opstaan. Die weg is lang en vraagt misschien een extra generatiewisseling.” Een ander spoor noemt hij op korte termijn daarom praktischer en zinvoller, namelijk de samenwerking met andere levensovertuigingen.

Odaci doet in Hengelo veel met Herman Koetsveld, predikant in de Protestantse Kerk in Nederland.”Herman zegt: we moeten handen en voeten geven aan de grondgedachte dat er één Geest is die ons allemaal het leven inblaast. Ik zeg min of meer hetzelfde: er is één God die de bron is van alles. Dat maakt dat de mensen in hun diverse geestelijke en lichamelijke uitdossingen op een existentiële manier met elkaar verbonden zijn. God is echt groter dan Koran of Bijbel, dus we vinden Gods geest per definitie ook in anderen.”

Vijf jaar geleden richtte hij de islamitische denktank ‘Humanislam’ op. “Humanislam staat voor humanisme in de islam. De mens vormt voor mij het begin-, middel- en eindpunt van de godsdienst. Ik geloof in iets goddelijks. Iets goddelijks kan leiden tot humaan handelen. Ik wil nadenken over het geloof in dienst van de samenleving. Dat is voor mij de waarde van het geloof.”

Hoe hij dat concreet voor zich ziet? “Laat ik een voorbeeld geven. Als je moet kiezen tussen vijf keer bidden, je werk onderbreken en ontslagen worden, óf doorwerken en daarmee het goede doen voor je collega’s, dan kies ik voor het laatste.”

De wereld van interreligieuze dialoog heeft als doel het begrip te vergroten tussen aanhangers van verschillende religies. Hoe nobel het doel ook klinkt, in de praktijk blijft de betrokkenheid dikwijls beperkt tot een kleine groep mensen, veelal vijftigers en zestigers. Odaci is zich daarvan bewust. “Je ziet vaak dezelfde mensen”, zegt hij. Toch heeft het zin, meent Odaci. “Mij gaat het om die paar nieuwe gezichten die er ook zijn bij bijeenkomsten. Als ik drie mensen weet te bereiken, dan ben ik tevreden. Wil je iets veranderen, dan gaat het om de kleine vonkjes, niet om de grote bewegingen.”

Heilige Huisjes Debat

Enis Odaci dingt mee naar de jongerenprijs van de stichting Kerk en Wereld. Mocht hij winnen, dan gebruikt hij het prijzengeld (5.000 euro) voor een reeks jongerendebatten voor middelbare scholieren in zijn woonplaats Hengelo. Het ooit populaire tv-programma ‘Het Lagerhuis’ is zijn voorbeeld. “Alleen gaan we nu bespreken hoe je tegen het leven aan kunt kijken en welke gevolgen dat heeft. Een naam heb ik al: het Heilige Huisjes Debat.” Met brede armgebaren maakt hij duidelijk hoe het eruit moet komen te zien. “Het is de bedoeling dat er twee tribunes tegenover elkaar komen te staan. Aan de ene kant zitten middelbare scholieren, aan de andere kant predikanten, imams, humanisten en andere voorgangers.” Zij gaan met elkaar in debat, zo is de bedoeling, over de betekenis en rol van geloof in de samenleving. Heilige huisjes, gevoelige onderwerpen, daar wil Enis het over hebben. De opstelling van de tribunes tegenover elkaar heeft ook nog een andere functie, denkt de organisator. “Je hebt dan niet alleen een debat over de rol van geloof maar meteen ook een discussie tussen verschillende generaties.”

Meer info?
Dit artikel is in Trouw verschenen, onder redactie van Gerrit-Jan Kleinjan. Download het originele artikel.

Reageer

avatar
wpDiscuz